Thijs Boontjes

Thijs Boontjes een feestelijke misantroop

hoopt dat iedereen met een kater wakker wordt

Thijs Boontjes Dans- en Showorkest staat vanavond in een uitverkochte Kleine Zaal van het Willem Twee poppodium. Voorheen speelde Thijs Boontjes als toetsenist in de begeleidingsband van Anouk, en nog steeds bij Douwe Bob. Sinds een aantal jaar is Thijs flink op weg met eigen werk en band. Het optreden is onderdeel van de ‘Mise en Place’ tour, die wordt afgesloten met een album releaseparty in de Melkweg in Amsterdam, op 15 februari 2019. Na een EP en een aantal singles, wordt dit het eerste album dat Thijs Boontjes Dans en Showorkest uitbrengt. Voorafgaand aan het optreden interview ik Thijs in de kleedkamer om meer over hem en zijn muziek te weten te komen.

Interview met Thijs Boontjes

Aangekomen in de kleedkamer biedt de geluidsman meteen iets te drinken aan. Thijs gaat voor een verse sinaasappelsap en ik lust wel een biertje. Het interview kan beginnen.

Thijs Boontjes
Thijs Boontjes

KLANKGAT: Welke bands en artiesten hebben jou het meest geïnspireerd hebben en waarom?
Thijs Boontjes: Dat zijn er heel veel, maar sowieso Herman Brood. Dat is wel een hele belangrijke. Omdat ik hem een hele goede muzikant vind, maar ook zijn band vind ik heel vet, vooral tijdens de jaren ’70, niet dat ik daarbij was. Maar ook omdat ik hem heel grappig vind, mensen vergeten dat wel eens. Sommige mensen hebben een beeld van hem uit de jaren ’90 dat het een rare junk was die alleen maar met schilderijen bezig was, over straat zwierf en alles onder schilderde, maar het was een hele scherpe man. Bijna een geniaal type, ook heel grappig in interviews. En hij heeft ook een paar hele geniale dingen in het Nederlands gedaan, toevallig speelden we één nummer daarvan laatst nog, het heet Nooit Meer Terug Naar Die Rotschool dat is zo’n goed nummer daar krijg je geen speld tussen.

En wat is je favoriete Brood song?
(zonder aarzeling) I love You Like I Love Myself.
Vervolgens vraag ik wat het lievelingsalbum is van Thijs. Hij vertelt dat hij eigenlijk bijna geen albums luistert, omdat hij vooral eigen playlisten beluistert met losse nummers.
Thijs: Wat dat betreft ben ik toch wel van de nieuwe generatie, ik ben ook te lui om halverwege van de bank te komen en een plaat om te draaien, dus luister ik veelal digitaal. Maar ‘Chet Baker Sings’ is wel de enige plaat die ik echt van begin tot einde opzet. Omdat die liedjes gewoon allemaal zó mooi zijn, net als zijn stem. Het is bijna alsof hij een trompet ís, misschien komt dat door zijn ademhaling of zo.

Hoe ervaar je het om in het Nederlands te werken? Heeft dat voordelen, nadelen?
Het voordeel is dat het duidelijk is waar je het over hebt. Maar je kan ook geen kutgeintjes maken, naar het publiek niet en ook niet naar jezelf. Mensen hebben dan meteen iets van ‘Hee daar trap ik niet in’. Ik vind het eigenlijk raar dat als je een taal echt helemaal beheerst, om dan in een andere taal te gaan zingen. Ik heb dat nooit echt begrepen eigenlijk. In een andere taal mis je denk ik het vocabulaire om je echt goed uit te drukken.

Wat is jouw mooiste ervaring aan muziek spelen tot nu toe?
Pfoe goeie vraag.. festivals spelen vind ik toch wel het leukst. Vooral als het helemaal loos gaat. Tot nu toe is dat twee keer echt gebeurd dat het hélemaal loos ging. Op Into The Great Wide Open en Down The Rabbit Hole… zó vet allebei…

Eventjes valt het stil en ik denk bij Thijs een verwondering te merken, nu hij daar weer aan terugdenkt.

Thijs: We hadden het ook gewoon echt niet verwacht. We dachten ‘nou ja we zien wel of er een paar mensen komen kijken’. En opeens stond die hele duin vol met mensen tot hoever we konden kijken, en die hadden er behoorlijk veel zin in, om wat voor reden dan ook. Dat was echt te gek. En op Down The Rabbit Hole stonden we in zo’n kerkje. Daar dacht ik echt dat ik van me stokje ging zo heftig ging het los, een lekker gevoel is dat. Ik dacht dat die kerk gewoon om ging. Er stonden van die houten dingen en alles zakte zo in, ik zag mijn hele toetsenbord op en neer gaan zo van ‘whop, whop, whop’.
Ondertussen wipt Thijs heen en weer op zijn stoel om uit te beelden hoe het ging. ‘’Ik dacht: ‘Oh mijn god, volgens mij gaat het helemaal mis, maar wel lachen!’’ voegt hij eraan toe.

Thijs Boontjes
Thijs Boontjes

Kan ik dat zien als een soort muzikale high?
Ja zeker, vooral omdat die mensen ook mee staan te schreeuwen met de muziek die je dan op dat moment er een beetje uit staat te wurmen.’’

Wat hoop je dat mensen mee naar huis nemen na je optreden vanavond?
Ik hoop dat iedereen met een kater wakker wordt, en een beetje heeft doorgedronken. Dat mensen gewoon een leuke avond hebben gehad, en eigenlijk ook dat ze tegen vrienden zeggen: ‘Ik was laatst bij een optreden geweest, volgens mij vind jij dat ook wel leuk’. En dat we volgende keer dat we in Den Bosch zijn de Grote Zaal uitverkopen.

Ik vertel dat ik ook wel verrast was dat het concert in de kleine zaal was. Thijs legt uit dat het een soort try-out tour is om even de feeling te krijgen met de band uitbreiding, en het live spelen van de nieuwe nummers , omdat het nieuwe album eraan komt en de band dan voor het festivalseizoen ook klaar is om goede shows te kunnen spelen.

De eerste EP die Thijs heeft uitgebracht heet Niet Van Steen. Opmerkelijk aan die EP is dat de zin ‘Ik ben niet van steen’ op elk nummer voorkomt.

Hoe belangrijk is die zin voor jou?
Nu niet meer zo belangrijk, toen wel, maar dat is al wel weer een tijd geleden. Die nummers speel ik allemaal niet meer zo veel ook.

Is dat dan omdat dat nu misschien ook minder van toepassing is?
Nou ja 2015, dat is ook helemaal niet zo gek lang geleden, maar je merkt wel dat je sommige nummers gewoon minder voelt dan toen, maar ik vind het geen kutnummers, zeker niet. Ik vind het ook wel leuk om ze nog af en toe te spelen. Eigenlijk kan je bij elk gevoel wat binnenkomt zeggen: ‘Ja maar ho, ho, ik ben ook niet van steen.’ Soms zijn het ook niet de meest optimistische teksten of zo, maar ja zo zie ik dingen soms.Ik ben niet per se echt een ras-optimist. Ik ben een klein beetje misantroop misschien zelfs, maar ja daar heeft de wereld het ook wel een beetje naar gemaakt. En dat wil niet zeggen dat ik niet vrolijk ben of zo hoor, ik vind het allemaal prima.

Maar je muziek is juist ook weer feestelijk.
Ja, dat is eigenlijk met de insteek van ‘Nou, nu we hier toch zijn met zijn allen laten we er maar het beste van maken’.

Ik vraag Thijs wat zijn eigen favoriete nummer is. Hij denkt er lang over na. maar kan er geen antwoord op geven.
Thijs: Het verschilt gewoon heel erg ook, de ene keer ben je in de ene bui, de andere keer in een andere. Er past altijd wel een liedje bij, maar een favoriet kan ik van mijn eigen liedjes niet kiezen. Sorry, dat ik je vraag niet kan beantwoorden.

Nee joh, prima antwoord toch! Heb je misschien een favoriete orgelspeler of orgelsolo?
‘Ja sowieso Billy Preston, en vroeger heb ik ook echt veel naar Jon Lord geluisterd van Deep Purple. En die heeft ook wel een hele gave orgelsolo in het liedje Highway Star dat vind ik echt gaaf. Van Deep Purple gaat mijn orgelhart ook wel sneller kloppen. Bij Billy Preston heb ik dat ook wel, ook al is het een hele andere stijl maar het is zó goed. Die beheersen dat apparaat gewoon compleet en dat is mooi om te horen.’’

Thijs Boontjes
Thijs Boontjes Dans- en Showorkest

Vervolgens vraag ik Thijs wat hij zou kiezen tussen nooit meer zingen of nooit meer orgelspelen. Hij denkt er lang over na en het is aan hem te merken dat hij het allebei nevernooit zou willen opgeven, zo blijkt ook uit zijn uiteindelijke antwoord. ‘’Ik denk, dat als ik één van die twee niet meer kan.. dat ik het andere dan ook niet meer zou hoeven kunnen.. en ja, misschien hoef ik dan eigenlijk alles zelfs niet meer te kunnen. Aan de andere kant, als je één van die dingen nog maar kan , kan je daar je grieve heus wel uithalen.’’

Als je één artiest of band mag uitkiezen, waarmee je nog een keer een podium zou mogen delen en een liedje of een show echt samen doen. Wat kies je dan?
(denkt lang na) Dat zou ik wel te gek vinden met ehh… Ik vind De Dijk eigenlijk wel een hele vette band. Dat voelt altijd zo goed, alsof alles klopt, en dan ook gewoon al duizend jaar. En dat klopt ook allemaal wel, want ze maken echt al hartstikke lang muziek en hele goeie liedjes. En er gebeurt ook altijd wel wat bij die optredens, Huub van der Lubbe is natuurlijk ook heel gaaf. Ja dat vind ik echt een gave band.

Als volgt vraag ik hoe het is om bij het label TopNotch te zitten. ‘’Het is eigenlijk heel fijn. Ondanks dat TopNotch bijna alleen maar hiphop uitbrengt, snappen ze heel goed wat ik wil, en ook hoe het allemaal werkt. Grote platenlabels hebben nog wel eens een handje van dat ze zeggen: ‘Dit voorbeeld heeft gewerkt op de radio, als je nou ongeveer zoiets maakt dan word je ook op de radio gedraaid en kunnen we je succes vergroten’ etcetera, maar ik ervaar veel vrijheid eigenlijk en dat is fijn. Er werken ook alleen maar chille mensen daar.

Tot slot bedanken we elkaar voor het interview en manoeuvreren we ons richting het café van het Willem Twee Poppodium om wat te eten, waarna de avond van start kan gaan.

Merol

Thijs Boontjes
Merol en Milan

Er is veel aandacht voor het voorprogramma. De volle zaal is dan ook vast bekend met de nieuwe hit Kerst Met De Fam die pas een week met clip op YouTube staat en al meer dan 200.000 keer bekeken is. De clip van Lekker Met De Meiden telt inmiddels 1,4 miljoen views. Ondanks dat de zang niet goed te verstaan is tijdens de eerste paar nummers, wordt het toch onder luid applaus ontvangen. Het podium wordt gedeeld met Milan, die de beats verzorgt met een drumpad en een kleine synthesizer. Ondanks dat Merol een charismatische dame is, vind ik het persoonlijk storend hoeveel ze tussendoor praat tegen het publiek en ook ingaat op mensen die iets roepen. Zo zit er niet echt een vaart in de set. Het nummer Borderline springt er voor mij uit. De tekst is goed gevonden, inhoudelijk gaat het ergens over en het is in een leuke vorm gegoten.

Thijs Boontjes
Merol

Ik vind het dan ook jammer dat deze videoclip veel minder views heeft. Qua sound lijken de andere nummers veel op elkaar, waardoor het me niet pakt. Ik hoor iemand achter me zeggen: ‘’Het doet me een beetje aan een campingdisco denken’’. Ik geef hem geen ongelijk. Opvallend is dat de kern van de nummers vaak bestaan uit één of enkele zinnen die steeds herhaald worden, waar men nogal makkelijk voor valt als ze uit de mond van een mooie vrouw komen. ‘’Ik wil een kind van je’’ en ‘’Lekker met de meiden’’ bijvoorbeeld.

Ik geef niet snel mijn ongezouten mening, maar ik vond er over het algemeen weinig aan. Muziek blijft natuurlijk altijd een kwestie van smaak. Het gevoel dat ik erbij krijg, is dat het een werkende populariteitsformule is die in dit digitale tijdperk nou eenmaal aanslaat. Het doet me denken aan het interview vorige week met DeWolff, dat de vaste KLANKGAT-lezer misschien niet ontgaan is. Daar ging het over verandering van muziek door hedendaagse computertechnieken en algoritmes, en dat menselijke ziel essentieel voor DeWolff is in muziek, waar ik me bij aansluit. Dat is dan ook wat ik een beetje mis aan deze act.

Anderzijds, muziek is natuurlijk van niemand. Ik bepaal daarom ook niet of het goed of slecht is. Er zijn talloze redenen om muziek te maken of een optreden bij te wonen. Eén daarvan is vermaak en ik weet zeker dat een groot deel van het publiek het als een vermakelijk voorprogramma heeft ervaren. Dit wordt bevestigd wanneer er hier en daar wat mensen het pand verlaten met een bedrukt gymtasje van tien euro.

Thijs Boontjes Dans- en Showorkest

Thijs Boontjes
Thijs Boontjes Dans- en Showorkest – Kleine Zaal

De body en vaart zit er vanaf het begin goed in. De gitaarsolo komt in het eerste nummer niet echt goed naar voren qua volume, maar dat kan ook bewust zijn. Het geluid is verder erg goed, ook zonder oordoppen kan je prima genieten van wat Nederpop en rock ’n roll.

Tijdens het tweede nummer is de toevoeging van de achtergrondzangeressen goed te merken, het geeft meer kleur aan het nummer. Ik Voel Me Goed wordt vervolgens gespeeld. Een zin uit een couplet die me bijblijft is ‘’De versterker staat op zeven en de buurvrouw zegt ‘Dat mag’’. Het nummer roept herkenbaarheid op en bevat een erg gave orgelsolo. Pas nu komt het eerste contact naar het publiek. Thijs zegt: ‘’Begrijp ik nou goed dat Merol een kind van me wil? Of heeft ze dat tegen jullie ook allemaal gezegd? Hoeveel is het dan nog waard, Merol?’’ vraagt hij richting Merol die ook in het publiek staat. ‘’Precies, helemaal niks! Nee hoor, grapje’’ voegt hij eraan toe en lacht daarbij vriendelijk. ‘’Eigenlijk hadden we in het voorprogramma van Merol moeten staan, want zo hangen de vlaggen tegenwoordig’’.

Al snel komt het tempo terug met het vlotte nummer Het Spijt Me, Sophie dat rockt en swingt. Er wordt dan ook redelijk op gedanst. ‘’Ik kan ook met een bandje gaan meespelen, dat scheelt me weer een zweetshirt’’ zegt Thijs na dit nummer.

Thijs Boontjes
Thijs Boontjes Dans- en Showorkest

De opvolgende hoogtepunten van het optreden bestaan uit het bekende Alleen Naar De Kermis en Casablanca die beide door menig men worden meegezongen uit het publiek, en respectievelijk een gave orgelsolo en gitaarsolo bevatten. Deze worden dan ook onder luid applaus in ontvangst genomen. Het nummer Ballade Van De Moord is qua vocalen het meest interessant. De rauwe uithaal van Thijs aan het eind van de zin ‘Nu kan ik je eindelijk laten gaan’ gaat erg mooi samen met de zuivere zangkunsten van de gezusters Nijhuijs. Het doet zeker niet tekort aan de door Roxanne Hazes ingezongen versie op de single.

Thijs kondigt het laatste nummer aan, dat Dansen Met Jou heet en de de meest recente single is. Het heeft een catchy meezingbaar refrein en het publiek klapt graag mee. De band verlaat het podium terwijl het publiek om een toegift vraagt. Zo te zien komt die er ook aan, want Thijs speelt met de deur die naar de backstage leidt. Steeds een klein stukje open en dan weer dicht, waarop het publiek reageert. Thijs en band komen het podium op om af te sluiten met Kom ’S Effe Hier dat toch wel het meest dansbare en uptempo nummer is.

In een breakdown wordt elk bandlid uitgebreid voorgesteld, die allemaal een welverdiend groot applaus krijgen, waarna het publiek het tempo steeds blijft meeklappen. Het refrein wordt er nog één keer uitgespeeld en dan is de show voorbij. ‘’Thijsje bedankt, Thijsje bedankt!’ zingt een groep mensen nog enthousiast.

Naar mijn mening was het een heel prima optreden en een erg leuke avond. De bescheiden prijs van acht euro die bezoekers hebben betaald, doet eigenlijk tekort aan de kwaliteit van Thijs Boontjes Dans- en Showorkest. Ik denk dat we nog veel kunnen verwachten van Thijs Boontjes. Het debuutalbum, dat overigens nog geen titel heeft, kun je sowieso verwachten op 15 februari 2019.


Fotografie: Jane Duursma – about Made By Jane

Reageer