Temple Fang

ENMA en Temple Fang brengen Willem Twee in vervoering

Platenlabel Electric Spark deelt een visitekaartje uit

Eindelijk kan het zoeken in mijn mailbox naar concertkaartjes die ik toch zeker, toch, of niet, oh ja toch, lang geleden heb gekocht, maar waarvan het optreden zelf niet doorging, stoppen. Temple Fang is voor mij de laatste in een rij uitgestelde optredens, en één waar ik reikhalzend naar uit heb gekeken. ENMA beleeft zijn vuurdoop met eerste live-optreden.

Een eerste kennismaking, op een festival in de Willem Twee een aantal jaren geleden, smaakte naar meer. In de tussentijd echter werd er van drummer gewisseld, en ook maar gelijk een heel nieuw repertoire op touw gezet. Deze nieuwe nummers belandden op hun eerste plaat voor Electric Spark, en beluistering daarvan deed verlangen naar meer.

ENMA
ENMA
ENMA

Opener deze vrijdag is de band ENMA, ook uit de Spark- stal. Ik heb hier helaas niet de hele set van kunnen zien, dus een echt oordeel kan ik er niet over vellen. Wat ik heb gehoord, klinkt nog wat stroef en zoekend, en de zang vind ik niet erg sterk, maar met in je achterhoofd dat dit hun eerste live-optreden is, lijkt me dit een groeibriljantje dat nog maar net z’n koppie boven de aarde uitsteekt. Muzikaal is het afwisselend genoeg, dus met wat meer live-ervaring moet het met ENMA vast goed komen.

Temple Fang

Temple Fang
Temple Fang

Er liggen natuurlijk een aantal factoren er aan ten grondslag, of een band in een bepaalde zaal geprogrammeerd wordt. Factoren die de leek, waar ik mezelf toe reken, vaak niet kennen. Dit gezegd hebbende, stel ik mij zo voor dat, als de kaartjes niet al ruim anderhalf jaar geleden in de verkoop waren gegaan, Temple Fang misschien niet in de Willem Twee had gestaan. Want na het weer opengaan van de wereld na covid, is de band een ware zegetocht langs zalen en festivals begonnen.

En zeker niet de minste festivals, zoals een Roadburn en Sonic Whip, festivals die bij de kenners van onder andere het stonergenre, en vernieuwende muziek in het algemeen, erg goed bekend staan. De Willem Twee had zomaar eens te klein geweest kunnen zijn…

Temple Fang
Temple Fang in Willem Twee

Maar ‘be that as it may’, Temple Fang stáát er, ruim anderhalf jaar na de eerste aankondiging, en de reputatie die ze in den lande opgebouwd hebben, maken ze meer dan waar!
Met het grootste gemak nemen ze je mee op een reis, waarbij je je vanaf de eerste noten niet verveelt, en als de laatste klanken wegsterven vraag je je af, wat er nu eigenlijk gebeurd is. In elk nummer wordt enorm knap gespeeld met dynamiek, melodieën, akkoorden en solo’s.

De noemer ‘stoner’ voldoet niet voor wat hier wordt neergezet. Ik hoor invloeden uit de progrock, en symphonische invloeden. De twee zanger-gitaristen hebben een prominente rol in het totaalgeluid, maar zonder een goede basis van bas en drums kun je niets bouwen, en dat is hier ook prima in orde!

ijzersterke set
ijzersterke set

Als ongeveer halverwege de set een nummer wordt opgedragen aan Johan Broeder, oprichter en ziener van het Electric Spark-label, heb ik het idee dat dit het slechtste nummer van de avond moet zijn. Maar op één of andere manier valt, na een paar maten en een andere klankkleur, alles weer terug op z’n plek en wordt er weer doorgebouwd aan weer een meeslepend nummer, in een ijzersterke set. Wonderbaarlijk, en getuigend van een bijzondere muzikaliteit. Wat een plezier om hier naar Temple Fang geluisterd te hebben!


Fotografie: Mickey Obo

Ithaca

Opening concertseizoen Willem Twee’s Heavy Hangout is overtuigend

Kelsey, Respire en Ithaca, drie kleuren metalcore

De welkome daling in temperatuur, van hysterisch heet naar draaglijk warm, kondigt het langzame maar onvermijdelijke eind van de zomer aan. De zomer die, op muzikaal vlak, vaak wat karig is, uitzonderingen niet mee geteld. Zo zijn er op de Boulevard wat interessante optredens geweest. Ik heb het op de camping moeten doen met het Franse duo ‘Two Hot Chili Peppers’, waarbij naarmate het optreden vorderde, hun enthousiasme de overhand nam op hun vakmanschap, maar ik zal u daar verder niet mee lastig vallen. ‘Under Ze Bridge’…

Heavy Hangout

Altijd weer fijn als je je hart dan weer kan ophalen aan goede muziek. En bij de eerste de beste Heavy Hangout van de Willem Twee van het ‘seizoen’ is dat enorm goed gelukt. Onder de noemer ‘metalcore’ staan op zondagmiddag 28 augustus Kelsey, Respire en Ithaca geboekt die het luie vakantiezweet uit je oren gaan blazen.

Kelsey

Kelsey
Kelsey – ©Ton Dekkers, Interdependent Photo

Vanuit Nijmegen is Kelsey naar Den Bosch gereisd om de middag te openen. Voor helaas een klein handjevol bezoekers laten ze zich niet kennen. Geen flauwekul, gewoon voluit spelen. Vijf man sterk spelen ze hun zelf ontdekte variant van metalcore, schuin streepje mathcore.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Redelijk verrassende breaks, af en toe een goed geplaatste drumfill, aangevuld met twee gitaristen, een bassist en een zanger. De zang had naar mijn idee wat sterker gekund, nu kwam die maar net boven de rest van de band uit.
Mijn eerste schrik door toedoen van een synthesizer blijkt ongegrond; geen uitgesponnen toetsenpartijen maar goed getimede aanvullingen op het totaalgeluid, met perfecte timing gespeeld door de bassist, tussen zijn eigen bas- en springpartijen door.

Respire

Respire
Respire – ©Ton Dekkers, Interdependent Photo

Van een ander kaliber blijkt Respire, de tweede band van vandaag. Uit Toronto, Canada overgekomen zijn zij, zoals ze het zelf noemen, een ‘d.i.y. post- everything collective’. Dus dat.
Op plaat is hun bezetting groter dan waarmee ze nu op tour zijn. Er ontbreken nu strijk- en blaasinstrumenten. Maar de, wederom, vijf man waar de band nu uit bestaat krijgen het ook voor elkaar om ruim een half uur lang te boeien.

Respire
Twee zangers – ©Ton Dekkers, Interdependent Photo

Hun muziek is een combinatie van harde, inderdaad ‘metalcore’ stukken, die vaak afgebroken worden tot rustig kabbelend samenspel van de drie gitaren (het doet me denken aan Explosions In The Sky, om er maar even een referentie aan te geven). Dat samenspel bouwt dan weer langzaam maar zeer zeker op tot weer een geluidsuitbarsting.

Het tempo van de nummers ligt wat lager, maar het intense samenspel, aangevuld met het schreeuw-zingen van de twee zangers, dan wel beurtelings, dan wel tegelijk, geeft Respire een aura van urgentie.

Ithaca

Ithaca
Ithaca – ©Ton Dekkers, Interdependent Photo

Gelukkig loopt de kleine zaal van de Willem Twee toch wat voller voor afsluiter Ithaca, een vrij jonge engelse band (twee platen oud) die door kenners getipt wordt als hét aanstormend talent van de metalcore. Ik behoor niet tot die kenners, maar dit zou zomaar eens zo’n concert kunnen zijn waarover je over een paar jaar aan de stamtafel kunt opscheppen; ‘Was jij daar bij?’ ‘Jazeker!’

Deze slideshow vereist JavaScript.

De band doorbreekt met verve het beeld van een stereotype metalband: zwart gekleed, strakke broek, shirt met bandlogo. Ithaca’s bassist móet wel iemands oom zijn, zo ziet hij er namelijk enorm uit; de zanger- gitarist draagt een bindi, en de zangeres is het stralend, hoewel timide, middelpunt in een breed uiwaaierende, knaloranje thule jurk.

Ithaca
thule jurk – ©Ton Dekkers, Interdependent Photo

Muzikaal is het vanaf tel één ‘aan’. Zonder enige reserve speelt Ithaca hun eigen variant metal. Bruut, stevige breaks, en tempo- en maatwisselingen die je op het puntje van je tenen houden. Echt uniek ishet stemgebruik van de zangeres; van schreeuwen tot zingen, ze doet het met een zangtechniek om je alpinootje voor af te nemen, verzekerd als ze kan zijn van de ondersteuning van de band, die technisch geen steek laat vallen.

Tel daar bij op de charmefactor die deze band heeft, als een soort misfits van de metalscene, daarbij de boodschap uitdragend van tolerantie, inclusiviteit en voor elkaar zorgen. Ze hebben zich een plek in mijn hart gespeeld, en ik gun ze het gelijk van de kenners; alle succes is ze gegund.


Foto’s van Ton Dekkers, Interdependent Photo

Wonk Unit

Bayline en Wonk Unit zetten reeks punk gigs voort

Conventionele emo als opener van de avond, frisse oorspronkelijke punk als hoofdmoot

Met Bayline en Wonk Unit in de Bossche Brouwers Aan De Vaart zet het café woensdag 20 juli de reeks punk sets van afgelopen weken voort. Intussen ontstaat er een soort van verbinding onder de klanten die elkaar al wekenlang tegenkomen op deze spot aan de Tramkade want allen punk liefhebbers.

Wonk Unit

Wonk Unit
Alex Wonk – Wonk Unit

Het nadeel van een recensie is, dat het een optreden behandelt wat al achter de rug is. Eigenlijk zou zo’n stuk tekst op moeten kunnen roepen om vooral naar een band of optreden toe te gaan, gebaseerd op eerdere ervaringen- een precensie zeg maar. Mocht zoiets bestaan hebben, ik had via KLANKGAT iedereen die van frisse, verrassende punk houdt, opgeroepen om naar Wonk Unit te gaan kijken. Zoals gezegd, gebaseerd op eerdere ervaringen. Ik heb de band twee keer eerder zien spelen in het Bossche, dus ik wist wat ik kon verwachten, maar dat mijn verwachtingen zo overtroffen zouden worden had ik niet durven dromen.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Wonk Unit is een zeskoppige band uit Londen. Begonnen rond 2006 is de band de spreekbuis van Alex Wonk, de zanger, componist en tekstschrijver. In de loop der jaren kent de band verschillende bezettingen, de huidige bestaat uit twee gitaristen, A.J. en Jude, de bassist Pwosion, drummer Max en toetseniste en zangeres Vez (Véronique Hawksworth). Leuk, zo’n rijtje feiten, maar het gaat om de muziek. Het is moeilijk om goed te kunnen zeggen wat Wonk Unit nu zo bijzonder maakt. De band heeft veel plezier in het spelen van de nummers van frontman Alex, ze hebben onderling veel lol, er heerst een vrolijke maar professionele sfeer op het podium. Meneer Wonk zelf is een expressieve voorganger, met zijn typische maniertjes en bewegingen.

Wonk Unit
een eigen niche

Muzikaal valt het onder het kopje punk, maar Wonk Unit heeft daarin een eigen niche gecreëerd waar ruimte is voor dikke knipogen (Nan), of voor het totaal niet punky klinkende Raise My Glas, gezongen door Vez. Wat opvalt is de warme, menselijke, en daardoor herkenbare aanpak van de verschillende onderwerpen, wat werkt op de lachspieren (Horses), of recht je donder in gaat (Strength).

Beschouw dit stuk dan ook maar als een precensie- hou Wonk Unit in de gaten, en ga ze zien als ze in de buurt spelen. Je zult er geen spijt van krijgen.

Bayline
Bayline
Bayline

De opener van deze avond heet Bayline, een beginnende band van vijf jongens sterk. Dat dit hun tweede optreden is strookt niet helemaal met de krachttoer die ze hier neerzetten. Hun strakke gedisciplineerde manier van spelen klinkt als die van een band die al langer op de planken staat.

Bayline
Bayline – Bossche Brouwers

Bayline levert een redelijk herkenbare variant van emo-punk. Alleen het op één na laatste nummer gaat echt los, en klinkt als de hardcore waarmee ze zichzelf afficheren. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst; in hun korte bestaan heeft Bayline nog niet echt een eigen smoel kunnen opbouwen, maar als ze dat eenmaal gevonden hebben gaan ze nog veel mooie avonturen beleven.


Wonk Unit op Spotify:

Ink Bomb

Skatepunk van Ink Bomb en No Breakfast Goodbye

De volgende ‘dertiende van de maand’ toch maar achter de geraniums blijven zitten?

Brouwcafé de Vaart heeft het licht weer gezien, en programmeert een aantal weken op rij leuke punk- en hardcorebandjes. M’n lever vaart er wel bij, mijn bankrekening wat minder, maar mij hoor je niet klagen. Donderdag 13 juli staan Ink Bomb en No Breakfast Goodbye, twee bands uit Nijmegen, op het programma.

Ink Bomb

Ink Bomb
Ink Bomb

Ink Bomb mag de avond openen, ruim na de aangegeven starttijd van negen uur. Dit in de hoop het enigszins spaarzame publiek wat aan te laten groeien. Bij het betreden van het podium door Ink Bomb is de zaal redelijk gevuld, bij weten van de zanger met name door de meegereisde collega’s van één van de muzikanten van No Breakfast Goodbye. Collega’s van zeep- en badbommenwinkel Lush, wat meteen de lekkere geur in de zaal verklaart.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Ink Bomb pakt goed uit qua entourage: achter het podium hangt een prachtige ‘backdrop’, en ook de merchstand ziet er pico bello uit. Muzikaal echter is het wat onverzorgder. Er staan vier muzikanten te spelen, maar het wil geen band worden; er is vrijwel geen chemie merkbaar tussen de vier afzonderlijke muzikanten.

De zanger is niet erg toonvast, waardoor zijn zangpartijen, en de in de skatepunk gebruikelijke koortjes, niet heel fraai klinken. De bassiste plukt gedisciplineerd aan haar snaren, en samen met de drummer, na een wat onvaste start, zorgt zij voor een solide fundament. Jammer dat de verdere aankleding van zang en gitaar (-solo’s) wat flets aandoen.

No Breakfast Goodbye

Deze slideshow vereist JavaScript.

Wat No Breakfast Goodbye mist aan aankleding, maken ze goed met performance. Het KLANKGAT-filmpje op de socials spreekt boekdelen. Skatepunk, met breaks die kloppen, de koortjes tussen zanger- -gitarist en bassist- zanger die goed klinken, en alles wordt met kracht de zaal in geslingerd. De band heeft er veel zin in. Het ene na het andere nummer vliegt er doorheen en de zaal loopt zeker warm voor deze Nijmegenaren.

No Breakfast Goodbye
No Breakfast Goodbye – noodlot slaat toe

Maar het zal niet aan het ‘de dertiende van de maand- syndroom’ liggen, maar het noodlot slaat toe. Zowel de gitaar als de versterker van de gitarist leggen het loodje. Aan de rest van de band de uitdaging om het publiek te vermaken, terwijl met lapmiddelen geprobeerd wordt instrument en versterker weer tot leven te wekken.

Het vermaken lukt vrij aardig, met flauwe moppen en dito liedjes, gitaar en versterker zijn opgegeven. Dit tot enorme frustratie van de gitarist, die er echt goed inzat en veel energie en ontlading in zijn spel stak.

No Breakfast Goodbye
gemotiveerd & vasthoudend

De frustratie heeft zeker ook zijn weerslag op de rest van de band, want ondanks dat de gitarist verder kan spelen op de gitaar van de zanger- gitarist, en alle vier de leden van No Breakfast Goodbye keihard hun best staan te doen, is de dynamiek en energie van het eerste gedeelte van de set er een beetje uit.

Dat ze bij het laatste nummer het publiek toch nog mee krijgen in een moshpit zegt meer dan genoeg over hun gemotiveerdheid en vasthoudendheid. Diepe buiging hiervoor, om op deze manier je set uit te spelen, jammer dat het zo loopt want het smaakt naar meer. Dus hopelijk tot binnenkort, ergens in de herkansing, zonder materiaalpech!

Out of Step

Nieuw festival Out Of Step eerste avond goed bezocht

De Bossche Tramkade twee dagen gekleurd door skate en punk met fantastische openingsavond

Het nieuwe festival Out Of Step op de Tramkade in Den Bosch is een mix van art, skate en punk. Zeg maar ingrediënten die op de Tramkade rijkelijk voorzien zijn van ideale locaties. Out of Step is een initiatief van Helmer Lathouwers (o.a. Camp High Gain) en Casper Herselman van Attak graphic design.

Out Of Step

Out of Step
Out of Step – ©Out of Step

Je hebt wel eens zo van die dingen. Staat er een mooi festival op de agenda, twee dagen punk, art en skate, onder de noemer Out Of Step, blijkt dat je zelf alleen de vrijdagavond kan.
Op papier had de zaterdag de ‘betere’ bands; Tusky, Ploegendienst en zo wat meer namen, aangevuld met kunst en skate, verdeeld over de Tramkade.

De vrijdag was er ‘alleen maar’ in Brouwcafé de Vaart iets te doen, en dan nog ‘alleen maar’ bandjes… het ‘alleen maar’ blijkt een fantastische openingsavond op te leveren voor Out Of Step. Wat een bands, wat een sfeer, wat een avond!

CF98
Out of Step
CF 98 – ©CF98

Opener is het Poolse CF98, drie jonge gasten en dito zangeres, die rijkelijk tappen uit het vaatje wat een band als NOFX rijkelijk gevuld heeft. Niet beperkt door enige terughoudendheid door de enigszins lege zaal, spelen ze een strakke set skatepunk, afgewisseld door wat langzamere, ‘anthem’ achtige nummers. De gitarist wekt de indruk dat-ie het hele stuk vanuit Polen die ochtend achter het stuur van de tourbus heeft gezeten, de rest van de band oogt wat energieker. De zangeres, goed bij stem, springt en huppelt over het podium en praat de nummers aan elkaar. De bassist vult mooi in, de drummer tikt alles knap vol, met ruimte voor innovatieve en knappe breaks. En ondanks zijn licht uitgestreken uitstraling, is de gitarist er echt wel bij, scherp en to the point. Een toffe opener van een toffe avond.

Skroetbalg

Er zijn van die woorden die lang in je hoofd blijven ronddobberen, woorden die een gevoel oproepen waar je niet zo veel mee kan. ‘Aalscholver’ doet dat bij mij, en ‘aardappelmoeheid’. Sinds vrijdag kan ik ‘skroetbalg’ aan het rijtje toevoegen. Het betekent ‘opschepper’ in Drenths dialect, en het is ook de naam van de tweede band op Out Of Step.

Skroetbalg doet niet aan nuance. Vanaf tel één gaat het gas er op. Dikke vette recht-toe, recht-aan rock ‘n’ roll in de hoge versnelling, met dikke zwarte rookpluimen als bewijs van een vette afstelling. Mocht iemand beweren dat de vier mannen van Skroetbalg de buitenechtelijke kinderen zouden zijn, als gevolg van een Drenthse vakantie van Motörhead, ik had het voor waar aangenomen. Vol volume en enthousiasme bezingen ze de geneugten van bier, hun provincie en zo nog wat. Het dialect maakt het wat moeilijk te volgen, maar dat ponypark Slagharen kut is, komt duidelijk over. Dikke pret met deze mannen.

Skroetbalg
Skroetbalg – ©Skroetbalg
March

March mag het stof opvegen wat Skroetbalg achter heeft gelaten. De vierkoppige band uit Breda, twee dames en twee heren, maakt ouderwetse punk. Ginne klets, gewoon spelen, vol energie. De zangeres heeft een goede schreeuw die perfect past bij de muziek. Helaas is March in mijn beleving de minste van de bands die ik vanavond ga zien. Het geluid blijft hangen in de hoge tonen, wat nog eens versterkt werd door de harde schelle bekkens van de drummer. Toch de set uitgekeken, want wat overblijft is een band die hard z’n best staat te doen, met veel plezier en overgave.

Insanity Alert
Out of Step
Insanity Alert – ©Insanity Alert

Wat van ver komt is lekker, zegt men. Nu is Oostenrijk niet heel ver van hier, maar ver genoeg om hun chocolade, en belangrijker, één van hun bands érg lekker te maken (in hoeverre dit trouwens waar is? De zanger blijkt, na afloop, in ieder geval een rechtgeaarde Rotterdammer, met wie het goed ouwehoeren is bij de merchstand).

Maar Oostenrijks of niet, Insanity Alert komt, ziet, overwint, en geeft ook nog even een trap na. Wat een geweldige partij ouderwetse thrashmetal krijgen we om onze oren hier! Strak, snel, de zang, de breaks, alles klopt hier. De moshpit voor het podium laat zien dat het publiek het hier mee eens is. Wat een heerlijke bak energie nemen deze mannen mee. Na een set van een drie kwartier nemen zij dan ook dik verdiend het dankbaar gejuich van het publiek in ontvangst. Wat een afsluiter!

Bij deze applaus voor de bands die ik deze avond in de Vaart heb gezien, en applaus voor Out Of Step, dat een energiek en sympathiek festival neer heeft gezet. Ik ben erg benieuwd wat de ervaringen van de zaterdag zijn, laat alsjeblieft een reactie achter.

Death Star Discotheque

Room 714 en Death Star Discotheque bevestigen leven ná Koningsdag.

Brouwcafé de Vaart programmeert twee uiteenlopende bands

Dat er nog genoeg te beleven valt na Koningsdag bevestigen Room 714 en Death Star Discotheque bij Brouwcafé De Vaart. Synthpop en onvervalste Amerikaanse gitaarrock. Het viel te verwachten; de dag na Koningsdag zou er weinig publiek op komen dagen. Maar het handjevol bezoekers wat wel op 28 april in de Vaart staat, wordt uitstekend vermaakt.

Room 714

Room 714
Room 714

Opener van de avond is Room 714. Deze jonge band uit Eindhoven maakt frisse heldere popliedjes. Het geluid wordt vooral bepaald door twee synthesizers, wat de band een duidelijke jaren ‘80- jus geeft, en deels door stevige gitaarerupties. Dat wil zeggen, stevig, maar binnen de lijntjes. Het geheel wordt op de been gehouden door een stabiele basis van bas en drums.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Room 714 zegt geïnspireerd te zijn door Depeche Mode en andere synthpop, maar het is geen lege pastiche wat ze spelen, geen lege kopie. Room 714 heeft goed geluisterd, en wat ze gehoord hebben goed kunnen vertalen naar poppy, dansbare new wave- nummers, en wat meer ballad- achtige stukken. Klein minpuntje is misschien dat voor de langere uithalen, de stem van de zangeres nog net niet vol genoeg is.

Maar zoals gezegd, het is een jonge band en buiten dat valt er genoeg te genieten.

Death Star Discotheque

Death Star Discotheque
Death Star Discotheque

Van een heel ander kaliber is Death Star Discotheque. Hier staan vier volwassen kerels, in klassieke rockbezetting, hun opwachting te maken. De soundcheck verraadt al waar het op uit gaat draaien: niet lullen maar poetsen.

Nieuwste single Move On

Niet gehinderd door het kleine aantal bezoekers gaat Death Star Discotheque los. De eerste vier nummers om op te warmen rug aan rug, zonder pauze voor je kiezen. Op Amerikaanse leest geschoeide gitaarrock. De zanger bedient tevens de slaggitaar en bepaalt het thema. De leadgitarist hangt er lekker tegenin, met zijn door pedalen gekleurd geluid.

Death Star Discotheque
gekleurd geluid

Als een maïzenapap ligt de bas hier onder, dik vloeiend. De heldere tikken van de drums vervolmaken het geluid. De heren hebben goed geluisterd en weten wat ze willen qua geluid.

Ik mocht de EP Three van hen beluisteren voor KLANKGAT, en dat maakte me nieuwsgierig naar een live- optreden. Mijn nieuwsgierigheid wordt méér dan bevredigd. Wat Room 714 doet met synthpop, doet Death Star Discotheque met gitaarrock. Ze geven er een eigen draai aan, wat ervoor zorgt dat het allemaal bekend overkomt maar toch origineel is.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Na een set van vijftien eigen nummers, waarbij vooral de zanger- gitarist zich in het zweet heeft gewerkt, wordt het toch opgedaagde publiek bedankt. Ook de geluidsman van de Vaart wordt bedankt, en verdiend. Knap wat hij voor elkaar krijgt.
Met airplay op onder andere Pinguïn Radio en diverse buitenlandse ‘indie’ radiostations en een plek op de bank nog, voor de afgelopen editie van Paaspop, lijkt me Death Star Discotheque langzaam maar zeker op te stomen naar een plek in de volgende divisie. Mijn tip: hou hun agenda in de gaten en ga ze zien.


Oh my Goth

Oh my Goth Bossche muzikale evenknie van weekend gothcultuur

Willem Twee poppodium programmeert geslaagde avond gothmuziek

Oh my Goth is een samenwerking van drie Bossche culturele organisaties. Design Museum Den Bosch, de Verkadefabriek en Willem Twee. Zij slaan de handen ineen en presenteren op 5 en 6 maart 2022 een tweedaags festival. KLANKGAT richt zich vooral op de bands die op 5 maart staan geprogrammeerd.

Oh my Goth

Zoals het gezegde luidt, de één zijn dood… Gelukkig niet zó uitgesproken, komt het er zaterdag 5 maart toch op neer dat de corona van collega-recensent Johan Kramer mij een kadootje in de schoot werpt. Of ik niet in zijn plaats naar het festival Oh my Goth festival wil gaan, want positief getest.

Eerlijk is eerlijk, goth is voor mij vooral muziek uit mijn jeugd. Wat er zich tegenwoordig in dit genre afspeelt, ik heb geen idee. Dus ja, de uitnodiging aangenomen en de kou getrotseerd.
Het festival zal zich afwisselend in de Kleine en Grote Zaal van de Willem Twee poppodium afspelen.

Oh my Goth
Tramhaus

Opener Tramhaus trapt de avond af in de kleine zaal. Een betere opener kan men zich niet wensen! Een behoorlijk eigen geluid, van twee gitaren, een volle bas en drums waarbij veel toms worden gebruikt, aangevuld met een zanger die zeer goed bij stem is. De kleine zaal is behoorlijk gevuld, maar vanaf tel één staat vrijwel iedereen mee te bewegen met de postpunk van dit Rotterdamse quintet. Ruim een half uur overtuigen ze, door met overgave hun muziek neer te zetten.

Remy Neumann
De volgende Oh my Goth act is een dansperformance van bedenker en regisseur Remy Neumann. Danser Simon Bus treedt aan in de Grote Zaal. Midden voor het podium, als wel aan weerszijden van de zaal, op de verhogingen, staan drie doeken, met op elk een duivel er op geschilderd. Remy Neumann begeleidt op zijn basgitaar de dans van deze demonen. De twee vleugelspelers bewegen en wormen zich langzaam naar het midden om daar aansluiting te vinden bij de derde duivel. De doeken worden elk overeind gehouden door dansers, en door middel van de muziek van Jornt Duyx en dans wordt duidelijk gemaakt, dat een ieder zijn eigen demonen heeft en bevecht.

Oh my Goth
Danser Simon Bus

In deze tijden van corona scepsis en flat-earth-societys, durf ik een derde bron van twijfel aan te boren, en wel dat de zon niet in het oosten opgaat, maar in het westen. Meer precies, in Rotterdam.
Nadat eerst Tramhaus een erg sterke indruk maakt, is het nu tijd voor het eveneens Rotterdamse Rats On Rafts. Ook een quintet, een tiental jaren geleden begonnen als postpunk kwartet, hebben zij hun sporen al wel verdiend in de Nederlandse, maar ook daarbuiten, muziekwereld.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Het tweede deel van de titel van de Rats’ laatste plaat, The Mind Runs A Net Of Rabbit Paths, blijkt een blauwdruk voor wat ze vanavond laten horen. Vanaf de eerste, langzame staccato aanslagen op de slaggitaar, niet veel later aangevuld door een snellere basgitaar die de slaggitaar meeneemt in haar tempo. De drums vallen in, de zang begint, en voor je het weet zit je in de trein die Rats On Rafts vanavond is.

Met een uniek geluid, gekleurd door mooie duidelijke basloopjes, hakkende én ingetogen drumpartijen, staccato slaggitaar, tweestemmige glasheldere en glasharde dameszang, en nog veel meer, leiden de Rats je door de konijnenpaadjes. Af en toe komt het ene paadje je bekend voor, maar bij de eerstvolgende kruising blijkt het toch weer een heel ander paadje te zijn, dan dat waar je al doorheen bent gekomen. En zo een uur, anderhalf uur lang?

Hermetisch sluiten de nummers zich aan elkaar, wat weinig ruimte laat voor applaus. Ik merk dat ik dat jammer vind. Ik wil graag laten weten dat ik het gaaf vind. Dat het uiteindelijke eindapplaus zo massaal is, is duidelijk de verdienste van het eigenzinnige van Rats On Rafts.

Oh my Goth
Mathilde Nobel – Oh my Goth

Met een hoofd vol, weer naar de Kleine Zaal, waar Mathilde Nobel op het podium staat. Half verstopt achter een opengeklapte laptop, waarbij haar donkere contactlenzen opvallen, iets wat haar meteen een masker en afstand meegeeft.
Mathilde tovert uit haar laptop eigen beats en ritmes, die ze aanvult met zang. Rhytmische zang, melodieuze zang, ter plekke opgenomen zang, die met een tapeloop een tapijt legt voor meer wonderschone zang. Meeslepend en van hoog niveau neemt Mathilde je dansend mee in haar wereld, ondertussen breeduit glimlachend. Een glimlach die nog breder wordt als ze na haar set, het applaus van het enthousiaste publiek ontvangt.

Afsluiter Laster staat klaar om de avond af te sluiten. Drie gemaskerde muzikanten storten hun sferische black metal uit over de zaal. Drums, bas en gitaar storten zich in technisch hoogstaande breaks en tempowisselingen. Regelmatig versterkt door dubbele bassdrums, en zang die varieert tussen praterig, schreeuwend, en gruntend. De onverstaanbaarheid van de zang, in combinatie met de maskers, zorgt voor een vervreemdend effect. In plaats van mee te willen in de wereld van Laster, merk ik dat dit niet mijn ding is.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Qua programmering zou je kunnen zeggen dat Laster het meest ‘goth’ van deze Oh my Goth avond is. Donker, duister, verontrustend. De andere acts zitten meer in de postpunk of new wave-hoek. Maar ach, hoe belangrijk is een hokje als je zomaar even een paar toffe acts in je schoot geworpen krijgt.

Oh my Goth sloot af met SKEMER, een gloednieuwe samenwerking tussen zangeres annex fotomodel Kim Peers en gitarist Mathieu Vandekerckhove van Amenra en zijn persoonlijke project Syndrome, Die samenwerking leidt tot minimalistische dark waveconstructies die zowel bruut als erotisch zijn. Verder had de Verkadefabriek een aandeel in Oh my Goth door een concertfilm van The Cure te vertonen.

Op de fiets naar huis, word ik voorbij gereden door een auto, waarvan op het dak een jongen ligt, zich met beide handen vastklampend in de open ramen, hardop het ‘Ahieieie’ van The Lion Sleeps Tonight’ zingend. Lieve mensen, de lente is begonnen.

 


De Goth – Designing Darkness tentoonstelling in het Designmuseum is nog tot 18 april te zien.

Death Star Discotheque

Three is nieuwste release van Death Star Discotheque

Drie nummers postpunk uit de regio Boxtel/Eindhoven ontstaan en ontwikkeld in de lockdown periode

Ons aller hoofdredacteur Ronald werd getipt door Death Star Discotheque zelf, dat ze nieuwe muziek uit hebben gebracht. Of ik eens naar Three wilde luisteren.
Vooropgesteld dat Klankgat met name de Bossche muziekscene een warm hart toedraagt, mogen er ook wel eens uitzonderingen gemaakt worden. Death Star Discotheque (goeie naam!) stamt uit Eindhoven en Boxtel, en vormt bij deze de uitzondering. Wat ook meehelpt, is dat de band 16 december een optreden heeft gepland in het sympathieke café van de Bossche Brouwers aan de Tramkade.

Death Star Discotheque, Three
Death Star Discotheque
Death Star Discotheque – Three

Maar nu waar het feitelijk om draait: de muziek. Three is een EP met daarop drie nummers. Death Star Discotheque heeft eerder al materiaal uitgebracht, zoals op Spotify te vinden is, en dit is hun tweede EP.

Three

De opener, Freedom Of Speech, trapt lekker af met wat gitaar feedback aan het begin. Opvallend is het droge strakke basgeluid wat het nummer sterk overeind houdt. Qua sfeer doet het denken aan de Stooges. Met name de gitaarsolo’s na elk refrein dragen hier aan bij. Het klinkt erg lekker, maar het pianogepingel als afsluiting gaat aan mij voorbij.

Om toch maar de Grote Namen erbij te pakken om de sfeer van een nummer te duiden, het tweede nummer, Colours, heeft iets van Sonic Youth ten tijde van Goo, en van Dinosaur Jr.’s ‘Bug’. Een licht melancholiek nummer, met als kadootje mooie zin ‘She’s like the colours I adore’.

Afsluiter 1000 Eyes doet mij niet zo veel. Het is een soort ‘generic’ postpunk: up-tempo, met schreeuwende zang. Het klinkt lekker strak, maar heeft weinig eigen smoel.

Death Star Discotheque speelt in december in Brouwpodium Bossche Brouwers de Vaart, ik ben wel benieuwd hoe ze live zijn.

Death Star Discotheque
Line-up Death Star Discotheque

Death Star Discotheque is een indie/post-punk band uit Boxtel/Eindhoven.

 De band werd eind 2018 opgericht. Na een periode als trio te hebben gespeeld, werd de band in de zomer van 2021 verstrekt door een bassist.

 De band gaf vele optredens in Nederland (oa in De Pul/Uden en de W2/Den Bosch) en België. In de zomer van 2019 deed de groep een mini-tour in Duitsland (oa Wild at Heart/Berlijn).

 In oktober 2021 verscheen Three, een drie track EP. Eerder verschenen de singles Face Yourself (inclusief clip), Wasting Time en We Are XTC/Dance die in vele Spotify lijstjes werden opgenomen.

The Isolation Sessions
Screenshot The Isolation Sessions

Tijdens de C19 lockdown deed de band een optreden tijdens The Isolation Sessions in de Effenaar, Eindhoven. Dat waren concerten zonder publiek en via livestream uitgezonden. Net als veel andere bands wachtte ook Death Star Discotheque ongeduldig op het moment dat de zalen weer open mochten. De lockdown periode werd benut om te werken aan nieuwe nummers.
 met de EP Three als resultaat.

Line-up:
Michel, vocals/guitar
Roelof, drums
Eugene, guitar
William, bass

Bettie Serveert

Oude liefde roest niet: Bettie Serveert in Tuinsessies

Museumtuin in Den Bosch is een prima plek voor herinneringen

De kaartjes voor Bettie Serveert in de Tuinsessies waren in no time weg, foetsie, uitverkocht. Gelukkig brachten de versoepelingen wat meer ruimte in de ticketverkoop en kon KLANKGAT vrijdagavond 30 juli erbij zijn.

Bettie Serveert

Bettie Serveert
Bettie Serveert / Peter Visser en Carol van Dyk

Muziek ontroert, muziek raakt mensen, muziek roept herinneringen op. Maar kan muziek het weer bezweren? De elementen besturen?
Het heeft er alle schijn van deze vrijdag, want pas als de laatste klanken wegsterven van Bettie Serveert ’s toegift, en het hartelijke applaus is verstomd, barst de regenbui los die al een tijd op dit moment heeft gewacht. Hiermee een eind makend aan een intiem zomeravondconcert.

Wat we het uur ervoor gezien en gehoord hebben, biedt niet echt een staalkaart van Betties oeuvre. Van Palomine, de plaat waarmee ze in 1992 debuteert, worden vier nummers gespeeld, hiermee een soort van geraamte vormend voor dit optreden. Eén van die nummers is set opener Brain -Tag, wat vanavond voor het eerst in twaalf jaar weer gespeeld wordt.

Het geraamte wordt verder aangekleed met een brede, soms verrassende keuze van eigen en gecoverde muziek. Ray Ray Rain, van de tweede plaat Lamprey, wordt opgevolgd door een cover van Liz Phair. Een Amerikaanse zangeres en liedjessmid die Bettie Serveert via haar platenmaatschappij heeft keren kennen. Bettie, in deze incarnatie, bestaande uit Carol van Dyk, zang en gitaar, en Peter Visser, gitaar en kwinkslagen.

Bettie Serveert
Carol van Dyk

Het daarop volgend nummer is wat meer jazzy. Het is van Chitlin Fooks, een band die Carol vormt samen met Pascal Deweze van het Vlaamse Metal Molly. Verrassend hierna is de cover van the Cure’s Just Like Heaven. Anders dan het origineel maar raak gekozen en gespeeld.
Het bekende Fifty Ways To Leave Your Lover van Paul Simon voelt wat onbeholpen aan. Met name het karakteristieke drumintro- en doorlopende riff vormt een belangrijk element van het origineel en worden hier gemist.

Under The Surface, ook van Betties eerste plaat en het laatste nummer van de set, wordt dankbaar opgedragen aan de oprichter van de Bettie Serveert- fanclub. Opvallend aan de eigen nummers is, is dat ze korter zijn dan op plaat. Makkelijk te verklaren is het wel, de gitaarsolo’s die wel op plaat staan zouden in deze semi- akoestische setting behoorlijk uit de toon vallen.
Na een kort wikken en wegen komen Carol en Peter nog terug voor een toegift, een nummer van de Velvet Underground. Niet vreemd, als je bedenkt dat Bettie in 1997 een tribute-tour heeft gedaan ter ere van V.U.

En vervolgens dwingt de regen ons, de museumtuin te verlaten en ons heil binnen te zoeken.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Ik ben blij dat Tuinsessies in tweede instantie gekozen heeft voor meer publiekscapaciteit. Dit gaf mij de kans om ook een kaartje te bemachtigen, want je weet, oude liefde roest niet. Dit geldt zeker voor de muziek van Bettie Serveert. Eigengereid, met een uniek stemgeluid, weet ze ook in deze kleine opzet haar muziek goed voor het voetlicht te brengen.


Fotografie: Sandra Leijtens Photography

Lamprey

Palomine

Bruut

BRUUT! ft. Anton Goudsmit serveren snelle surfjazz

Virtuoos gitaarspel vult Amsterdams kwartet feilloos aan in de Clubzaal van de Verkadefabriek op Jazz in Duketown 2021

BRUUT! is een Amsterdams jazz- kwartet, dat sinds 2011 actief is. Voor hun laatste plaat, Go Surfing, hebben zij hun al niet geringe krachten ook nog eens gebundeld met Boy Edgarprijs- winnaar, gitarist Anton Goudsmit. Hun optreden tijdens Jazz In Duketown staat geheel in het teken van deze laatste plaat.

Dit betekent dat bij het eerste nummer de toon gelijk gezet wordt. Jazz? Eerder snelle, pittige surf met begeleiding van saxofoon, Hammondorgel, drums en contrabas. Vlam, gelijk vol er in.

BRUUT! ft. Anton Goudsmit

Anton Goidsmit
Anton Goidsmit

Het tweede nummer is een soort Egyptian reggae achtig stuk. Maarten Hogenhuis heeft zijn altsax omgeruild voor een tenorsax. Warm diep en donker soleert hij tussen de gitaarklanken van Anton Goudsmit.
Het spelplezier is duidelijk bij alle vijf de heren van BRUUT!, en een feestje om naar te kijken.

BRUUT!
Folkert Oosterbeek

Dit plezier zal niet in de laatste plaats komen door de keuze in repertoire; ‘Jolene’ is een bekende country- klassieker, maar leent zich ook goed voor de surf’n’jazz- behandeling die ze hier ondergaat.
Een andere cover, hoewel minder ver van hun bed, is de Beach Boys- plaat ‘Surfer Girl’. In een uitvoering die bijna vraagt om een regenachtige zomeravond. Langzaam, warm en melancholiek, waarbij een hoofdrol is weggelegd voor een solerend Hammondorgel, onder de kundige vingers van Folkert Oosterbeek.

En zo gaat het een uur lang door. Deze mannen staan te spelen alsof het geen enkele moeite kost- hoewel, aan het eind van één van de laatste stukken, komen de laatste altsaxnoten welhaast uit de ténen van Maarten Hogenhuis.

Maarten Hogenhuis
Maarten Hogenhuis

Bescheiden maar enthousiast en bevlogen vervult de ritmesectie zijn taak; Felix Schlarman op drums en Thomas Rolff op contrabas. Een betrouwbaar, swingend fundament om nummers op te kunnen bouwen.
Meen ik nou in het laatste stuk ‘Poupée De Sir, Poupée De Son’ van France Gall te herkennen? Daar wil ik van af zijn, feit is wel dat ook hier weer een ‘classic’ kundig en lekker ver- jazzsurft wordt. En met een outro waar geen eind aan lijkt te komen, in de goede zin van het woord, neemt BRUUT! na een wervelend optreden afscheid van deze editie van Jazz in Duketown.

Deze slideshow vereist JavaScript.


Coverfoto: ©Robert Arts
Screenshots BRUUT! en Anton Goudsmit – Jazz in Duketown 2021

BRUUT! op Youtube: