Bert Palinckx

Bert Palinckx neemt afscheid van November Music, een interview

Omarm het nieuwe zonder jezelf te verliezen.

Ik schrijf al enkele jaren lang met veel plezier recensies over de prachtige concerten en theaterervaringen die ik bij November Music mocht meemaken. Ook in 2024 gaat het in november weer heel mooi worden: November Music 2024 vindt plaats van 8 tot en met 17 november in ’s-Hertogenbosch.

Bert Palinckx

Bert Palinckx
Bert Palinckx

En heel wat artiesten zijn alweer bekend: Mayke Nas, Bec Plexus, Dyane Donck, Mathilde Wantenaar, Ann Cleare, Liza Lim, Franghiz Ali-Zadeh en Annelies van Parys. Het Concertgebouworkest en het Radio Filharmonisch Orkest komen voor de eerste keer naar het festival in de grote zaal van het nieuwe Theater aan de Parade. Er zijn concerten van internationale toppers zoals Ensemble Modern, Diotima Quartet en Alva Noto. En ongetwijfeld gaan we nog meer namen tegenkomen de komende maanden.

Mocht je November Music al kennen dan hoef ik er weinig over te vertellen, je blijft vast terugkomen voor meer. Kende je het nog niet, grijp dan vooral je kans om kennis te maken met vernieuwende muziek van een weergaloos niveau. Met optredens waarvan ik zelf jaren later nog denk: “Wat was dit toch mooi”.

Artistiek directeur van November Music Bert Palinckx neemt na 25 jaar na deze editie afscheid. Daarom had ik pas een gesprek met hem over deze tijd, en wie Bert Palinckx is. In Theater de Nieuwe Vorst in Tilburg mocht ik hem ontmoeten voor een zeer genoeglijk en inspirerend gesprek. Brabant Cultureel heeft in een interview al eens zijn geschiedenis in eigen woorden weergegeven en liever dan dat nog eens dunnetjes over doen haal ik er in het artikel hieronder wat kenmerkende rode draden uit.

Hij komt even na mij aan voor de afspraak en heeft een blik van voorzichtige openheid, we tasten wat dingen af die we gemeenschappelijk hebben zoals muziekvrienden, groepen als Genesis, Yes, stukjes levenservaring, optredens die we hebben gegeven (we hebben tenslotte allebei een leeftijd waarop je wel eens wil terugblikken).

Ik moet denken aan de uitspraak van Kierkegaard: “Livet forstås baglæns, men må leves forlæns.” Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.). Daarna opent hij helemaal en hoef ik geen vraag meer te stellen, de ervaringen, geschiedenis, inzichten en ideeën buitelen in hoog tempo over me heen.

Rode draad: de snelkookpan

In ‘Outliers’ bespreekt Malcolm Gladwell wat gemeenschappelijke factoren zijn die bijdragen aan het succes van iemand. Eentje daarvan is de ‘snelkookpan’. Op enig moment als jonge jongen zat Bert op school (het Paulus lyceum in Tilburg) waar hij in muziek en cultuur werd gestimuleerd (school is heel belangrijk voor die dingen). Een schoolvriend van hem kreeg een drumstel van zijn ouders, en via vrienden die al gitaar speelden was het vrij natuurlijk dat Bert (via de basgitaar) contrabas ging spelen.

Met medeleerlingen werd er geëxperimenteerd met Pink Floyd-achtige muziek, bandrecorders en jazz improvisaties. En dat wel vrij fanatiek. Tilburg was toen best een cultureel sentrum (ja, met een ‘s’) waardoor Bert met allerlei voortrekkers van de culturele scene in aanraking kwam die hem ondersteunden.

Vanuit daar was er dus VEEL oefenen, VEEL interactie met andere muzikanten (ook uit Amerika) en meteen al veel uitvoeringen. Ook de muziekschool speelde hierin een grote rol, het was toen goedkoop om lessen te volgen en een contrabas kon je huren.

Bert
muziekvrienden

Door deze intensieve blootstelling aan muziek en muzikanten kon Bert muzikaal flink groeien. En daardoor (het lijkt wel een soort strange attractor uit de chaos theorie) werd hij vaker uitgenodigd, ook op steeds bekendere plekken zoals het Bimhuis. Hij studeerde aan de universiteit als planoloog.

En in de weekends vierde hij geen feest maar studeerde hij muziek. Toen er eenmaal dit soort optredens kwamen en zijn club in 1981 de landelijke jazzprijs won lag de weg open naar meer op dit gebied. En daardoor kwam er een platencontract. Een zichzelf versterkend effect.

Daarnaast studeerde hij af als planoloog en vond ook werk in die richting, waarbij hij veel over organisatie leerde. Het is dan ook heel logisch dat hij meedeed aan de oprichting van de Paradox, waarbij zijn ervaring op het organiseren van optredens, contracteren van muzikanten en alles wat daarbij komt kijken alleen maar toenam. Misschien hielp ook mee dat hij van huis uit een uiterst praktische insteek had meegekregen.

Rode draad: omarm het onbekende
Een ander aspect is dat Bert heel geïnteresseerd is in nieuwe ervaringen. Hij ging het aan om veel over de wereld te reizen voor de muziek, waardoor hij wereldwijd veel contacten legde. Ook als hij wat minder met de muziek ‘had’.

Stockhausen is niet iedereens favoriet. Zijn werk intussen bracht hem in contact met veel lagen in de maatschappij waaronder allerlei verenigingen maar ook krakers en issues rond huisvesting. Weer een kans om te leren organiseren en omgaan met veel mensen. Heel knap als je weet dat Bert zichzelf nogal verlegen vindt.

Het is niet gek dat hij toen werd uitgenodigd om sturing te gaan geven aan het al eerder opgerichte (maar nog heel kleine) November Music, waar hij Henri Broeren leerde kennen en boven de Toonzaal een kantoortje kreeg. Hiervoor moest hij wel zijn toch vrij veilige baan opgeven. Maar dat is een stap die hij waagde.

En wederom had hij te maken met veel onbekenden: de andere eisen die muzikanten stellen voor een dergelijk festival, andere eisen rond kwaliteit van de apparatuur en noem maar op.

Rode draad: De juiste samenwerking
In de loop van November Music zocht en kreeg Bert ook hulp van anderen, waarmee hij gesprekken voerde en die hem nieuwe gezichtspunten lieten zien. Hierdoor kon hij zich op zijn eigen kernwaarde en werk richten en ontwikkelde hij zich voortdurend.

Rode draad: omgaan met druk van buitenaf
Festivals hebben nu eenmaal geld nodig, en November Music werd flink gesubsidieerd. Het evenwicht tussen geld en aantal bezoekers was niet zo goed als dat zou moeten. Dus Bert moest het zoeken in de grotere bezoekersaantallen en het aantrekken van betere publiekstrekkers. Daarin nam hij het risico om Louis Andriessen en Eric Vloeimans aan te trekken. Tot ieders vreugde en verrassing was de zaal meer dan uitverkocht. Waarmee men min of meer uit de kosten was. Dit maakte ruimte voor het maken van wat November Music nu zo mooi maakt: het durven aangaan van vernieuwende concepten die toch een zeer hoge kwaliteit hebben.

Rode draad: hoge normen en waarden
Vanaf het begin werd Bert gestuurd door hoge waarden. Zo werkt November Music niet met vrijwilligers maar zzp’ers, omdat mensen die werken nu eenmaal hun geld waard zijn. November Music won in 2023 de Nieuw Geneco Fair Practice Award 2023 voor transparantie en sustainable practices. Verder werden ze in 2020 deel van de landelijke BasisInfraStructuur; een ware beloning voor deze integriteit.

Rode draad: Meegaan in de veranderingen zonder uit balans te raken.
Er gebeurt van alles in de wereld, veranderingen en vermengingen in cultuur, erkenning van niet-westerse muziek, wereldwijde conflicten, milieu, emancipatie.
Bert zelf vindt dat je met muziek uit de politiek weg moet blijven, hij zoekt wat mooi is en wil schoonheid brengen.

Tegelijk beweegt hij en daarmee November Music wel mee, meer aandacht voor vrouwelijke componisten en musici (en je hebt heel wat erg goede, denk aan de ons te vroeg ontvallen Saariaho).

En aandacht van andere dan westerse muziek. Bert zoekt daarin een balans. Enerzijds mag het wel wat minder met de hegemonie van de ‘witte oudere man’, aan de andere kant is het zeker niet de bedoeling dat je die cancelt. Veel mooier is als iedereen kan bijdragen en samen kan werken.

Dit alles straalt echt van November Music af, interessante nieuwe dingen, hoge kwaliteit en veel gezichtspunten die zijn vertegenwoordigd.

Waarom zou je er dan mee ophouden?
Bert: Ik heb het nu 25 jaar gedaan, en eerlijk is eerlijk, ik kom op een leeftijd waarop dat heel vermoeiend wordt. De organisatie houdt enorm veel in. John Zorn bijvoorbeeld is een geweldige artiest, en is (op zich te prijzen op die leeftijd, hij is nu 70) veeleisend en vergt veel aandacht. Daarnaast gebeurt er zoveel op muzikaal gebied dat dat voor mij (of welk ander mens dan ook) niet goed meer is bij te houden.

Daarnaast kom ik ook teveel in een routine terecht, de meeste dingen heb ik nu wel gezien. En dan wordt het echt tijd om het stokje over te dragen aan iemand met weer nieuwe inzichten. Er is nog ruimte genoeg om te groeien: bijvoorbeeld in een nauwere samenwerking met Theater aan de Parade. Dan kan ik een poos mijn rust nemen en me weer bezighouden met mijn kern, het theater, en wellicht mijn eigen muziek weer oppakken.

 

Foto’s: Erwin Engelsma

Younes Zarhoni

Younes Zarhoni baseert zijn zang op oude Sufi traditie

De eeuwenoude teksten en polyfone zang roepen voor ieder andere beelden op

Younes Zarhoni is een Belgisch-Marokkaanse elektronische muzikant, multidisciplinair kunstenaar en geluidsontwerper gevestigd in Brussel. Voor zijn teksten gaat hij eeuwen terug. Het zijn mystieke klassiek Arabische teksten uit de tiende en elfde eeuw. KLANKGAT sprak hem na zijn set in de Spiegelzaal in Willem Twee bij het PRESENT festival.

Younes Zarhoni

Younes Zarhoni
Younes Zarhoni – ©Mickey Obo Photo

KLANKGAT: Uit welke traditie komt de zang?
Younes Zarhoni: Het zijn mijn eigen composities. Alle stemmen zing ik zelf in. Per stuk zijn het zo’n vier tot zes stemmen, eigenlijk. De teksten zijn tiende eeuws, elfde eeuwse mystieke poëzie. Het is klassiek Arabisch.

De teksten zijn voornamelijk van twee auteurs. De een komt uit het huidige Andalusië en de andere uit wat vroeger Perzië (Iran) heette. Het waren twee poëten, filosofen, mystici, punkers van hun tijd eigenlijk. Ik werk voor een deel met die teksten en dan creëer ik mijn eigen compositie daaromtrent. Ik creëer eigenlijk een soort polyfonie (lett. ‘veel stemmen’).

Younes Zarhoni
polyfonie – ©KLANKGAT

Komt het uit de Sufi traditie?
Het heeft wel zeker raakvlakken. Het zijn twee auteurs die ver voor hun tijd waren in de mystiek en in de Sufi traditie.

Het deed mij ook denken aan het oude Egypte. Beelden kwamen bij mij op van een dodenritueel.
Oh ja? Het is wel mooi dan, dat dat jou doet reizen naar die tijd. Dat is het bijzondere aan muziek, natuurlijk. Voor mij blijft het wel een soort verhaal, een roadmovie. Verschillende elementen uit mijn biotoop, uit mijn dagelijks leven. Ik werk heel veel met cirkels.

Spiegelzaal
inner circle Spiegelzaal – ©Mickey Obo Photo

Daarom wil je ook graag mensen om je heen hebben.
Ja. Het zijn vier stukken. De mensen zitten in een inner circle om mij heen. Ik maak gebruik van arpeggio’s [arpeggio is een akkoord waarvan de noten ná elkaar klinken in plaats van tegelijkertijd, red.].

Daarnaast neem ik geluiden op die mensen horen als ze onderweg zijn, in de trein of het water dat aan het stromen is of het geknetter van vuur, een van de vier elementen, aarde, water, lucht en vuur. Dus eigenlijk cyclisch, ik werk veel met cycli. Vandaar vier stukken, de vier momenten van de dag , de vier seizoenen. Je kan daar verschillende elementen aan koppelen.

Maar de cirkel, de vorm van de cirkel is voor mij wel belangrijk, de inner circle zoals we er hier in de Spiegelzaal bij zitten, de speakers in een cirkel. Oorspronkelijk is de vormgeving een stellage maar vanavond is het een performance.


Fotografie: Mickey Obo Photo

Younes Zarhoni Live @ KRAAK FESTIVAL 2023

Floris Vanhoof

FAQ festival viert 50 jaar Serge Modular

Openingsdag in de Toonzaal met Serge-specialisten Thomas Ankersmit en Floris Vanhoof

FAQ festival zou FAQ festival niet zijn als het het 50-jarig bestaan van de Serge Modular niet zou vieren. De viering vindt uiteraard plaats in De Toonzaal, de wieg van het FAQ festival dat sinds een aantal jaren een onderdeel uitmaakt van November Music.

Voor deze speciale Serge Modular avond zijn Floris Vanhoof en Thomas Ankersmit uitgenodigd.

50 jaar Serge Modular

De eerste Serge Modular kwam uit in 1973. De Amerikaans-Russische bedenker Serge Tcherepnin ontwierp een elektronisch instrument met meer functies dan de bestaande instrumenten van Moog, ARP en Buchla.

Floris Vanhoof

Deze slideshow vereist JavaScript.

“Een Serge modular is een elektronisch instrument maar dan heel open gebouwd. Bepaalde elektronische instrumenten hebben een aantal functies. Maar een Serge heeft meerdere functies waardoor je een veel beter spectrum aan klanken kan genereren.”

Aan het woord is Floris Vanhoof die het FAQ festival 2023 opent met twee stukken op zijn Serge Modular. Zijn trefwoorden zijn open design, electric noise, manual. Alles zo handmatig mogelijk tijdens een live-set.

De display (of wat daar voor door moet gaan) op de houten tafel oogt chaotisch, random. Meer pluggen, draden, apparaten dan je gewend bent maar ook klassieke Coca Cola flesjes en flacons vloeibare zeep. Dat vraagt om uitleg.

Serge Modular
Floris Vanhoof – zeepsop, leds en lasers

“Ik heb zeepsop in een flesje gedaan en dan schijn ik met een laser door die zeepsop. Normaal gebruik ik leds om kamer te verlichten, stroom erin en licht eruit. Ik keer dat proces om en schijn licht in de led en laat er stroom uitkomen waardoor als je de stroom versterkt, er geluid ontstaat. En waardoor je in alle variaties naar licht en geluid kan luisteren*.”

Floris Vanhoof
FAQ festival – ©Mickey Obo Photo

Op het scherm zie je het gelaserde beeld van de zeepsop en hoor je tegelijkertijd het gemanipuleerde geluid met behulp van zijn zeer persoonlijke versie van de Serge Modular.

Om deze bijzondere set beter uit te laten komen, gaan alle theaterlichten uit. Licht en geluid raken er intenser door. Het tweede en kortere stuk heeft hij deels gemaakt in de Willem Twee Studio’s.

Thomas Ankersmit
Serge Modular
Thomas Ankersmit

De set van Thomas Ankersmit is geheel anders dan die van Floris Vanhoof. Met zijn Serge Modular-synthesizer produceert hij soundscapes die ijl en zeer gedetailleerd klinken om ze af te wisselen met brute kracht.

In tegenstelling tot zijn voorganger maakt Thomas geen gebruik van visuele middelen. Geluid, noise en ritme roepen sowieso allerlei associaties op. Flarden van de speelfilm Tenet van Christopher Nolan schieten door mijn hoofd.

De set is klassiek in opzet maar de kracht van de Serge Modular is weer ontegenzeggelijk aangetoond.

Let’s Paint TV

John Kilduff
John Kilduff

FAQ haalt altijd een soort sidekick binnen die op meer luchtige wijze de elektronische muziek benadert. Deze keer is het de act Let’s Paint TV, een Amerikaanse televisieshow gepresenteerd door kunstenaar John Kilduff.

In de foyer van de Toonzaal zal John Kilduff alle drie dagen zijn show opnemen voor live publiek.


*Floris Vanhoof heeft een audio-visuele studie genoten en de verbinding van beeld en geluid komen daaruit voort. Bij zijn live acts maakt hij gebruik van een projector.

H73 Live!

H73 Live! haalt uit met twee verschillende orkesten

Stadscomponist ’s-Hertogenbosch Bart van Dongen viert eerste jaar voor vol huis H73

H73 Live! presenteert een zevental composities van Stadscomponist ’s-Hertogenbosch Bart van Dongen op zaterdag 23 september in de foyer van Huis73. Er is veel belangstelling voor deze gelegenheid. Alle zitplaatsen zijn bezet en aan de bar staat ook een pak mensen. Na het welkomstwoord van Bart van Dongen posteert Edward Capel zich voor het orkest.

H73 Live!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Naast instrumentale composities werkt Bart met tekstdichters zoals Eva van Pelt, stadsdichter Doeko L. de Dichter. en kanaaldichter Rick Terwindt. Dat heeft liederen opgeleverd die gezongen kunnen worden. De orkesten Misty House o.l.v. Edward Capel en de Aanhaak Fanfare o.l.v. Bart van Dongen zijn voor deze gelegenheid ineen gevoegd. Vincent Roes zorgt voor vocalen in de eerste nummers van deze middag.

Elke maand publiceert Bart van Dongen een compositie in het huis-aan-huis blad De Bossche Omroep. Dat doet ie al sinds oktober 2022 bij zijn aanstelling als stadscomponist. De volgende stukken worden uitgevoerd:

    • Lentebries
    • Waarom
    • Oorlog, houdt het dan nooit op
    • Kanaal – tekst Rick Terwindt
    • Kwijtgescholden – tekst Doeko L.
    • Dit huis is een museum – tekst Eva van Pelt
    • Met z’n allen

In totaal heeft Bart van Dongen twaalf composities gemaakt afgelopen jaar. Elke maand een compositie. En nu zijn aanstelling waarschijnlijk met een jaar wordt verlengd, kan de stad Den Bosch de volgende twaalf tegemoet zien.

Edward Capel
Edward Capel

Edward Capel dirigeert de eerste drie nummers van H73 Live! en dat doet hij op zijn manier. Zijn gestiek is op zijn zachts gezegd heftig te noemen en wijkt sterk af van hoe kandidaten van het tv-programma Maestro het normaliter doen, namelijk met een stokje. Edward doet het bezielend met zwaaiende armen en bereikt daarmee eigenlijk hetzelfde.

H73 Live
Vincent Roes

Zanger Vincent Roes is goed bij stem. Helaas is de akoestiek in de foyer niet al te best, maar dat gegeven is bekend. Na drie nummers neemt Bart van Dongen het stokje over van Edward Capel en staat Eva van Pelt achter de microfoon. Zij spreekt/zingt de tekst van de compositie Kanaal van tekstdichter Rick Terwindt en Kwijtgescholden van Doeko L. en vervolgens haar eigen tekst in Dit huis is een museum.

Eva van Pelt
Eva van Pelt

H73 Live! wordt toepasselijk afgesloten met het stuk Met z’n allen. Het is een instrumentale compositie met een zweem van Spaanse en Arabische elementen. Bart nodigt het publiek uit om ritmisch mee te klappen met het nummer dat met a-tonale klanken eindigt. Het publiek trakteert de spelers op een warm en lang applaus.

Velocity Made Good

Velocity Made Good op zoek naar nieuwe geluiden

Willem Twee studio's heeft dezelfde diepgang als wat ze op het Wad hebben aangetroffen

Velocity Made Good – dat zijn Thomas Venema en Wytse Dijkstra – speelt 6 oktober op Popronde Den Bosch in Willem Twee Poppodium. In het weekend van 16 en 17 september maakt het duo opnames met behulp van de unieke analoge apparaten van de Willem Twee studio’s.

Ze hopen de opnames op een later tijdstip uit te brengen maar sowieso krijgt Den Bosch de première van die opnames als ze hier op vrijdag 6 oktober optreden.

Velocity Made Good

Velocity Made Good
Thomas Venema en Wytse Dijkstra

Thomas Venema en Wytse Dijkstra komen uit Leeuwarden, Friesland en ondernamen een zoektocht naar wat ze mooi vinden. Dat leidde tot een zeiltocht van twee weken op de Waddenzee met een scheepslading vol synthesizers en instrumenten.

Op het Wad maakten ze veel geluidsopnames. Van zowel boven als onder water, het geluid van mensen, natuur en machines. Die opnames verwerkten ze tot muziek waarmee ze nu door heel Nederland toeren.

Thomas Venema: Op die manier zijn we met iemand in contact gekomen van de Willem Twee en die zei ‘Willen jullie bij ons langskomen in onze bijzondere Willem Twee studio’s?.

KLANKGAT: Is dat een logische stap om te gaan doen?

Velocity Made Good
Willem Twee studio’s

Wytse Dijkstra: Ja, juist. We zijn in een aantal studio’s geweest en hier staat synth apparatuur uit de jaren ’50 met zoveel diepgang. In die zin lijkt het heel erg op de zoektocht die we op het Wad hadden.

Met een zeilbootje zijn we met z’n tweeën het Wad opgegaan naar de diepgang die daar te vinden is. Alle geluiden die je niet per se in eerste instantie tegenkomt maar wel later als je gaat graven en langere tijd bent. Dan kom je ineens nieuwe geluiden tegen.

Thomas en Wytse proberen de tegenstelling te vinden tussen geluiden uit de natuur en die de mens toevoegt. Wat ze nu bereiken in de Willem Twee studio’s heeft dezelfde diepgang als wat ze op het Wad hebben aangetroffen.

Nieuwe geluiden
Velocity Made Good zoekt zowel op het Wad als in de Willem Twee studio’s naar nieuwe geluiden die aan een kant iets vredigs hebben maar tegelijkertijd ook spanning en gevaar in zich hebben, een constante dreiging.

Door die werelden bij elkaar te brengen proberen Thomas en Wytse de muziek te maken die ze uiteindelijk op het podium gaan spelen.

Bestaan er nog wel nieuwe geluiden?

Thomas: Nou, wel nieuwe geluiden voor mij. Ik heb nog niet alles gehoord op de wereld. Ik kan mezelf nog laten verrassen en ja, misschien hebben andere mensen het wel al gehoord. Zou kunnen.

Thomas Venema
ik heb nog niet alles gehoord

Wytse: Ik kan me iets specifieks voor de geest halen, toen we op het Wad droogvielen, midden op zee. We konden een halve dag geen kant op. Je moet je daar bij neerleggen. We deden een rondje op de zandbank. Je had de wind, de beestjes.

Dan denk je, we hebben alles en loop je terug naar de boot. Toen begon de wind een paar graden te draaien waardoor er een resonantie in de mast ontstond die verschillende klanken in zich had wat zich gedurende een paar uur verder ontwikkelde. Iets wat je niet verwacht, niet kan plannen. We hebben daar alle microfoons op gericht. We konden gewoon wachten.

Krijgen we die mast ook te horen als jullie optreden bij Popronde in Willem Twee?

Thomas: Ja. Wij hebben er al iets van gemaakt en dat spelen we nu dan ook al. Als we in Willem Twee gaan spelen dan gaan we dat nummer ook doen. Je moet wel zoeken om het te horen. Maar als je weet dat het er zit dan…. Dat is ‘m. Den Bosch wordt sowieso de eerste plek waar we het zullen gaan spelen.

Willem Twee krijgt de première bij Popronde Den Bosch van wat Velocity Made Good dit weekend in de studio aan het maken is. Thomas en Wytse vinden het een unieke kans dat ze in deze studio mogen werken. Die kans is mogelijk gemaakt door Arlet Langewender, coördinator bij zowel Popronde Den Bosch als Willem Twee.

Wytse: Zij had gehoord van ons project dat we het Wad op gingen en heeft alle koppelingen gemaakt.

Wytse Dijkstra
unieke kans voor Velocity Made Good

Arlet schreef: Het idee is dat we de analoge studio’s, welke nu voornamelijk gebruikt worden door musici uit de meer niche hoek van de elektronische muziek, bekender maken binnen de popsector. Dit project met Velocity Made Good is nu nog een experiment. Daarom hebben we subsidie gekregen van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch.

Mocht het bevallen dan wil ik dit voor Popronde 2024 weer proberen. Op die manier kunnen we jaarlijks een act uit de popsector in de Willem Twee studio’s laten werken om zo de studio’s bekender te maken binnen de popsector als plek voor nieuwe makers.


Velocity Made Good – Treppe

 


Velocity Made Good op Spotify

Gert Gering

Gert Gering programmeur klassieke en actuele muziek

Met hem bekrachtigen Theater aan de Parade en Willem Twee hun samenwerking

Den Bosch staat terecht bekend als cultuurstad van het zuiden. Er is een enorm aanbod van zo ongeveer elke muzieksoort die je maar wensen kan. Tegelijk zou het fijn zijn als concerten en zeker klassieke en nieuwe muziek, beter bezocht zouden worden. Ze zijn het dat waard.

Onlangs sprak ik met Gert Gering op locatie bij de Willem Twee Kunstruimte. Bij binnenkomst kreeg ik meteen een mooie folder met programma in mijn handen gedrukt met als titel: “van Barok viool tot nieuwe muziek”. Als je ook maar een beetje belangstelling voor muziek hebt kan je hier niet alles maar wel heel veel vinden van wat je hartje begeert.

Gert Gering
Gert Gering

Wie is Gert Gering?
Gert heeft vele jaren ervaring als programmeur van muziek in onder andere Tilburg. Hij heeft daarvoor een opleiding aan het conservatorium gevolgd, nadat hij het werk al lang deed. Hij heeft zich beziggehouden met het fonds podiumkunsten popmuziek, en heel wat andere initiatieven.

In die hoedanigheid heeft hij altijd gekeken naar vernieuwing in de muziek en het bij elkaar krijgen van de professionals en goede amateurs.

Programmeur zijn houdt veel meer in dan groepen aanschrijven en een prijs afspreken. Het gaat om de visie, om koers bepalen. Om mensen bij elkaar brengen en kijken waar aansluiting gevonden kan worden.

Daarom houdt Gert van het verbinding zoeken. Tussen muzikanten, plaatsen waar kan worden opgetreden en publiek, talenten vinden en die koppelen aan spel en samenwerkingsmogelijkheden.

Hoewel van oorsprong geen klassieke man is hij die muziek later enorm gaan waarderen. En dat houdt ook mogelijkheden tot fusie van stijlen in zich. Nu in Den Bosch op cultuurgebied meer en meer de samenwerking wordt opgezocht een prima mogelijkheid zijn talenten en ervaring te gebruiken.

Wat zijn de grote plannen?
Klassieke muziek meer bekendheid geven bij een groter publiek. Er gebeurt enorm veel moois en er is aanbod van zeer getalenteerde muzikanten die absoluut de moeite waard zijn om te beluisteren. Daarin is het ook goed om stijlen meer te verweven.

Heel veel muzikanten houden zich niet zozeer bezig met de vraag wat de stijl die ze vertolken precies is, het gaat om de muziek en de schoonheid daarvan. De genre indeling leeft meer bij programmeurs en vaak ook publiek.

Maar juist over grenzen heen durven kijken kan tot zoveel meer mooie ervaringen leiden. Zo is bijvoorbeeld de introductie van electronika in klassieke muziek een prachtige manier om nieuwe mogelijkheden te creëren. Tegelijk zijn er ook nieuwe Nederlandse componisten die veel meer aandacht verdienen.

Belangrijk is dat we aandacht blijven besteden aan de ontwikkeling van nieuw talent, je moet nu eenmaal ervaring opbouwen en speelruimte krijgen om je te kunnen ontwikkelen. Daarin wordt vaak onderschat hoe moeilijk het is om een stuk te componeren. En hoeveel podiumervaring er nodig is om dat goed neer te zetten.

Gert Gering
samenwerking – kleinschaligheid – nieuw publiek

Issues om aan te pakken?
Er moet meer aandacht komen voor samenwerking, overstijgen van grenzen. Enerzijds moet kleinschaligheid voor niche activiteiten mogelijk blijven (bv de zuiver elektronische muziek, waar een broedplaats voor nieuw talent kan zijn), anderzijds is het bereiken van nieuw publiek voor klassieke concerten aandachtspunt.

Ook het bekend krijgen van muziek bij kinderen is belangrijk, waarbij we ze geen vastgelegde vormen moeten opdringen. Ook daar gaat het om samenwerking met scholen en moeten we andere bruggenhoofden vinden. Daarbij moeten we hier en daar wat meer risico durven nemen en weg gaan van de platgetreden paden.

Vaak beoordelen critici nieuwe muziek op basis van oude overtuigingen terwijl er nu juist ruimte moet zijn voor nieuwe interpretaties en uitvoeringen.

Vanuit KLANKGAT kunnen we stellen dat het enorm de moeite waard is om de programma’s van Willem Twee en Theater aan de Parade te bekijken en hun concerten te bezoeken.


Foto’s: Erwin Engelsma

2000Motels

2000Motels eert Frank Zappa niet geheel vlekkeloos

Gevarieerde dwarsdoorsnede van immens groot oeuvre in Podium Azijnfabriek

Vrijdag 17 maart stond de Frank Zappa tributeband 2000Motels met hun ‘…plays Zappa’- tour in het Bossche Podium Azijnfabriek. Naar aanleiding van dit optreden heb ik een gesprek met drummer Karsten van Straten.

2000Motels

2000Motels
Karsten van Straten – ©Mickey Obo

‘De keuze om muziek van Frank Zappa te spelen komt voort uit pure liefhebberij. Wij als 2000Motels hebben plezier in het spelen van zijn muziek, en het publiek vindt het ook leuk, dus wij gaan er voorlopig nog wel mee door.’

Dat plezier was duidelijk te zien, afgelopen vrijdag. Na wat geluidsproblemen, werd vanaf ongeveer het derde nummer duidelijk wat jullie willen laten horen…
‘Door domme pech hebben we een te korte soundcheck gehad. Maar fijn om te horen dat onze geluidsvrouw het probleem vrij snel onder de duim had.’

… behalve dan het geluid van jullie zanger. Als hij zong, kwam het te hard en vervormd door, waardoor de rest van de band vrijwel onhoorbaar werd.
‘Het spijt me dit te moeten horen. Gerrit Eijkelboom is klassiek geschoold als zanger. Het zal toch aan de techniek gelegen hebben. Ik heb na andere optredens wel eens de opmerking gekregen dat hij te zacht zong.’

2000Motels
Gerrit Eijkelboom – ©Mickey Obo

Frank Zappa’s oeuvre is bepaald geen flauwekul, qua volume maar ook qua muzikaal vakmanschap. Hoe bepalen jullie de keus welke nummers of stukken te spelen?
‘We spelen met name de bekendere nummers. We gaan uit van onze eigen ‘beperking’. We willen wel een zo breed mogelijk scala aan Zappa’s muziek laten horen.’

Dat blijkt. Zo staan ‘Let’s Make The Water Turn Black’, van de Mothers Of Invention op jullie setlist, naast latere nummers als Baby Snakes.
‘Ons idee is, om voor zowel Zappa- afficionado’s, alsook mensen die zijn werk niet kennen te spelen. Daarom ligt de keuze op de wat makkelijkere nummers.’

En dat is dan ‘makkelijkere’ tussen dikke aanhalingstekens?
‘Ja. Ook in de nummers die wij doen, zitten muzikaal technisch uitdagende dingen, zoals complexe maatwisselingen.’

Dat is dan een kwestie van veel repeteren?
‘Wij repeteren elke maandagavond, week in week uit, om alles bij te houden. Een nummer als Zomby Woof heeft ons wel wat kruim gekost om onder de knie te krijgen. Ook tijdens corona zijn we, binnen de regelgeving, doorgegaan met repeteren. Om samen muziek te blijven maken, maar ook om goed beslagen ten ijs te komen, als we weer in zalen konden gaan spelen. Ondertussen hebben we 45 nummers waar we uit kunnen putten om een optreden samen te stellen.’

Tributeband

Deze slideshow vereist JavaScript.

Dat 2000Motels een tributeband is, en geen kloon, blijkt uit de opstelling op het podium.

‘De keuze voor een Weissenborn akoustische gitaar (door bassist Achille Regazzoni bespeeld) geeft de band een wat country-achtig geluid. Dat is een bewuste keuze geweest, en werkt naar ons idee erg goed.’

De zang van zanger- toetsenist Robin Boer benaderde die van Ike Willis behoorlijk goed. Gitarist Jan van der Veen raakte aan het begin van het optreden een behoorlijke valse noot, maar daarna viel er genoeg te genieten van zijn solo’s. Rob Brons deed gedegen zijn werk vanachter z’n keyboard.

Valentina Bruno
Valentina Bruno – ©Mickey Obo

Valentina Bruno mocht vocaal nog flink schitteren, als in de toegift het up- tempo Broken Hearts Are For Assholes en I’m So Cute er uit knallen.

‘Vrijwel geen een van onze optredens heeft dezelfde setlist en in de Azijnfabriek wilden we nog even lekker energiek afsluiten.’

Aan het eind van het gesprek nodigt Karsten me uit om weer te komen kijken als 2000Motels weer in de buurt speelt. Wordt vervolgd dus. Moowèèèn.


Fotografie 2000Motels plays Zappa: Mickey Obo Photo

Dwayne Verheyden

TexMex Dwayne Verheyden vroeg aan de accordeon

Hoe Dwayne in de ban raakte van Flaco Jiminéz en zodoende terecht kwam bij de trekharmonica

Na afloop van de eerste sessie op zondagmiddag 29 januari van TexMex muzikant Dwayne Verheyden op de Mainstage van het Western Experience festival omringen fans hem om een selfie te kunnen maken. Dwayne willigt elk verzoek met plezier in en staat iedereen te woord. Hij stemt ook direct in op mijn verzoek voor een interview. Maar eerste wil hij even wat eten en drinken. Ik volg hem backstage.

TexMex

TexMex
Dwayne Verheyden op Western Experience 2023 -©KLANKGAT

TexMex muziek is een fusie van traditionele Mexicaanse volksmuziek met elementen van country, western swing en rock and roll. Het is ontstaan in Texas en wordt gekenmerkt door het gebruik van de acordeón, elektrische gitaar en bajo sexto: een twaalfsnarige akoestische gitaar met een grote klankkast.

Deze muziek is ook bekend om zijn opgewekte ritme en liedteksten in het Spaans en Engels. Populaire artiesten in dit genre zijn Flaco Jiménez, Doug Sahm en Freddy Fender. In dit rijtje zou Dwayne uit Montfort, Limburg, zomaar aan toegevoegd kunnen worden.

Deze slideshow vereist JavaScript.

KLANKGAT: Dwayne, ik las dat TexMex jou van kinds af aan met de paplepel is ingegoten. Is dat waar?
Dwayne Verheyden: Ja dat klopt, ja. Mijn vader werd fan van Flaco Jiménez een paar maanden voordat ik geboren werd. En als kind hoorde ik zijn muziek dagelijks in huis, in de auto. Zo ben ik daarmee opgegroeid, ja. Ik zie video’s terug toen ik twee jaar was en dat ik met mijn vader op die muziek aan het dansen was. Dat is echt met de paplepel erin.

acordeón
Dwayne Verheyden-©KLANKGAT

Van het een komt het ander maar niet iedereen pakt accordeonist op als een carrièremogelijkheid en gaat daar zelfs voor naar de bron, naar de oorsprong. Hoe verklaar je dat dan?
Op mijn zevende heb ik mijn eerste accordeon gekregen van vader en moeder en ben ik begonnen met spelen. En ik wilde net zo als Flaco kunnen spelen en dat heb ik doorgezet. Eerst lessen gehad, natuurlijk toen ik klein was op een normale piano-accordeon. Dat heb ik op mijn vijftiende omgewisseld voor een acordeón waarmee ik nu speel. Hetzelfde als Flaco, een trekharmonica. Dat heb ik mezelf geleerd door zijn naar filmpjes te kijken, cd’s te luisteren.

En het Spaans?
Spaans, dat heb ik in Mexico veel geleerd en ook door van kinds af aan naar Flaco te luisteren.

Verblijf je nu veel in Mexico?
Daar woon ik eigenlijk.

Dan ben je hier nu eigenlijk op toer?
Twee weekjes in Nederland en vrijdag terug naar Mexico [3 februari, red.]

De band waar je nu mee speelt bestaat uit drie jonge gasten en … laten we zeggen een senior aan de drums. Hoe verklaar je dat?
Nou dat is eigenlijk de originele drummer. We hebben al een aantal jaren een jonge drummer, maar die wordt vader op dit moment. Hij kan er nu helaas niet bij zijn, dus we hebben onze oude vriend Jacque Schoonens gevraagd.

Gaan deze bandleden ook terug mee naar Mexico?
Nee, nee. Zij hebben hier gewoon hun werk en familie.

Met wie speel jij dan in Mexico?
Daar heb ik ook een eigen band, Mexicaanse muzikanten. En in Texas heb ik ook een band.

Dus in drie landen heb jij een band, In Nederland, Mexico en Texas.
Ja, klopt.

Komt er binnenkort nog een nieuw album uit?
Er komen nog video’s uit, singles en verschillende projecten waar ik op dit moment niet veel over kan zeggen. Ze zijn nog niet concreet. Er staat veel moois op de planning en hopelijk meer optredens in Europa en hier in Nederland.

En bij die laatste opmerking sluit ik me van harte aan. Boek die man.

 


Ilona Weiss en Maud Busschers

Maud Busschers en Ilona Weiss zorgen voor een vol huis

Voordat we gaan slapen in Theater Artemis allesbehalve slaapverwekkend

Maud Busschers en Ilona Weiss zitten in spanning want hun muziektheaterstuk Voordat we gaan slapen, beleeft zondag 15 januari in Theater Artemis zijn vuurdoop, een try-out. Het stuk wordt vandaag twee keer uitgevoerd. Ik zit in de middagshow.

Maud Busschers en Ilona Weiss

Deze slideshow vereist JavaScript.

De twee jonge vrouwen kennen elkaar van de middelbare school en deelden toen al veel gemeen zoals muziekmaken, theater, kleinkunst en het Nederlandse lied. De nodige kennis en ervaring om een avondvullend stuk in elkaar te zetten hebben beiden opgedaan door studie en in de praktijk. Uit een hernieuwde samenwerking is Voordat we gaan slapen het (voorlopige) resultaat.

Ilona Weiss Maud Busschers
Ilona Weiss – Maud Busschers

Op het gelijkvloerse toneel ligt Maud Busschers in bed te lezen, speelt Ilona Weiss op bed gitaar, bladert Orrin van Leeuwen op een sofa in een kookboek en zit naast hem violist Nina Zuure te breien. Een huiselijk tafereel.

Maud schreeuwt dat het stinkt in huis, het stinkt naar vis. “Die zat me dwars in mijn keel,” roept ze uit. Een metafoor hoe zij zich voelt. Verwachtingen die niet gelijk lopen met de alledaagse realiteit. “Waarom moet ik altijd koken en de afwas?,” vraagt Maud. Liefde en relaties, het leven van alledag is geen sprookje.

Ilona leest sprookjes voor van Roodkapje en de rol van de Grote Boze Wolf. Staat hij symbool voor seksueel misbruik? En wat moet Assepoester met die lul van een prins? Ze kan er beter vandoor gaan met Sneeuwwitje, zingt ze achter de piano.

Ilona Weiss
Assepoester en Sneeuwwitje

Maud schenkt thee in en verbrandt zich. “Heet!,” schreeuwt ze uit. Telkens verbrandt zij zich weer. Hoe het voelt om voor de zoveelste keer je mond te verbranden aan een hete kop koffie of thee waarvan je allang had kunnen verwachten dat je daar je mond aan zou gaan verbranden.

Is er een knop waaraan je kan draaien om het leven zo te sturen zoals jij dat wilt? Ja, die is er. Namelijk in de Knoppenwinkel. Maud wil graag een knop om die haar helpt om het leven wat makkelijker te maken. Haar tenen zitten zelfs vast. Die ‘makkelijke’ knop is echter al besteld door Nina Zuure. Maud zal het moeten doen met een andere knop. En uiteindelijk is Nina ook niet blij met háár knop want nu ze altijd haar zin kan krijgen, mist ze toch wel de weerstand van haar partner.

de knop
heeft u een knop voor mij?

In een andere sketch zingt Ilona over iemand op wie zij verliefd is, hoewel ze er eigenlijk tegen vecht. Ze vindt die persoon niet mooi, ja die is zelfs een beetje lelijk. Het lied kan rekenen op gelach uit het publiek. Want naast al deze beslommeringen, is de amusementswaarde erg hoog.

Het stuk wordt op alle flanken verrassend gebracht en zijn muziek en tekst van zeer goede kwaliteit. Ilona en Maud hebben heldere stemmen en zijn beide multi-instrumentalist. Orrin en Nina geven door hun spel op contrabas en viool een dramatische lading aan het geheel, dat van begin tot eind compact en helder is vormgegeven. Hulde ook aan de geluids- en lichttechniek van Theater Artemis.

Ik vraag Maud Busschers na afloop van de middagshow wat de strekking van hun verhaal is.

Maud Busschers
Maud Busschers

KLANKGAT: Er lopen verschillende verhalen in het stuk. Ik las in het persbericht dat het gaat over alledaagse dingen van het leven. Welk lied of act springt daarin het meeste uit?
Maud Busschers: Ik denk dat dat per persoon verschilt. Het gaat vooral om het moment voordat je gaat slapen dat het hoofd eigenlijk aangaat. Daar komt de hele voorstelling uit voort. Alles wat ons bezig houdt, net voor het moment dat je in slaap valt, komt naar voren en voor mij is dat in het lied over die tenen die vastzitten waarin het heel fysiek voelbaar wordt. De onrust van dat moment komt daarin voor mij heel beeldend naar voren.

En daarom wil jij natuurlijk die knop hebben?
Ja, natuurlijk want ik heb weer effe zin dat het gewoon gaat.

En hoe zit dat met Ilona? Kan je voor haar spreken?
Voor Ilona is het meer…Ilona en ik zijn sowieso heel verschillend. Ik ben zo dat ik eerder vastzit in mijn emoties, ik ga er vol voor. Ilona die denkt dat ze de emoties nog een beetje de baas kan, die drukt het liever weg en dan houdt ze haar hoofd net boven water en dan soms pfoef … komt het zo. We hebben ook ervoor gekozen om persoonlijke verhalen dat ik die wél direct vertel en dat Ilona die of via een sprookje of verhaal of via een lied vertelt. Daarin zit het contrast. Ik ben veel directer en zo is het ook geschreven.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Bart van Dongen

Kijkje in de keuken van De Stadscomponist

Gewoon Johan interviewt Bart van Dongen die elke maand een voor iedereen toegankelijk stuk componeert

Bart van Dongen is De Stadscomponist van Den Bosch. Op 63-jarige leeftijd doet hij hetzelfde als wat hij op 15-jarige leeftijd deed: dingen bedenken en organiseren. Vandaag ben ik voor KLANKGAT op pad om verder kennis te maken met Bart en om hier het artikel over te schrijven dat je nu leest.

Wie is Bart van Dongen? Wat doet een stadscomponist? Wat beweegt hem? Welke instrumenten heeft hij en wat kunnen we van hem verwachten? Deze vragen hoop ik beantwoord te krijgen.

We hebben in het café van het Willem Twee Poppodium afgesproken voor de kennismaking.
Vooraf vroeg ik ook of we naar zijn huis konden gaan daarna, zodat ik wat meer in zijn wereld kon duiken en omdat ik ook benieuwd was naar welke instrumenten hij allemaal heeft staan.

De Stadscomponist

Stadscomponist
Bart van Dongen – De Stadscomponist

Nadat Ronald Rijken foto’s heeft genomen voor bij dit artikel en we van koffie zijn voorzien, vraag ik Bart naar zijn achtergrond en eerste kennismaking met muziek.

Bart van Dongen: ‘’Ik ben geboren in Zeeland, een klein dorpje tussen Nijmegen, Eindhoven en Den Bosch. Vanaf heel jong begon ik al te drummen op potten en pannen in huis. Zo rond mijn vijftiende ging ik bij de dorpsharmonie en kreeg ik het instrument in mijn handen geduwd waar een tekort aan was, want zo ging dat. Dat was de corhoorn. Uiteindelijk ging ik trombone op het conservatorium in Utrecht studeren, maar dat heb ik na drie à vier maanden neergelegd. De trombone had ik ingepakt en ik stortte me op de piano, om na drie jaar piano aan het conservatorium in Arnhem te gaan studeren.’’

Stadscomponist
onweerstaanbare groove

Johan van Bommel: ‘’Wat trok jou toen zo naar de piano?’
Bart: ‘’Eigenlijk omdat het voor mij een soort combinatie van de trombone en het drummen was. Op een piano kun je zowel ritmisch losgaan, als melodisch. Het kan ook beide tegelijk en ik hou van zo’n onweerstaanbare groove. Met een piano heb je zelf meer in de hand. Het is heerlijk om verantwoordelijk te zijn voor zo’n groove die dan direct uit jezelf komt.

Johan: ‘’Wat is het eerste album dat je zelf kocht?’’
Bart: ‘’Dat was van Joe Cocker met het nummer ‘’The Letter’’ erop. Het album heet ‘Mad Dogs & Englishman’’

Johan: ‘’Je bent stadscomponist van Den Bosch, wat houdt dat nu eigenlijk in?
Bart: ‘’Samengevat in één zin is het eigenlijk: Het componeren van muziek van, dóór en vóór de stad.’’

Johan: ‘’Hoe krijgt dat vorm? Wat houdt je momenteel bijvoorbeeld bezig?’’
Bart: ‘’Pas geleden was bijvoorbeeld de Guitar Gods on Sunday hier in de Kleine Zaal. Ik had verschillende composities gemaakt, om die samen met zo veel mogelijk gitaristen uit de stad te gaan spelen. Er waren vijf verschillende stukken waarmee ik kon afwisselen en met behulp van borden kon dirigeren. Maar elke maand componeer ik ook een stuk dat voor iedereen toegankelijk is, en waarmee iedereen mag doen wat ie wil. Deze verschijnt maandelijks in de Bossche Omroep en op mijn website.
Wel zou ik het dan leuk vinden als ik een bericht, filmpje of audiofragment krijg van wat iemand ermee doet. Het zou al helemaal mooi zijn als een verzameling hiervan live met elkaar gepresenteerd kan worden op een evenement. Het is erg afwisselend wat ik doe. Laatst heb ik tijdens een schilderles bij Huis73 live piano gespeeld, terwijl ik ondertussen geportretteerd werd. Voor Huis73 heb ik ook de muziek voor de audiotour gecomponeerd. Dit is onderdeel van Shift Talks.’’

Bart van Dongen
elke maand een compositie

Johan: ‘’Welk werk van jezelf ben je het meest trots op?’’
Bart: ‘’Dat is een moeilijke vraag, want elk werk heeft zijn eigen waarde in zijn tijd, op die plek en dat moment. In dat stukje ontwikkeling is alles veel waard, ook al zijn het heel verschillende dingen.
Zelf luister ik eigenlijk ook niet veel terug. Waar ik wel trots op ben, is wat ik iemand een keer hoorde zeggen nadat ik een lezing had gegeven. Iemand zei tegen iemand anders: ‘’Weet je wat nou het mooie is van Bart zijn werk? Dat het zo toegankelijk is, zonder te pleasen’’. Dat is eigenlijk wel precies wat ik wil doen ook. Het maakt me niet echt uit of mensen het per se mooi vinden, maar wel dat het toegankelijk is en dat die muziek iets doet, dat het communiceert.

Johan: ‘’Wat is het mooiste optreden dat je ooit hebt bijgewoond?’’
Bart: ‘’Het mooiste dat is lastig te zeggen, maar er zijn wel een aantal optredens die mij blijvend hebben veranderd als maker. Één daarvan was in de Willem Twee Toonzaal van Charlemagne Palestine. Hij had een paar redelijk goedkope Yamaha keyboards staan. Met bierviltjes had hij hierop een aantal akkoorden vastgezet die bleven doorklinken, waarover hij live speelde op een vleugel. Plotseling ging er een film aan, waarop je beelden van allerlei graven zag. Het ongemak in het publiek nam enorm toe, vooral toen het leek te gaan om kindergraven, gezien de leeftijden op de grafstenen.
Er hing een soort gevoel van ‘Wow heeft deze gast op een kinderkerkhof lopen filmen voor dit optreden?’ Achteraf bleek het wel om een dierenkerkhof te gaan.’’

Favoriete muzikanten
Miles Davis, Joe Cocker, Len Russell, David Bowie

Johan: ‘’Welke muzikanten inspireren jou?’’
Bart: ‘’Leon Russell, die speelt ook op dat album van Joe Cocker. Die heeft dus echt van die onweerstaanbare grooves op de piano. Verder kwam ik er laatst eigenlijk pas achter hoeveel David Bowie voor me heeft betekend. Niet zo zeer in de muziek zelf, maar wel in het hele tot stand komen van zijn wie je wil zijn en om te mogen doen wat je wil doen. Er is ook nog een ander album dat me heel erg heeft geïnspireerd. Ik had het ooit eens gekocht en wel eens gedraaid, maar eigenlijk na vijftien jaar pas weer geluisterd. Toen kwam ik erachter hoe mooi het eigenlijk is. Dat is ‘In a Silent Way’ van Miles Davis. Al mijn werk dat ik maak is ergens wel terug te linken aan dat album, samen met die van Joe Cocker.’’

Voor de laatste vragen fietsen we samen naar het huis van Bart. Dit ligt vlakbij het Willem Twee Poppodium, maar nog dichter bij de Brabanthallen. Ik vind het leuk dat ik welkom ben om een kijkje in de keuken te nemen bij iemand die al zo lang muziek maakt en zoveel ervaring heeft.
We komen binnen in de gang waar aardig wat materiaal in flight cases klaar staat, omdat Bart momenteel op tournee is met een muziekproject.

Johan: ‘’Wat gaat er momenteel mee op de tour?’
Bart: ‘’Een Wurlitzer piano, een Fender Bandmaster versterker en een Moog Prodixy synthesizer. Normaalgesproken neem ik de Synton Syrinx synthesizer mee. Dat is het enige Nederlandse merk dat synthesizers maakte. Het is een zeldzaam instrument.’’

Via de keuken lopen we het huis in terwijl Bart wat over de geschiedenis ervan vertelt. Vroeger was het een bakkerij, waardoor je dus nog steeds verschillende delen in het huis hebt. De ene kant was vroeger het winkelgedeelte waar ook klanten kwamen en het andere deel de bakkerij.

Johan: ‘’Verder staan er eigenlijk niet gek veel instrumenten..’’
Bart: ‘’Klopt. Op een gegeven moment besloot ik dat ik thuis niet meer wil werken. Anders blijf je altijd maar in die muzikale bubbel. Daarom staat bijna alles nu in mijn werkruimte in Eindhoven.
Daar kan ik dan in die bubbel duiken, maar er thuis ook weer uitstappen.’’

Wel staat er een zwarte ED Seiler piano in zijn woonkamer. Bart loopt er naartoe en pakt een tas die hiernaast staat. Voorzichtig zet hij de tas op tafel en er komt een prachtig afgewerkte melodica uit tevoorschijn.

melodica
melodica

Bart: ‘’Deze heb ik altijd prachtig gevonden. Destijds kostte het instrument ongeveer €25.000,-.
Dit kon ik nooit betalen. Nu speel ik er wel eens op ter nagedachtenis aan een overleden muzikantenvriendin van me, want deze was van haar.’’
Bart begint een stuk te spelen en aandachtig luister ik naar de klanken.

Het is moeilijk te omschrijven hoe deze precies klinken. Dat het geluid uit zo’n mooi instrument komt draagt in elk geval bij aan de beleving. In de weerspiegeling van de piano zie ik dat ook voorbijgangers hun blik naar binnen werpen op Bart en de melodica. Met veel variatie en dynamiek in zijn spel blijft het aangenaam om naar te luisteren. Als Bart klaar is vertelt hij dat hij de melodica zo’n mooi instrument vindt omdat het een soort combinatie van trombone en piano is.
Voor we er langzaam een eind aan breien heb ik nog één vraag.

Johan: ‘’Is er nog één ding wat je echt graag kwijt wil?’’
Bart: ‘’Dat ik met het stadscomponistschap een bijdrage wil leveren aan het ontdekken of herontdekken van muziek. Het ontdekken hoe leuk het is om fysiek met een instrument bezig te zijn, het liefst samen.

We bedanken elkaar en spreken af dat we elkaar nog eens zien en elkaar van muzikale ontwikkelingen op de hoogte houden. Wie weet wat we voor elkaar kunnen betekenen.