Black Acid en Leafs

Hiphop op Rauwkost: Black Acid en Leafs

Rauwe punktrap en vrolijke poprap openen festival

Rauwkost begon dit jaar met Nederlandse hiphop: achtereenvolgend traden Black Acid en Leafs op. Black Acid is een opkomend alternatief hiphopcollectief uit Amsterdam, Leafs een jonge rapper uit Almere die je eigenlijk niet meer opkomend kunt noemen, daarvoor heeft hij nu al teveel zijn stempel op de rapgame gedrukt. Je zou hem de grootste naam op het Rauwkostaffiche kunnen noemen.

Black Acid en Leafs
Black Acid

Maar allereerst Black Acid. Black Acid wordt ook wel trap met punkinvloeden genoemd. Op het eerste oor hoor je dat er niet gelijk aan af: verwacht geen punksamples in de beats of live gitaren. Die punk uit zich meer in de spirit van de groep, onvoorspelbaar, met vocals die binnen een nummer van bijna schreeuwend gerapt naar vol autotune gezongen gaan en weer terug.

Black Acid en Leafs
Black Acid

Bij de meest geslaagde nummers (Eigen Schuld, Anne Maré en (…)) wordt die onvoorspelbare punk energie goed gekanaliseerd en laten de rappers zien hoe veelzijdig ze zijn, maar bij sommige nummers verdwalen ze zelf een beetje in de muziek. Dat maakt dat het publiek ook niet helemaal lijkt te weten wat het er mee aan moet. Black Acid heeft zijn programmering dan ook niet echt mee: het festival moet nog duidelijk op gang komen, en het niet heel erg talrijke publiek lijkt er vooral voor Leafs te zijn, die gelijk hierna optreedt. Als het later en drukker zou zijn worden die imperfecties ook spannend, nu slaat het soms een beetje dood en dat is zonde.

Black Acid en Leafs
Leafs

De show van Leafs is in vele opzichten tegenovergesteld van die van Black Acid. Het is vrolijker, gladder ook, en een veel strakkere show. Persoonlijk houd ik minder van dit type hiphop: iets te veel vocals van een bandje, te veel zang met autotune in plaats van rap. Doe dan maar de rauwe stijl van Black Acid.

Black Acid en Leafs
Leafs

Maar toch kan ik niet anders dan onder de indruk zijn. Van hoe charismatisch en sympathiek hij het publiek bespeelt, hoe hij de autotune controleert alsof het in zijn stembanden zit ingebouwd, hoe energiek hij is. Het is drukker dan bij Black Acid, maar nog steeds niet helemaal vol. Ondanks dat Leafs ongetwijfeld grotere zalen gewend is (afgelopen zomer speelde hij voor propvolle tenten op onder andere Lowlands en Woo Hah), merk je dat geen moment aan hem. Hij zet een strakke, energieke en vrolijke show neer, die goed aanslaat. Ik durf het bijna niet toe te geven, maar ik vond het toch een betere show dan die van Black Acid.

Thaïti is een vrolijke kickstart van je Rauwkostnacht

Tropische surfrock met synths en glitters

Als ik tijdens de soundcheck van Thaïti in Jong Actief binnenloop is het zo druk dat ik even bang ben dat ik al te laat ben. De sfeer zit er zo halverwege de avond al goed in, de zaal van Jong Actief heeft een tropische glitter make-over gekregen, inclusief schminkruimte waar je zelf ook zo’n make-over kan scoren. Het is me niet helemaal duidelijk of Thaïti er zelf ook langs is geweest of dat ze altijd zo optreden, maar ze passen in ieder geval mooi in het plaatje.

Thaïti
Thaïti – Sam Cuppen

Ook het geluid van Thaïti vult de feestelijke sfeer heerlijk aan. Tropische surfrock met genoeg funky hooks en synthesizers om het dansbaar en onvoorspelbaar te houden. Wat ik dan weer een leuk detail vind is dat ze uit Nijmegen komen, geen stad in Nederland waar je zo ver van een strand verwijderd bent als daar. Alhoewel, aan de Waal lig je in de zomer ook niet verkeerd. Hoe dan ook, de Nijmegenaren zetten een lekkere set neer, met soms de surfgitaren in de hoofdrol, soms de synths en dan weer de percussie, maar altijd een dansbare groove als rode draad.

Thaïti
Thaïti – Florieke Vos

Het enthousiasme en de glitters van de band Thaïti worden mooi weerspiegeld in de zaal. Het publiek staat net zo opeengepakt te feesten als de zes bandleden op het krappe podium. Misschien daarom dat de zanger na een tijdje opeens op de bar verschijnt. De vrolijke chaos maakt een perfecte kickstart van je Rauwkostnacht. Als je om half 12 weer naar buiten loopt ben je even verbaasd dat het kutweer is, dat was je daarbinnen helemaal vergeten. Maar het maakt je ook niet uit, net als dat het je niet meer uitmaakt dat het gisternacht ook al te laat is geworden, en je hebt alleen maar zin om verder de nacht van Rauwkost in te duiken.

Video Thaïti bij Jong Actief in de Rauwkostnacht

Papajahkur brengt debuut-EP uit

Ska met een beetje country: een originele, maar ook lastige combinatie

Papajahkur is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een vaste waarde in het Bossche livecircuit. Er zijn weinig podia waar de lokale skarockband niet heeft gespeeld, en bij de afgelopen editie van de Bossche Band Battle schopten ze het tot de halve finale. Dat de band het live goed doet is niet verrassend, want de feestelijke skarock werkt ontzettend aanstekelijk. 23 november brachten ze hun eerste (naamloze) EP uit. Een goede eerste plaat, maar de potentie van hun liveshows wordt niet helemaal ingewisseld.

Papajahkur
Papajahkur – foto: Janne Timmermans

Op de swingende skanummers hoor je Papajahkur zoals je ze kent en het liefst hoort: uptempo, dansbaar en oprecht. Het countrynummer Country Girl valt tussen de ska een beetje uit de toon en overtuigt niet helemaal. Op een 12 minuten durende EP van vier nummers is dat jammer. Overigens hoeft Papajahkur de country niet helemaal links te laten liggen. Het meest interessante nummer is Between Jobs, waar een typisch skaritme gecombineerd wordt met een countrygitaartje. Dat werkt verrassend goed, en het is een combinatie die je niet vaak hoort. Morgen (11 december) verschijnt overigens de bijbehorende clip, dus check die zeker!

De combinatie van ska en country is een lastige, maar ook eentje met potentie, zo blijkt op de eerste EP van Papajahkur.

 

Foto’s: KLANKGAT (omslagfoto) en Janne Timmermans

Experimenteerdrift voor liefhebbers bij November Music

Jazz in de blender bij Benjamin Herman's Bughouse en Secret Chiefs 3

Elk jaar op een redelijk vanzelfsprekend moment strijkt November Music neer in Den Bosch, een festival “waarbij makers en componisten putten uit hedendaags gecomponeerde muziek, jazz, new world music, muziektheater, visual music, electronics & soundscapes en geluidsinstallaties.” Meestal neem ik dat soort claims net zo serieus als mensen die, gevraagd naar hun favoriete muziek, zeggen dat ze “overal wel naar luisteren.” Zo breed dat het veilig wordt. Maar op het dubbelconcert van Benjamin Herman’s Bughouse en Secret Chiefs 3 was de brede claim juist erg goed toepasbaar. En het was allesbehalve veilig.

Deze diashow vereist JavaScript.

Benjamin Herman’s Bughouse begint gelijk met het voet op het gaspedaal en haalt die er gedurende het concert niet meer vanaf. Het is punkjazz, met drums in de hoogste versnelling, stevige bas, een gitaar die af en toe als een opgevoerde saxofoon klinkt en de saxofoon als leidende melodie. Onwillekeurig doemen er bij elke saxofoon solo filmbeelden van een achtervolging door de oude stad van Caïro in me op. Ik kan me niet eens herinneren uit welke film, maar die sfeer roept het dus op. Het is wel een achtervolging van een uur lang: zoals gezegd houdt de band het gaspedaal constant ingedrukt, en dat is best pittig als je niet aan punkjazz gewend bent. Hier en daar een rustmomentje was niet ongewenst geweest.

Deze diashow vereist JavaScript.

De New Yorkse band Secret Chiefs 3 weet dat soort momenten wel heel goed in te lassen, om dan opeens weer een muur van geluid het publiek in te blazen. De muzikale stijlen zijn even afwisselend als het tempo: van metal en surfrock naar Afrikaanse ritmes en Arabische melodieën, met jazz als basis. Die jazz merk je vooral op in de benadering, in de tempowisselingen, improvisatie, experimenteerdrift en complexiteit. In het geluid zijn de eerdergenoemde stijlen belangrijker, waarin vooral de viool erg belangrijk is voor de sfeer.

Secret Chiefs 3
Secret Chiefs 3

En dan moet ik eerlijk bekennen: eigenlijk houd ik helemaal niet zo van zulke complexe muziek. Telkens als ik de melodieën heb ontrafeld en een beetje in het ritme kom, slaat de muziek weer compleet om en kan ik weer opnieuw beginnen. Dat zegt trouwens alles over mijn smaak en niks over de bands van dienst. Maar ja, dan denk ik weer aan de claims van November Music die ik zo terloops heb gelezen. En kan ik niet anders dan concluderen dat Herman Benjamin’s Bughouse en Secret Chief 3 die toch wel erg waarmaken. Had ik hem maar serieus moeten nemen.


Foto’s: Johan van Bommel en Sandra Leijtens
Met dank aan Willem Twee poppodium en November Music

Mr. Weazley

Popronde bij Van Aken: Starrlight & Mr. Weazley

'90s hiphop en afrobeat in sfeervolle setting

Starrlight en Mr. Weazley extra intiem
Waar mijn collega’s heel Den Bosch door zijn gestruind om de Popronde te verslaan ben ik, eigenlijk bij toeval, vooral bij Van Aken in het Werkwarenhuis blijven hangen. Dat beviel goed: de relaxte setting (een kleed in plaats van een verhoogd podium, geflankeerd door planten en onder een kroonluchter) maakte de optredens van Starrlight en Mr. Weazley extra intiem.

Deze diashow vereist JavaScript.

Starrlight

“De raarste plek waar ik ooit heb opgetreden,” zo omschreef Starrlight Van Aken zelfs. Het leek haar verder niet te deren, ze maakte van het gelijkvloerse podium gebruik om het publiek af en toe in te lopen en daar verder te rappen. Voor liefhebbers van hiphop uit de jaren ’90 is haar muziek een verademing in het door rap gedomineerde hiphoplandschap. Belangrijkste is dat ze ontzettend goed kan rappen, fel, op hoog tempo en met een licht Caribische invloed. Denk aan een vrouwelijke Busta Rhymes.

Voor de liefhebbers van het genre dus een heerlijke show, maar op de vroege avond waren zij in Van Aken toch in de minderheid. De meeste bezoekers leken er vooral voor de gezelligheid en uit nieuwsgierigheid te zijn, en voor hen is het optreden misschien toch wat te eentonig. Toch zijn juist deze bezoekers een interessante graadmeter: als er iets onverwachts gebeurt leven ze opeens op. Zoals bij het nummer Authentically Awesome, met een stevige gitaar in de beat, of Heartache, waar het tempo juist even omlaag gaat met een stemmig pianosample. Ik schaar mezelf toch meer onder de hiphopliefhebbers dan onder de “nieuwsgierigen”, maar ook ik vond dit twee hoogtepunten van de show. Met wat meer van dit soort onderscheidende nummers zou Starrlight een hele welkome aanvulling zijn op de Nederlandse hiphopscene. Raptechnisch kan ze zich in ieder geval al meten met de besten.

Deze diashow vereist JavaScript.

Mr. Weazley

Waar Starrlight nog een concert in huiskamersetting gaf, was Van Aken een paar uur later veranderd in een Cubaanse nachtclub. Goed, het was een stuk drukker, en later op de avond bovendien, maar die transformatie lag toch vooral aan Mr. Weazley. Het voelt bijna te cliché om de muziek als zonnig te omschrijven, maar goed, dat deed Mr. Weazley tijdens het optreden zelf ook. Dus: Mr. Weazley klinkt als een mozaïek van al het muzikale moois dat de zon ons geschonken heeft. Reggae, afrobeat, een beetje soul en meer invloeden van rond de evenaar. Het maakt een fantastisch dansbaar geheel.

Mr. Weazley
Mr. Weazley in Van Aken

Als bands als Jungly By Night en Altin Gün Nederland plat krijgen met hun verre-van-Nederlandse muziek, dan moet Mr. Weazley dat ook kunnen. De bandleden spelen je stuk voor stuk van je sokken, en het plezier spat er vanaf. Een betere afsluiting had de Popronde in Van Aken niet kunnen wensen: één groot feest, en dan moest de afterparty nog beginnen. Die overigens ook erg de moeite waard was. En zo kan je de hele avond op één plek blijven bij de Popronde zonder je een moment te vervelen. Dankzij Starrlight en Mr. Weazley.

 

Foto’s Starrlight door Jane Duursma, foto’s Mr. Weazley door Ronald Rijken

James Carter Elektrik Outlet heeft Jazz in Duketown veel te vertellen

Onverwachts, gelaagd en vooral ontzettend goed

Muziek is een gesprek, was de boodschap van de workshop die James Carter zondagmiddag op De Markt gaf. Die avond was hij zelf aan het woord, met zijn formatie Elektrik Outlet. Het werd een gesprek van hoog niveau.

James Carter Elektrik Outlet heeft Jazz in Duketown veel te vertellen - ©ronald_rijken
James Carter Elektrik Outlet

James Carter begint na opkomst met een uitgebreide introductie van zichzelf, zijn bandleden en de setlist. Hij is een imposante man, groot en met een charismatische uitstraling. Desondanks praat hij na deze introductie niet veel meer en laat hij vooral zijn saxofoon en klarinet spreken. Hij wordt bijgestaan door Gerard Gibbs op toetsen, Ralphe Armstrong op basgitaar en Alex White op drums. Stuk voor stuk zijn het meesterlijke muzikanten die hun instrument tot in de puntjes beheersen.

Zo weet Carter het voor elkaar te krijgen zijn saxofoon soms te laten klinken als een funky basgitaar, om even later te fluisteren door zijn klarinet. Ook de non-verbale communicatie in dit muzikale gesprek is indrukwekkend. Carter speelt met de afstand tussen microfoon en instrument en deint mee op elke noot, alsof hij de lucht uit zijn tenen moet pompen.

Samen met de Elektrik Outlet maakt het een fascinerend geheel. Als je even opgaat in het spel van Carter kan je zo missen dat de drummer een tempowisseling heeft ingezet die de muziek weer een andere kant opneemt. Zo blijft het hele concert onvoorspelbaar, de muziek rolt subtiel in elkaar over en alle muzikanten weten ongelooflijk veel uit hun instrument te halen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Een uitzondering op de gelaagde, instrumentale en experimentele jazz waar het concert grotendeels uit bestaat is het nummer Blue Mashed Potatoes van bassist Ralphe Armstrong. Een bluesnummer waarin Armstrong laat zien niet alleen de bas te beheersen, maar ook een hele goede zanger te zijn. Waar de “blue mashed potatoes” op slaan? Op het gerecht wat een afzichtelijke vrouw altijd voor haar man kookte, waarna hij haar plotseling niet zo afzichtelijk meer vond. Het geheime, blauwe, ingrediënt bleek namelijk viagra te zijn…

Na dit bluesy uitstapje tussen anderhalf uur aan spetterende jazz door is het bijna ongemerkt 1 uur ’s nachts geworden, en is het concert helaas ten einde. Tijdens een goed gesprek vliegt de tijd. Ondanks het late tijdstip komt de band toch nog terug voor een toegift van ruim een kwartier. James Carter Elektrik Outlet was toch nog niet uitgepraat.

 

Foto’s: Ronald Rijken

 

Pure funk bij The Jig op Jazz in Duketown

De groove stopt nooit bij deze Mokumse band

De naam doet misschien anders vermoeden, maar op Jazz in Duketown waren ook genoeg genres buiten de jazz te beluisteren. Vaak met invloeden van die jazz, maar er was ook onvervalste funk vrijdagavond op De Parade bij The Jig. De groove start in het eerste nummer in en houdt niet op tot de band ruim anderhalf uur later van het podium stapt.

Het is een groove die doet denken aan bands als The Meters en The JB’s: swingende ritmes, geweldige bas- en gitaarsolo’s, omlijnd door de blazers en toetsen. The Jig begint instrumentaal, maar krijgt halverwege gezelschap van “special guest Mr. Ruben”, een zanger die vaker met de band heeft samengewerkt. Zijn scherpe stem vult de funk goed aan.

Deze diashow vereist JavaScript.

“Houden jullie van gitaarmuziek?” vraagt saxofonist Koen Schouten met Amsterdamse tongval aan het begin van het vierde nummer. Na instemmend gejuich van het publiek vervolgt hij: “Nou, dat komt goed uit, we hebben een specialist in gitaarmuziek, hij heeft zijn gitaar bij zich: Martijn Smit!” Deze beantwoordt zijn introductie met een funky gitaarlijntje. “Jezus wat goed,” reageert Schouten. “Dan heb ik nog een vraag voor jullie. Houden jullie van drums?” Enfin, zo wordt de hele 7-koppige band voorgesteld. Het laat heel goed zien hoe gelaagd de muziek van The Jig is. Elk instrument draagt bij aan de groove.

Een groove die het moeilijk maakt om stil te blijven staan, ook al is anderhalf uur lang om te dansen. De funk sleept je de avond wel door, de nacht in.

Foto’s: Ronald Rijken

Greyheads openen podium Kerkplein van Jazz in Duketown in stijl

"Making jazz great again"

Het Kerkplein kent van alle podia van Jazz in Duketown de spannendste programmering. Jonge, experimentele acts krijgen daar de kans om het jazzpubliek voor zich te winnen. De allereerste band die dat dit jaar mocht proberen was Greyheads, een 7-koppige band die jazz combineert met hiphop en elektronica.

Deze diashow vereist JavaScript.

Dat betekent overigens niet dat er een rapper of DJ naast de muzikanten op het podium staat. Van hiphop heeft het vooral op abstracter niveau wat weg. Goede hiphop kan groovy en strak tegelijk zijn, een combinatie die Greyheads ook onder de knie heeft. Drummer Nello Biasini zet een strakke basis neer waarop de overige bandleden funky en jazzy melodieën neerzetten.  In veel nummers is een prominente rol voor de dwarsfluit weggelegd, wat erg goed werkt. Ook bassist Damien Roussos valt op: als hij de ruimte krijgt neemt hij de muziek zo mee naar de p-funk van de jaren ’70.

Greyheads openen podium Kerkplein van Jazz in Duketown in stijl - ©ronald_rijken
Greyheads

De elektronica komt vooral naar voren in samples en geluidsfragmenten die de sfeer afmaken. Het meest memorabel is een bewerkte speech van Donald Trump: “I will make jazz great again”, waarna de muziek langzaam wordt ingezet. De meeste nummers, ook degene zonder Trump-speech, beginnen zo: een rustig, sfeervol begin, wat geleidelijk naar een climax toewerkt. Een paar keer duren de intro’s net iets te lang, en vervliegen de tonen in de buitenlucht. Dat zou beter in een intiemere jazzclub werken. Gelukkig pakt het meestal juist erg goed uit en bouwen de nummers heerlijk geleidelijk op, met drums die steeds de aanzet geven voor de volgende tempowisseling.

Maakt Greyheads “jazz great again”? Ik zou niet durven zeggen dat de jazz in een grote crisis verkeerde waar Greyheads het genre eigenhandig uit heeft gered, maar de band laat wel zien waarom jazz in 2018 nog steeds great is.

Bandleden
Andrés Pasinetti – flute
Ukko Heinonen – sax
Ebba Asman – trombone
Ruud van Halder – guitar
Matthijs Geerts – keys
Damien Roussos – bass
Nello Biasini – drums

Foto’s: Ronald Rijken

Prashant Samlal wint Conservatorium Talent Awards

Veel variatie en hoog niveau 7e CTA

In aanloop naar Jazz in Duketown vond zaterdag 28 april de Conservatorium Talent Awards (CTA) plaats in de Verkadefabriek. Deelnemers aan deze competitie zijn afstuderend conservatoriumtalenten uit het hele land. De prijs: een bedrag van 5000 euro en een podiumplek op Jazz in Duketown. Het is geen publieksprijs, de jonge jazzmusici worden beoordeeld door een vakjury bestaande uit Charlie Crooijmans (VPRO Radio), Coen de Jonge (jazzrecensent), Frank Bolder (programmeur North Sea Jazz), Aad van Nieuwkerk (VPRO Radio) en muzikale duizendpoot Maarten Ornstein.

Conservatorium Talent Awards (CTA)

Gitarist Erik Verberne van het Tilburgse conservatorium mocht de CTA aftrappen. Hij deed dat samen met een drummer en bassist waar hij al vier jaar mee samenspeelt. Na het optreden vertelt hij dat hij eerst nog van plan was een celliste mee te nemen, maar het toch natuurlijker vond spelen als trio. Over de celliste kan ik niet oordelen, maar het trio voelt elkaar op het podium goed aan. De sound van Eriks gitaar wisselt door het optreden heen van wat klassieker jazzy naar meer poppy en, bij het laatste nummer, bijna orgelachtig. Een fris begin van een dag vol jazz door een gitarist die zichzelf “niet per se als jazzgitarist ziet.”

Prashant Samlal
Prashant Samlal - winnaar Conservatorium Talent Awards 2018
Prashant Samlal – winnaar Conservatorium Talent Awards 2018 – foto ©Wim Roelsma

Hierna is Prashant Samlal aan de beurt, een jazzgitarist uit Utrecht. Begeleid door drums, contrabas en piano speelt hij rijke melodieën die een sterke sfeer neerzetten. Vooral bij zijn laatste nummer, “Change of Seasons”, komt dit goed naar voren. De opbouw van het nummer zit ontzettend goed in elkaar waardoor je als luisteraar van begin tot eind meegenomen wordt.

De bands lijken steeds groter te worden: Daniel Clason uit Rotterdam treedt op met een 13-koppig ensemble. Het past maar net op het podium. In tegenstelling tot de eerste twee bands ligt de nadruk op de blazers, Daniel speelt zelf dan ook trompet. Hoogtepunt is het nummer “Floods”, waarin de blazers in golven aanzetten en weer wegebben, afgewisseld door de scherpe trompet van Daniël.

Als derde en laatste gitarist van de dag treedt Tommie Sjef Koenen uit Arnhem op. Hij heeft geen moeite zich te onderscheiden van de anderen: zijn gitaarspel begint gelijk een stuk steviger. Denk aan bluesrockriffs in een jazzritme. De liefhebber herkent hier en daar zelfs Saharablues terug.
Bij het nummer “Ochtend” (“We spelen het nomaliter alleen in de ochtend, maar nu maken we een uitzondering”) laat hij het gas wat meer los en bewijst hij zich een veelzijdig gitarist.

De vijfde artiest van de dag is Wouter Kühne, drummer van het Amsterdams Conservatorium. Zijn nummers zijn geïnspireerd op klassieke preludes, die soepel over moeten gaan in improvisatie. “Zo soepel dat jullie het misschien niet eens doorhadden,” legt hij halverwege het optreden uit. Dat is goed gelukt. De preludes zijn soms bijna abstract, vooral als de pianist overstapt op zijn keyboard en Wouter experimenteel zijn drums gebruikt.

contrabassist en zangeres Nathalie Schaap uit Zwolle - ©Wim Roelsma
Nathalie Schaap

Alle optredens waren tot dusver instrumentaal, maar dat verandert als contrabassist en zangeres Nathalie Schaap uit Zwolle het podium betreedt. Ze heeft eigen arrangementen van bestaande nummers gemaakt waar ze mee wil laten zien dat country en jazz dichter bij elkaar liggen dan menigeen zou denken. Het maakt een swingende combinatie, ook geholpen door de goede gitaristen die Nathalie begeleidden.

Het einde van de CTA komt langzaamaan in zicht als Luka van de Pol uit Den Haag met saxofoon begint te spelen. Begeleidt door een gitarist, drummer en contrabassist speelt hij warme, relaxte jazz. Het luistert heerlijk weg, maar het was waarschijnlijk harder binnengekomen als Luca juist wat meer buiten de lijntjes had gekleurd.

Hiske Oosterwijk met een internationaal combo - foto ©Wim Roelsma
Hiske Oosterwijk met een internationaal combo

En dan als allerlaatste deelnemer: Hiske Oosterwijk, zangeres uit Groningen. Ze heeft een prachtige stem met een enorm bereik, wat vooral in het laatste nummer ontzettend goed naar voren komt. Het heeft een rijke muzikale begeleiding maar ze komt er zo bovenuit. Het is het allerlaatste nummer van de dag, maar gelijk ook een hoogtepunt.

Ik ben blij dat ik het bij dit verslag mag laten en niet, zoals de jury, een keuze hoef te maken. Niet alleen omdat het algehele niveau erg hoog lag, maar ook omdat de variatie zo groot was. Het lijkt me een lastige keuze. Een keuze die uiteindelijk is gevallen op Prashant Samlal. De jury roemde “zijn mooie verhaallijn in de muziek die de luisteraar meeneemt en sterke, heldere melodieën met mooie versieringen.” Prashant zal optreden op de komende editie van Jazz in Duketown, die al over een kleine drie weken van start gaat.

Met dank aan alle vrijwilligers die de Conservatorium Talent Award mogelijk hebben gemaakt:
– Patricia van der Reep
– Gaby Westelaken
– Cindy Goorts
– Marlies de Bruijn
– Frans-jan Lathouwer
– Tekla de Veer
– Rob Pigmans
– Stefan Vugts
– Alex de Groot
– Wim Roelsma
– Evelien Gerrits
– Roos Bertens
– Anne Nicolai
– Quinten Kentie
– Arnold Bertens

Foto’s: Jazz in Duketown – Conservatorium Talent Award, fotograaf Wim Roelsma

Geslaagd feestje Broken Brass Ensemble Willem Twee poppodium

New Orleansjazz uit Friesland

De achtkoppige blazersband Broken Brass Ensemble deed afgelopen vrijdag de W2 aan als onderdeel van zijn jubileumtour. “Een hele wereldreis van Friesland, via Groningen, naar Utrecht en nu Den Bosch” wordt het tijdens het optreden grappend nog genoemd. Toch zit er wel een kern van waarheid in: de Friese band speelde op eerdere tours door heel Europa.

Broken Brass New Orleansjazz

Ondanks dat ze op hun wereldreis ongetwijfeld voor vollere zalen hebben gestaan, begint het concert ontzettend energiek. De muziek van Broken Brass Ensemble laat zich nog het best omschrijven als een eigentijdse versie van New Orleansjazz. Soms neigt het meer naar de funk, soms maken de complexe ritmes het erg jazzy, maar altijd staan de blazers centraal in de typische big bandsound.

Daarmee doet de band zijn naam eer aan: vijf blazers vormen samen het front van de band, en nemen afwisselend ook het contact met het publiek en bij enkele nummers de zang op zich. Iets meer op de achtergrond vormen een drummer, percussionist en trombonist de ruggengraat van de band.

De big bandsound is aanstekelijk, maar het duurt even voordat het publiek erin komt. Misschien omdat in de eerste nummers het tempo al behoorlijk hoog ligt, waardoor het soms moeilijk bij te houden is. De muziek zit gelaagd in elkaar en er gebeurt veel op het podium. Als je even niet oplet raak je de draad snel kwijt.

Deze diashow vereist JavaScript.

Na de eerste paar nummers gaat het tempo iets omlaag en krijgt het publiek de smaak steeds meer te pakken. De band heeft dan ook een aanstekelijke energie en het plezier straalt er vanaf. Door het optreden heen krijgt bijna elk bandlid de ruimte voor een solo, en blijkt de percussionist nog te kunnen rappen ook. Het is bijna jammer dat hij dit maar één keer doet.

Geslaagd feestje Broken Brass Ensemble Willem Twee poppodium
Geslaagd feestje Broken Brass Ensemble

De vijf blazers praten de nummers vrolijk en met gevoel voor theater aan elkaar. Hoogtepunt wat dat betreft is als de saxofonist overlijdt en een nummer later weer tot leven komt. De show bouwt na deze herrijzenis toe naar een spetterend einde. Eigen nummers Got the Funk en Cuzco worden heerlijk funky en meeslepend gespeeld, maar de climax volgt met twee bekende covers die in de zaal worden gespeeld. Tijdens de bijna honderdjarige klassieker I’ll Fly Away loopt de band het publiek in, waarna nog een cover van Triftshop van Macklemore wordt ingezet. Als de band, nog steeds blazend, richting de merchandisestand loopt en het optreden toch echt is afgelopen, is het moeilijk om niet met een brede glimlach de zaal te verlaten.

Foto’s: Ronald Rijken en Sandra Leijtens Photography
Met dank aan de organisatie van Willem Twee poppodium