Waarom tienerjongens afhaken bij K-pop. Een column over de kloof tussen gepolijste neon-perfectie en de rauwe rebellie van punk en gitaren.
Het kan je haast niet zijn ontgaan afgelopen weekend: de comeback van BTS, live in Seoul en wereldwijd direct-stream op Netflix. Maar loop je een willekeurige klaslokaal binnen dan zijn de muzikale voorkeuren meteen zichtbaar.
Aan de ene kant de meisjes, in de ban van de hypergepolijste K-pop machinerie. Aan de andere kant de jongens, die de Zuid-Koreaanse boybands met een mengeling van onbegrip en minachting negeren. De scheiding der seksen in de muziek is zelden zo scherp geweest als nu.
K-pop
Voor tiener- en jonge meiden is K-pop een totaalpakket. Het is een visueel spektakel van tweeslachtige perfectie, waarin idolen als zorgvuldig geboetseerde droomprinsen worden gepresenteerd. De marketingmachine verkoopt eigenlijk niet zozeer muziek, maar meer een emotionele verbinding. Met elke glimlach in een livestream wordt een wereld gecreëerd waarin de fan zich geborgen voelt.

Maar voor de gemiddelde westerse jongen is dit precies de reden om af te haken. In een wereld van autotune en strak geregisseerde pr-campagnes ontbreekt de ziel volledig. Jongens zoeken hun identiteit eerder in de rauwheid van hiphop of de ongetemde energie van gitaarmuziek. Voor hen voelt K-pop niet als rebellie, maar als een klinisch laboratoriumproduct. Waar de punk generatie de boel opschudde met drie valse akkoorden, blinkt K-pop uit in een bijna plastic perfectie.
Interessant genoeg is deze kloof in Azië subtieler. Hoewel ook daar vooral vrouwen voor boybands gaan, omarmen Aziatische mannen de commerciële girlgroups massaal. De ‘soft masculinity’ van de idolen is daar ook een geaccepteerd schoonheidsideaal, terwijl de westerse jongen de voorkeur geeft aan de ongepolijste ‘man-met-gitaar’ of de underground dj met hoodie.

Het is een botsing van idealen. Aan de ene kant de esthetische perfectie die meisjes aanspreekt; aan de andere kant de behoefte aan authenticiteit en onafhankelijkheid die jongens vaker zoeken. In een tijd waarin alles digitaal te manipuleren is, snakt de ene groep naar de ultieme fantasie, terwijl de andere groep zoekt naar de menselijke oneffenheden die muziek écht maken. De K-pop machine draait door, maar zolang de ‘echtheid’ ontbreekt, blijft de deur van de jongenskamer potdicht.

