Mercelis

Klankschap van Mercelis voortdurend donker soms onstuimig

Trio uit Brussel navigeert authentiek en kundig in verschillende muziekstromingen

Jef Mercelis, Teuk Henri en Patrick Clauwaert traden eerder dit concertseizoen op bij Muziek Op Donderdag. Dat was op donderdag 21 november 2019, toen de drie muzikanten de dichter Jan Ducheyne begeleiden onder de naam Noodzakelijk Kwaad. Stond die avond de dichtkunst centraal, op deze vooravond van het nakende carnaval is dat de unieke muziek van Mercelis.

Mercelis

Deze diashow vereist JavaScript.

De binnenstad van ‘s-Hertogenbosch is op deze donderdagavond al helemaal doordrenkt van het carnavalsfeest. Zo niet de Willem Twee Toonzaal waar buiten geheel iets anders te horen is. Strak donkere beats, slepende gitaargeluiden, soundscapes, indringende vocalen én – verrassend – een viool.

Mercelis
Max Swagemakers

Max Swagemakers
Voor deze gelegenheid speelt violist en componist Max Swagemakers uit Tilburg mee aan het openingsnummer Twilight.  Swagemakers is een vriend van het drietal. Na het openingsnummer neemt Swagemakers plaats in de kleine foyer om meteen na de pauze weer mee te spelen met het nummer Low M.

Filmmuziek

Mercelis
Jef Mercelis – filmmuziek

Mercelis typeert zichzelf op haar Facebookpagina als alternative. Dat is een te breed containerbegrip en doet weinig recht aan deze band. “Het is filmmuziek,” popt op in mijn hoofd, als ik het nummer U-Turn hoor. David Lynch noteer ik in mijn mobiel. Het fraaie Estremadura bevestigt meteen daarna die gedachte. Jef Mercelis maakt filmmuziek, in ieder geval de nummers van de eerste set zijn filmisch.
In een korte bio op Facebook staat dat Jef soundtracks heeft gemaakt voor de speelfilms Komma, Voleurs de Cheveaux (Paardendieven) en Où est la Main de l’Homme sans Tête (Waar is de Hand van de Man zonder Hoofd).

Tweede set

Mercelis
Teuk Henri

Zoals eerder geschreven speelt violist Max Swagemakers mee op Low M, het eerste nummer van de tweede set. Toon en ritme wijken behoorlijk af van wat in de eerste set werd gespeeld. De songs Maurice en Sparrows zijn up tempo, bijna dansbaar. Het aandeel van Teuk Henri met zijn scherp slepend spel op de gitaar bepaalt de sound meer dan in de eerste set.

Mercelis
Mercelis Toonzaal

De tweede set is meer ‘rocky’, onstuimig te noemen. De vocalen van Jef blijven onverminderd doordringend. Het is wel minder music for films. Mercelis sluit af met het nummer WFT. Er valt een korte stilte, dan volgt het applaus. Buiten dringt het carnavalsfeest onherroepelijk op.

.

Bandleden Mercelis

Jef Mercelis, Teuk Henri, Patrick Clauwaert
Bandcamp

 

Torii

Torii op volle sterkte bij Muziek Op Donderdag

Psychedelische popsongs zweven de Toonzaal in, dalen neer in je hoofd en laten je zweven

De band Torii is wat van plan, als je hun instrumentarium zo ziet uitgestald in de foyer van Willem Twee Toonzaal. Heel veel gitaren, twee Korgs, microfoons, drumstel, een wit koffertje op een standaard met daarop een lapsteel. De vijf mannen van Torii gaan er vol in, zo lijkt het. Het publiek wacht de dingen geduldig af. De band laat op zich wachten.

Torii

Deze diashow vereist JavaScript.

Als Torii eenmaal aantreedt en begint te spelen, wordt het wachten meer dan beloond. Torii brengt vrijdag 21 februari het debuut album Return to Form op Mink Records uit. Domenico Mangione kondigt dat aan alvorens de band gaat spelen. Na afloop kun je die LP kopen.

Torii
Domenico Mangione

Het eerste nummer Is It Now staat nog niet op Spotify en waarschijnlijk wel op die nieuwe LP Return to Form. De sound van Torii verrast je als je er niet bekend mee bent. Het nummer begint als een lief liedje. Zitten we nu naar een gitaarbandje te kijken? En waar dienen die Korgs dan voor? Wel, die dienen ervoor om je mee te nemen naar een andere sfeer die niet lijkt op die van een standaard gitaarbandje. Jilles van Kleef tovert geheime geluiden uit zijn keyboard. Het publiek reageert enthousiast.

Torii
Jilles van Kleef

De single Forward Retreat (2020) is het tweede nummer en doet denken aan warme zomerdagen. Domenico zingt zacht, het nummer kabbelt lekker rustig door en weer raakt Jilles de juiste noten aan om ons ergens anders naar toe te nemen. Hoogtepunt van de set is de single Heat Lightning (2019). Het nummer klinkt als een hit uit de jaren ’70 (Yes) met leuke vocalen van de hele band. Het wordt weids uitgesponnen met lekker veel gitaarwerk.

Torii
Willem Oostendorp – lapsteel Vox Humana

Honey  uit 2016 kan natuurlijk niet ontbreken. Dat nummer is al 125 duizend keer via SoundCloud beluisterd. Return to Form, Antwerpen, Tongue-tied, Submerged en Sinuosity zijn de andere nummers van de set die deze avond geen pauze kent

Deze diashow vereist JavaScript.

Psychopop krijgt van Torii een diepere lading. Het begint schijnbaar onschuldig maar een paar minuten verder ben je in een hallucinante maalstroom belandt. Gelukkig voert de band je aan het eind weer terug naar rustigere vaarwaters. Maar je bent dan wel niet meer dezelfde, zo lijkt.


Bandleden Torii
Domenico Mangione (vocals/multi-instrumentalist/production)
Jilles van Kleef (keys/guitar/percussion)
Willem Oostendorp (guitari/lap steel)
Olivier Schiphorst (drums)
Tijmen van Wageningen (bass/multi-instrumentalist/production)

Terry Datsun

Terry Datsun vindt solo optreden beetje eng

Blues, rock, ballads, covers en gloednieuwe liedjes akoestisch en op een rode Eastman gitaar

In zijn eentje optreden is Terry Datsun (UK) niet echt gewoon. Hij heeft niet de back-up van zijn band The Dead Kings en vooral de stilte van het publiek in de Toonzaal is a bit scary. Wat hem wel bevalt, is de heel andere benadering van zijn songs. Het zijn warme, bluesy songs die je bij blijven, óók als ze akoestisch worden gespeeld. Misschien dat ze zo zelfs langer in je hoofd blijven rondzingen.

Terry Datsun

Terry Datsun
Terry Datsun met Eastman gitaar

Terry Datsun opende de avond met het nummer Disco Ball van de gelijknamige EP uit 2018. “Ik ga voornamelijk nummers spelen van mijn nieuwe album Fable Of The Seas,” zegt hij na het openingsnummer. Het nummer Polly Anna dat hij daarna inzet, staat inderdaad op dat nieuwe album. Net als Surfer Girl dat hier helemaal onderaan van dit artikel in Youtube te horen is.

Datsun heeft een duidelijk Brits accent dat hij bij blues nummers enigszins kan maskeren. Als hij echter in de Zuidelijke Staten van Amerika optreedt, krijgt hij altijd opmerkingen over dat Brits accent, vertelt-ie. Terry Datsun roept dan I’ve got to get the blues out, whatever it takes!

Terry Datsun
Got to get the blues out

Covers
Verspreid over twee sets speelt Terry nog meer nummers van Fable Of The Seas (2019) zoals Girl in the Vans en Kamikaze Jumpsuit, Like a Dog en Light the Touchpaper. Datsun sluit zijn optreden af met het aanstekelijke nummer Dance If You Wanna.
Tussen die nummers door speelt Datsun twee covers. De eerste is Dancin’ In The Dark van Bruce Springsteen en de tweede cover is Suzanne van Leonard Cohen. Beide covers worden fraai vertolkt. Vooral het nummer van The Boss wordt met veel applaus beloond. Terry’s uitvoering van Suzanne is sneller dan die van Cohen en van Herman van Veen.

Terry Datsun
Take your time

Terry Datsun heeft sowieso nog meer verrassingen in petto zoals de première van een nummer dat hij een paar dagen geleden heeft geschreven voor zijn echtgenote. Het nog titelloze nummer gaat over een gesprek over hun huwelijk. Dat zij geen overhaaste beslissingen hoeft te nemen. “Take your time,” zingt Terry telkens in het nummer.

Wil hij misschien zijn huwelijk redden? Ik weet het niet. Zover durfde ik niet door te vragen toen ik na afloop van de show even met Terry sprak. Take your time. Het duurt even voordat die korte zin uit mijn hoofd verdwijnt.


Amaguk

AMAGUK avant-garde jazz met rock wordt krachtig spul

Muziek Op Donderdag is even een oase van warme klanken uit de Canarische Eilanden waar het leven goed is

Muziek Op Donderdag presenteert 9 januari de avantgardistische jazz band AMAGUK en de belangstelling is verrassend groot. Het is druk in de foyer van de Toonzaal. En zoals zal blijken meer dan terecht. AMAGUK mixt jazz met rock, maar kan niet echt een jazzrock formatie in klassieke zin genoemd worden zoals die in de jaren ’70 ontstond met bands als Weather Report of Return To Forever.

Deze diashow vereist JavaScript.

AMAGUK

Maar laten we beginnen bij het begin van het optreden van AMAGUK en dat is memorabel te noemen, die intro van het openingsnummer Timbercubs. Verfijnde en ijle soundscapes hoeven niet per se uit een synthesizer te komen. Dat bewijzen Daniel Denis op gitaar en Alex Coulon op drums. De intro heeft ook de perfecte lengte en als het nummer Timbercubs losbarst in een stevige funkrock, maken we kennis met het virtuoze spel van Alba Gil Aceytuno op haar altsax. Zo wil, nee, zo moet je beginnen, je publiek meteen pakken desnoods bij de strot. AMAGUK heeft er duidelijk zin in vanavond.

AMAGUK
AMAGUK

Het tweede nummer A Swamp Tale varieert sterk in tempowisselingen met de saxofoon als leidend instrument. Gitaar en drums overstemmen geen enkel moment, Alba Gil bepaalt het tempo. De ene keer zweeft het nummer, dan ga je in een grotere versnelling bergafwaarts. Het dromerig begin met soundscape effecten is wonderschoon.

AMAGUK
Daniel Denis

Prádanos is een klein gehucht in Spanje waar Daniel Dennis als kind vaak kwam. Het gelijknamig nummer staat op de EP AMAGUK (2019) en kan je met een gerust hart een instrumentele jazz ballad noemen met een mooie klassieke gitaarsolo als intro. Het middenstuk is wat feller en sneller maar al snel keert het terug naar rustiger vaarwater. Een rustige zomerse dag met even een briesje wind.

AMAGUK
Alex Coulon

Drummer Alex Coulon vertelt dat hij op een dag in zijn eentje zeilt naar een heel klein onbewoond eilandje van archipel De Canarische Eilanden (Gran Canaria, Tenerife). Hij heeft geen tent meegenomen en gaat op het strand slapen onder de sterrenhemel. Hij wordt wakker van een geroffel in zijn oor. Alex roffelt op zijn snaredrum om duidelijk te maken hoe hard het in zijn oor heeft geklonken. Het blijkt een mot te zijn geweest. Daar gaat het over in I’ve Got a Bug in My Ear dat ook op de AMAGUK EP staat.

AMAGUK Part Two

AMAGUK
Alba Gil Aceytuno

Na een break van 20 minuten zet de band het nummer Fresh Pistachios in met een magistrale rocky gitaarsolo van Daniel Denis. Alba Gil tovert Arabische klanken uit haar saxofoon. Het volgende nummer Resilient Forest is gloednieuw. De stijl van AMAGUK is weer goed herkenbaar in dit nummer.

AMAGUK
Toonzaal

Dan volgen de nummers Festival, Magec en Synth met als sublieme uitschieter het rustige en gedragen nummer Magec dat met veel applaus wordt beloond. Het nummer Synth hakt er weer in met krachtig spel van Alba Gil die alles uit haar frèle lichaam perst. Een daverend applaus volgt als de laatste tonen vervliegen. En dat is meer dan verdiend.


AMAGUK is:

  • Daniel Denis op gitaar en effecten
  • Alba Gil Aceytuno op sax en keys
  • Alex Coulon op drums en percussie

AMAGUK is een driekoppige band gevestigd in Rotterdam. Ze ontmoetten elkaar in Nederland waar ze studeerden aan verschillende conservatoria, die van Den Haag en Rotterdam. Ze kwamen begin 2018 samen. AMAGUK speelt zonder bas wat al een uitdaging op zichzelf is. Kneebody, Colin Stetson en Reinier Baas zijn hun inspiratiebronnen.

Noodzakelijk Kwaad

Noodzakelijk Kwaad improviseert op gedichten Jan Ducheyne

Poezië is niet gemaakt om groot te zijn maar om het uitklappen van een ogenblik

Noodzakelijk Kwaad is een groepje van vier mannen die elkaar kennen uit het Brusselse leven. De dichter Jan Ducheyne (JD) schaarde drie muzikanten om zich heen en weeft zijn gedichten in en door de muziek die zij geïmproviseerd voortbrengen. Zo liver then live van Noodzakelijke Kwaad krijg je nergens anders. Dus ook op deze waterkoude 21 november in de foyer van de Toonzaal bij Muziek Op Donderdag (MOD).

Noodzakelijk Kwaad in MOD

Noodzakelijk Kwaad
Jan Ducheyne

Twee Vlaamse vriendinnen brachten de komst van Noodzakelijk Kwaad naar Den Bosch onder mijn aandacht. “Ga er gerust toe, het zal u niet teleurstellen.” Het is een tijdje geleden dat ik naar MOD ben geweest. Er is weinig veranderd. Hetzelfde personeel loopt rond en de belichting is nog steeds blauw-roze afgesteld. Ik hoor flink wat Vlaams om mij heen en dat komt niet van mijn vriendinnen want die konden zelf niet komen. Deze avond is de Toonzaal voor even een Vlaamse enclave.

Jan Ducheyne dichter pur sang

Deze diashow vereist JavaScript.

Een slanke, rijzige man met blond haar staat achter een microfoon en katheder met daarop schriften, mappen en andersoortig leesmateriaal. Jan Ducheyne (JD) stelt zich voor. Samen met zijn drie kompanen komt hij uit het Brusselse en in een café ontstond Noodzakelijk Kwaad. De muzikanten zijn Teuk Henri op gitaar, Jef Mercelis op een Korg en de vervanger van Frank Pay, Patricky Clauwaert op de drums. Er worden grapjes gemaakt of Frank Pay nou wel zo nodig terug moet keren. “Hij speelt zo graag de baas,” zegt JD een beetje vals. Zijn drie maten lachen. De toon van de avond is gezet.

Eerste set

Noodzakelijk Kwaad
Noodzakelijk Kwaad

Noodzakelijk Kwaad begint met Bomen van het onlangs verschenen album ‘deze avond hebben we alvast weer gehaald‘. “Poezië is niet gemaakt om groot te zijn Het gaat om het uitklappen van een ogenblik, dat meestal twee, drie, vier seconden duurt.” In deze rocky voordracht vraagt JD zich af of mensen ook jaarringen hebben net als bomen. Helaas zijn veel van zijn woorden niet goed verstaanbaar want Noodzakelijk Kwaad speelt nogal hard, te hard soms. Maar misschien ligt dat ook aan mij. Anderen verstaan JD wel goed.

Het tweede gedicht heet Noodzakelijk Kwaad. JD geeft wat statements af van en over het verschijnsel Noodzakelijk Kwaad. Een paar quotes: ‘Noodzakelijk Kwaad is onbetaalbaar of betaalbaar’. Of ‘Noodzakelijk Kwaad speelt zich af op velden en muren, in uw kop maar even goed bij de buren’. Ik kom niet echt achter wat JD nu precies bedoelt met Noodzakelijk Kwaad en misschien is dat ook zijn bedoeling.

Noodzakelijk Kwaad
Rock en poezië in de Toonzaal

Alvorens te beginnen aan het derde gedicht – Gedicht in de zon – vertelt JD dat hij het op bestelling heeft gemaakt. Gedicht in de zon gaat over klimaatverandering, een onderwerp dat later in de tweede set terugkeert. Bij het gedicht Dansen gaat veel verloren door het te hard spelen van de band. Het een-na-laatste gedicht is een doorlopende herhaling van de titel van het gedicht: N’importe quoi oftewel ‘Het maakt niet uit’ of zoals JD dat naar het Engels vertaalt in Whatever. Het laatste gedicht van deze set heet No Shuffle.

Tweede set

Noodzakelijk Kwaad
Gedicht Ton Lebbing Tribute

In de tweede set hebben we te maken met een heuse premiere. De gedichten Ton Lebbink Tribute en Signaal 8: Het Patroon worden voor de eerste keer voorgedragen. De drie muzikanten van Noodzakelijk Kwaad krijgen vrij spel om all out te improviseren.

JD vertelt wat over de Amsterdamse dichter Ton Lebbink (1943-2017). Lebbink was portier van de Melkweg en later van Paradiso, twee legendarische muziekpaleizen in Amsterdam.

Lebbink maakte furore als dichter en drummer. De bundel Luchtkastelen werd goed ontvangen. Ton Lebbink Tribute duurt ongeveer 20 minuten en dat is ook te zien aan de vele vellen papier die van de katheder afrollen.

Het tweede gedicht Signaal 8: Het Patroon duurt net zo lang en gaat weer over klimaatverandering en van de dingen die door die verandering dreigen te verdwijnen zoals begonia’s en tulpen. JD mengt melancholie, spot, verwijt en betrokkenheid in dit lange gedicht dat tot het einde boeiend blijft.

Jan Ducheyne heeft een donkere, mannelijke stem en een klare articulatie. Zijn houding is een mengsel van spot met zelfspot waarbij hij toch ook altijd zijn zorg en betrokkenheid laat doorschemeren. Een avond met Noodzakelijk Kwaad ie er een om niet te missen.


Foto’s: Ronald Rijken

Boo Hoo Toby Goodshank

Boo Hoo en Toby Goodshank voelen zich senang in de Toonzaal

Twee solisten die elkaar naadloos aanvullen ondanks hun verschillen

Boo Hoo en Toby Goodshank treden los van elkaar op in de foyer van de Toonzaal en daarom is deze avond van Muziek Op Donderdag op 23 mei in twee sets gedeeld. De band Oliver Oat heeft de show moeten annuleren. Eén van de bandleden liep een hersenschudding op.

Boo Hoo

Boo Hoo
Boo Hoo

Boo Hoo is de artiestennaam van Bernhard Karakoulakis uit Frankfurt / Duitsland. Hij treedt als eerste op. Boo Hoo begeleidt zichzelf op gitaar en is als zodanig als singer songwriter te oormerken. Op een of andere manier voelt dat toch niet zo aan. Komt dat door zijn act of de liedjes die hij zingt?

Die gaan over allerlei soorten zaken, van volksliederen tot beschouwingen van het moderne leven en de absurditeiten daarvan. Je zou zeggen dat is echt typerend voor een singer songwriter. Het lijkt er meer op dat hier in de Toonzaal een ‘uitgeklede’ versie van zijn act wordt getoond. Door het uitvallen van de band Oliver Oat treden hij en Toby Goodshank solo op.

Boo Hoo
Aandachtig publiek in de foyer van de Toonzaal

Boo Hoo is erg onder de indruk van de historische achtergrond van de Willem Twee concertzaal die ooit als synagoge diende. En dat er op de bovenverdieping twee studio’s met analoge elektronische apparatuur zijn gevestigd, maakt het beeld voor hem helemaal compleet in een bijzondere omgeving op te treden. De aandacht van het publiek ervaart hij als prettig: “It’s so quiet.”

Het is de eerste keer dat Boo Hoo in Nederland optreedt. Samen met Toby Goodshank en de band Oliver Oat toert hij nog een paar dagen door Nederland alvorens de tour in Duitsland te vervolgen.

Toby Goodshank

Toby Goodshank
Toby Goodshank

Na een korte break zien we een man met een gitaar voor de microfoon staan. Hij stelt zich voor. “Hello, my name is Toby Goodshank.” Ook hij is onder de indruk van het gebouw en de gehele entourage daarom heen. Goodshank woont in New York. In een ‘shithole’ zegt hij zelf: “But, it is home.” De toon is gezet, hij krijgt de lachers op de hand.

Toby Goodshank
Track One

Tien jaar geleden maakte Toby Goodshank een album zonder titel met tien nummers die eveneens titelloos zijn. Toen hij Boo Hoo leerde kennen, had die net zijn eigen platenlabel Lousy Moon Records opgericht. Dat tien jaar oude album werd opnieuw uitgebracht. Goodshank voert deze avond al die tien titelloze nummers op, beginnend bij Track One en eindigt met Track 10.

Aan alles merk je dat Toby Goodshank een geoefende performer is die gewend is op kleinere podia op te treden. Hij babbelt er lustig op los, reageert moeiteloos op het publiek en vraagt het om mee te zingen, iets waar hij zelf eigenlijk een hekel aan heeft.

Toby Goodshank
Rappen met smartphone

Zijn teksten zijn vol insinuaties en woordspelingen die waarschijnlijk als explicit aangemerkt worden. Van die tien tracks begeleidt Toby Goodshank zichzelf op gitaar behalve twee nummers waar hij gebruikmaakt van een smartphone. Een vriend heeft twee tracks gesampled met onder meer een nummer van Burt Bacharach. Toby Goodshank rapt er niet onverdienstelijk doorheen.

Al met al is het een zeer leuke avond met twee sympathieke rasartiesten. Het enige wat je je kunt afvragen is, hoe zou het zijn geweest als de band Oliver Oat wél had opgetreden?

Wardrobe

Wardrobe kan moeiteloos tussen genres schakelen

Lichtvoetige pop-rock-soul-electronica uit Vlaanderen met zomerhit potenties

De Vlaamse band Wardrobe uit Antwerpen heeft een Nederlandse platenlabel en toert de laatste tijd meer door Nederland dan in België. Het is een promotietour voor het nieuwe album Giving Up A Ghost. Op 9 mei streek Wardrobe neer in Den Bosch bij Muziek Op Donderdag (Willem Twee concertzaal).

Wardrobe
Wardrobe Muziek Op Donderdag

Johan Verckist
Songschrijver en muzikant Johan Verckist wilde samen met Wardrobe voor het nieuwe album Giving Up a Ghost een pittigere, gelaagde sound creëren. Dansbare pop. En dat is gelukt. Bijzonder goed zelfs. De band schroomt daarbij niet zonnige hits te schrijven die intelligent zijn opgebouwd. Het catchy funk nummer Live Forever is een goed voorbeeld waarin je zelfs ingrediënten hoort van Prince. Live Forever wordt binnenkort op single uitgebracht. Draaien, die hap!

Wardrobe
Johan Verckist

Bijna alle nummers van het nieuwe album komen deze avond aan bod. Stond bij het debuutalbum Crawling spontaniteit nog voorop, bij Giving Up a Ghost schraagde en sleepte Johan Verckist samen met producer Bart Vincent zijn nummers totdat elk detail, elk geluidje staat waar het behoort te staan.

Wardrobe
Jonas Vankrunkelsven

Door de losse act van Wardrobe, de plagerige gesprekken tussen de bandleden onderling en de interactie met het publiek, word je al snel op het verkeerde been gebracht. Zó, die jongens nemen het licht op. Schijn bedriegt. Die lichtvoetigheid kan alleen tot stand komen, als iedere bandlid precies weet wat-ie moet doen om de gewenste sound en beat te realiseren.

Wardrobe
Dries Debie

Zowat elk nummer begint met een elektronische soundscape die dan weer wel dan weer niet in het verdere verloop van het nummer wordt doorgezet. Een mooi voorbeeld is Limerence, een new wave nummer dat eindigt in een lange elektronische trip met uitgesponnen gitaarwerk. Limerence staat op het album Crawling.

Wardrobe
Arne Leurentop

Wardrobe maakt grote indruk door het ogenschijnlijk gemak en spelplezier en Nederland kan zich gelukkig prijzen dat er veel boekingen staan gepland. De band sluit met het soulnummer Come Back & Stay van Jack Lee, dat een grote hit werd in de versie van Paul Young


Bandleden Wardrobe:
Johan Verckist
Dries Debie
Jonas Vankrunkelsven
Arne Leurentop

Shit and Shine

Shit and Shine is eclectisch en uiteindelijk dansbaar

Experimenteel, techno, noise maar ook lekkere house samples

Shit and Shine deed eerst Oslo, Parijs en Brussel aan voordat de twee vertegenwoordigers van de band, Craig Clouse en Leon Marks, op 4 april bij Muziek Op Donderdag in Willem Twee concertzaal optraden. Na Den Bosch gaan zij nog naar Berlijn en Leipzig (met de gehele crew) en is de Europese stedentour van Shit and Shine gedaan. Leon Marks gaat weer naar Londen en Craig Clouse vliegt terug naar Austin, Texas, USA.

Shit and Shine
Shit and Shine

Een beetje aandoenlijk om Den Bosch tussen al die wereldsteden te zien. Deze avond is in samenwerking met het FAQ festival geprogrammeerd en dat verklaart veel, zo niet alles dat Shit and Shine voor het zeer bescheiden podium van Willem Twee concertzaal – de foyer nota bene – kon worden gestrikt. Dat was ook een verrassing voor de heren zelf die gewend zijn om in grote zalen te spelen voor een uitzinnig publiek.

Shit and Shine
Craig Clouse

De naam (en faam) van FAQ festival is dusdanig dat grote namen uit de elektronische muziek graag hier naar toe komen. Denk aan Daedelus, Koreless en Suzanne Ciani die de afgelopen jaren in Den Bosch hebben opgetreden en zelfs in Willem Twee Studios hebben gewerkt.

Dit jaar heb ik FAQ festival gelaten voor wat het was. Ik kende bijna geen van de artiesten die geprogrammeerd stonden behalve dan Kees Tazelaar. Shit and Shine wilde ik echter niet aan mij voorbijgaan. Deze generatie weet twee dingen te verbinden die mij aanspreken: experiment en dansbaarheid.

Shit and Shine
Leon Marks

Visueel was het allemaal niet geweldig. Een kleine tafel met daarop elektronische apparatuur en twee stoelen. Een fotograaf zei gekscherend dat de band weer weg was gegaan nadat ze alles hadden voorgeprogrammeerd. Er hoefde maar een knopje te worden ingedrukt.

Shit and Shine
Tafel vol elektronica

Zo erg is het gelukkig niet bij Shit and Shine die op tijd begon. De heren deden het aanvankelijk kalm aan: fijne soundscapes, audio-tapes, nu en dan flinke vette noise erover heen. Niet opzienbarend en qua volume zeer dragelijk. Ook dat was anders dan Clouse en Marks gewend zijn. Bij hen is het gewoonlijk alle knoppen open en blazen maar. Clouse zei daarover: “Tonight was a challenge.”

Op een derde van het optreden dat iets korter dan een uur duurde, zette Shit and Shine een beat in die bijna dansbaar was. Clouse tapte met zijn rechtervoet mee met het ritme en bij het publiek bewogen de hoofden mee. Clouse tikte met drumsticks op twee kleine toestellen die equalizers bleken te zijn. Marks zorgde voor de sound en samples die hij had voorgeprogrammeerd of ter plekke maakte.

Shit and Shine
Drum & beat

De dansbare beat werd steeds dominanter wat kon rekenen op de instemming van de aanwezigen. Visioenen van immense zalen met een kolkend publiek kwamen bij mij op. Toen de muziek stopte, steeg een hartverwarmend applaus op en verscheen er een glimlach op het gezicht van Craig Clouse. Shit and Shine was het toch weer gelukt om dit enthousiasme te ontlokken. Alleen net effe anders dan ze gewend zijn.

SAN FRANCISCO

SAN FRANCISCO is nooit in San Francisco geweest

Donkere intense schoonheid vervat in tien wonderlijke nummers

Franc Thomas Timmerman van de band SAN FRANCISCO is geen kind van hippie-ouders. Hij is ook nog nooit in San Francisco geweest, ooit het epicentrum van de ‘love generation’. De hippies van toen zouden zijn muziek zeker waarderen, zo open van geest waren ze wel. De muziek van SAN FRANCISCO is verre van mainstream en vraagt de nodige moeite en aandacht van het publiek. Als je je er aan overgeeft, volgt het zwelgen in deze melancholische muziek als vanzelf.

SAN FRANCISCO
SAN FRANCISCO in Willem Twee concertzaal

Franc Thomas Timmerman, naar eigen zeggen beter onbekend als SAN FRANCISCO, is bassist bij Blaudzun en Lenya. In oktober 2018 kwam de elpee Ghosts of San Francisco uit waar ook violiste Anne Bakker en Coen Kaldeway op basklarinet aan meewerkten. Deze avond bij Muziek op Donderdag in Willem Twee concertzaal, bijna pal na carnaval, begeleiden zij hun frontman.

SAN FRANCISCO
Anne Bakker en Coen Kaldeway

Minimale bezetting
Het is een wat uitgeklede bezetting van SAN FRANCISCO die vanavond optreedt. De drummer, bassist en gitarist zijn thuis gebleven. Timmerman speelt gitaar en doet de zang, Anne Bakker begeleidt hem op viool en alt-viool. Het is voor Kaldeway met zijn basklarinet de eerste keer dat hij als bandlid live optreedt.

De foyer van Willem Twee concertzaal is de perfecte setting voor deze minimale bezetting. De basklarinet is een hoogst ongebruikelijk instrument in live optredens van rockbands. Maar hier, vanavond, samen met de violen van Bakker bereiken de nummers van SAN FRANCISCO een hoge intensiteit, geschraagd door de diepe en volle klanken uit de basklarinet.

SAN FRANCISCO
Ghosts of San Francisco

SAN FRANCISCO speelt tien nummers waarvan een aantal van de nieuwe elpee. Het enige nummer dat niet door Timmerman is geschreven, is de cover van Majesty. Majesty is van de Noorse band Madrugada, van hun plaat Grit. Het eerste nummer is Millions & Millions van de elpee Ghosts of San Francisco.  Een wat je noemt ‘gedragen’ lied vol weemoed. Het zet wat je noemt meteen de toon. Daarna volgen het rocky nummer Old Friend, St. Lovers Sigh, Drink My Tears en Release Me. Dat laatste nummer is bijna een vrolijke popsong en sluit de eerste set van de avond af.

SAN FRANCISCO
F.T. Timmerman solo

Solo
Na de pauze speelt Timmerman solo  en vertolkt het nummer Opened Once. Hier zou misschien een akoestische gitaar beter hebben gepast dan die elektrische die Timmerman mee heeft genomen. Na I Know Too Much volgt de cover van Majesty, een nummer waar Timmerman bijna een moord voor had willen plegen. Het is inderdaad een prachtig nummer, maar het mooiste lied van de avond is voor het allerlaatst bewaard, het slotnummer Ivory waar Timmerman een zeer sterk en zuiver vocaal neerzet, magistraal begeleid door viool en basklarinet.

SAN FRANCISCO
Ivory

The Grey Pants zingen over de kleine dingen van het leven

Duo Koorn en Van Zevenbergen kibbelen vrolijk door

The Grey Pants schuwen het alledaagse van het leven niet. Integendeel, de onderwerpen van hun liedjes gaan echt alleen over die kleine dingen van en uit het leven. Met de minimale inzet van twee gitaren en hun stemmen komt dat ‘gewone’ op een zeer warme en herkenbare manier tot leven. Pas als de ritmebox wordt gebruikt, besef je weer dat je naar een show aan het kijken bent.

The Grey Pants
Elke van Zevenbergen

Over misverstanden en de tv-hond Lassie
Terwijl in Den Bosch op deze donderdagavond het carnaval op het punt staat los te barsten – alle kroegen, restaurants, snackbars zijn ‘oorlogsklaar’ – opent Elke van Zevenbergen, de vrouwelijke helft van het duo The Grey Pants, deze avond bij Muziek Op Donderdag in Willem Twee concertzaal met een anekdote die het gehele werk van het tweetal kenmerkt.

Elke begint eerst te vragen of iemand uit het publiek Eefje de Visser kent. Een aantal mensen steekt zijn hand op. “Nou, ik was op een feestje en hoorde dat Eefje de Visser ook zou komen. Ik zei tegen een vrouw die naast mij zat op dat feest dat Eefje de Visser ook zou komen en dat ik Eefje kende. Die vrouw naast mij bleek Eefje de Visser te zijn.”

Haar partner Henk Koorn maakte iets soortgelijks mee met een zekere Peter Baker. Hilarisch en min of meer herkenbaar voor iedereen. Het enige verschil is dat The Grey Pants die dingen op muziek zetten.

The Grey Pants
Henk Koorn

Bijna alle liedjes worden met een praatje geïntroduceerd waaronder een nummer dat gaat over de beroemde tv-hond Lassie. “Een Schotse collie,” roept een man uit het publiek. “Inderdaad, een Schotse collie,” bevestigt Eefje. Henk keek graag naar die serie en zo is het liedje ontstaan over Lassie. Weer erg herkenbaar want die serie maakt deel uit van een grote, collectieve jeugdherinnering. The Grey Pants zijn groots in het kleine.

Ontstaan van de naam Grey Pants
Ook de onstaansgeschiedenis van The Grey Pants is erg vermakelijk. Elke vertelde dat Henk toen ze hem net leerde kennen, een grijze broek kreeg van een neef van hem. Na een tijdje viel het haar op dat hij die grijze broek – die al wat begon te glimmen – wel erg vaak droeg. Pas na drie maanden dorstte zij het aan om er een opmerking over te maken. “Henk, als je die broek nog langer blijft dragen dan gaat-ie vanzelf staan.” En dat is het verhaal hoe de naam The Grey Pants is ontstaan. Zie de video Grey Pants helemaal onder dit verslag.

Grey Pants
The Grey Pants

Gekibbel
Na de pauze spelen The Grey Pants nummers van de nog uit te komen nieuwe LP. Er wordt heen en weer gekibbeld of een nieuw nummer wel of niet een intro moet krijgen. Elke vindt van niet, Henk is absoluut voor. Je vraagt je af of al dit gekibbel nu deel uitmaakt van de act of dat het echt is.
Ander nieuw werk gaat over de lekkere koffie van Ria toen ze op vakantie waren in Italië. De muziek van The Grey Pants is gesneden op hun directe leefomgeving, wat ze zien, wat ze meemaken. Soms ontroerend maar altijd openhartig.