De aankondiging komt voor mij als een aangename verrassing: Tom Holliston komt naar Den Bosch. De voormalig zanger-gitarist van het onvolprezen No Means No, inmiddels helaas ter ziele. De Canadese band heeft heel wat bakens verzet binnen het punk/ hardcore-idioom. Een bezoek van meneer Holliston maakt me nieuwsgierig.
Tom Holliston

Tom Holliston treedt als tweede op vanavond. Gezeten op een ouderwetse houten kantinestoel, zijn gitaar op schoot. Hij oogt wat gespannen. Het begin van de set klinkt niet heel interessant, het lijkt er op dat stem en vingers opgewarmd moeten worden. Tot het vierde nummer. “Song number four”, waarbij volgens meneer Holliston, je antwoord krijgt op al je vragen.
Zo zal het de hele set doorgaan: elk nummer wordt afgewisseld met een grap, een grol, een anekdote. Sommige hebben het bedenkelijke niveau van flauwe dad-jokes (wat steevast commentaar oplevert van Simon Wells, vanaf de bar), andere spelen met dingen die Tom weet van Nederland.

Zo zat Holliston ooit, naar eigen zeggen, in de band The Rutger Hauers, en is- ie enórm fan van bluesmuzikant Blind Harry Mulisch. Hij heeft in elk geval de lachers op zijn hand, terwijl ondertussen zijn nummers winnen in overtuiging.
Op het eerste oor zijn Hollistons nummers eenvoudig, maar er komen heel fraaie dingen voorbij, zowel in zijn keuze van akkoorden als in wisselende maatvoeringen. Met name het laatste nummer is een echte uitsmijter; er wordt gestopt op het hoogtepunt.
Dat No Means No tussendoor voorbij komt met een bluesy (‘Only so many songs can be sung with…’) Two Lips, Two Lungs And One Tongue, geldt als een kersje op een toch al heel fraaie taart.
Simon Wells

Simon Wells, voorheen lid van de Engelse punkbands Snuff en Southport, heeft de eer om de avond te openen. Het is te vroeg in de avond om het bier de schuld te geven, en aan de temperatuur in het World Skate Center kan het ook niet liggen, dus komt het door de muziek van meneer Wells dat ik kippenvel langs m’n rug voel gaan. Wat een zeggingskracht gaat er van deze man uit.
Zijn stembeheersing is behoorlijk goed te noemen, en de variatie tussen hard en zacht gebruikt hij erg goed. Staand, zichzelf begeleidend op zijn gitaar, opent hij met een nummer over verdriet en verlies; tijdens de afwas koelen zijn tranen het hete water in de gootsteen. Een ruwe bolster, blanke pit door de combinatie van Noord-Londens accent en teksten.

Een onderwerp als psychische gezondheid schuwt Simon niet, getuige het auto- biografische Optimism, en ook de situatie in het door Tory geteisterde Engeland komt natuurlijk aan bod. Een truckers-anthem, Champions Of Keeping Them Rolling, staat als een huis. Als de set eindigt met het geleende ‘Bee’s Wing’ ben in ieder geval ik ruim een half uur geboeid en ontroerd.
De later als ‘Bert en Ernie van de punk’ omschreven oude rotten hebben beide een verschillende invulling aan het aloude singer-songwriter gegeven. De één wat meer esthetisch, de ander wat meer op het gevoel spelend. Ik heb van beide genoten.
Fotografie: ©Wouter van Heeswijk | P-Nase Productions

