Funky jazz met geuren uit de Turks-Arabische keuken

About the Bush is dan weer mellow dan weer dynamisch

Jazz, funk, oriëntaals. Dat is de beste omschrijving die je de band About the Bush kan geven. Het is jazz met invloeden uit allerlei streken. Dat levert een smakelijke mix op van de ene keer lekker mellow, dan weer een krachtige up tempo nummer en vaker ook funky met geuren uit de Turks-Arabische keuken.

Muziek Op Donderdag met About The Bush

Muziek Op Donderdag in de foyer van Willem Twee concertzaal is een fijn en intiem podium voor de fijnproevers en telkens weer een verrassing. Dat was ook het geval deze vijftiende februari-avond met About the Bush, een band met roots in Arnhem. De viermansformatie bestaat uit Kjell Jacobson op gitaar, Ruben Leijh op saxofoons, Tom van Veldhoven aan de drums en Wessel Wildeboer op basgitaar. In de pauze had ik een interview met Kjell Jacobson die de meeste composities voor zijn rekening neemt.

KLANKGAT: Hoe lang bestaat About the Bush?
Kjell Jacobson: Wij bestaan nu twee jaar. Het eerste jaar hebben we echt de tijd genomen om stukken te ontwikkelen, het tweede jaar zijn we meer gaan spelen. We gaan nu het derde jaar in en we willen het spelen uitbreiden met het repertoire dat we nu hebben.

Funky jazz met geuren uit de Turks-Arabische keuken
Ruben Leijh

Hoe kan je jullie muziek het beste omschrijven?
We noemen het zelf ‘worldwide jazz grooves’ en we halen onze inspiratie eigenlijk vooral uit de funk, jazz en de Arabische wereldmuziek. Die klanken proberen we zoveel mogelijk te combineren. In het nummer Arabic Herbal Fusion [van de ep Camel Riders, red.] heb ik geprobeerd om Arabische klanken te mengen met mineur-7 akkoorden waardoor je meer een jazz-achtige sfeer krijgt.

En om die Arabische muzieksfeer te bereiken zet je de saxofoon in.
Ik vraag dan aan Ruben of hij soprano wil spelen omdat-ie dan mooi in een hoger segment speelt dat zo kenmerkend is voor die muziek. Dat vind ik gewoon een hele mooie sfeer.

Waar haal je je inspiratie vandaan?

Ik luister regelmatig naar Turkse popmuziek. Ik vraag aan mijn leerlingen: ‘Waar luister je naar’? En het is wel grappig dat zij hun eigen cultuur verwerken in popmuziek. Je hoort westerse klanken met Turkse achtergronden erin.

Het is echt wereldjazz wat jullie spelen.
Ja. De bassist en de drummer vinden het ook heel leuk om funky te spelen, daar genieten ze echt van. Dat proberen we zeker niet weg te doen. We proberen zoveel mogelijk invloeden erbij te pakken. Ik doe er ook gitaar-distortion bij om er de dynamiek in te houden. Want het is verleidelijk om heel laag in je dynamiek te gaan zitten…

Funky jazz met geuren uit de Turks-Arabische keuken
Kjell Jacobson en Ruben Leijh

Wat bedoel je daarmee?
Nou, om de sfeer heel laag in energie te houden, om spanning dreigend te maken, maar ik vind het ook heel mooi als het echt spetterend wordt, van heel klein tot heel groot en wat er daar tussenin te doen is. Voor ons blijft de spanning er zo lekker in. Dynamiek is onze werktuig, de klanken die ik maak omhoog te krijgen.

Filmisch bijna.
Dat vind ik altijd heel mooi. Soms lukt het niet helemaal om een stuk zover te schrijven, maar ik probeer altijd om bij een nummer een film te bedenken: ‘Van waar begint het en waar eindigt het’.

Ga je uit van een scenario bij het schrijven van een nummer?
Vaak ontvouwt het scenario zich als het lied al is geschreven: ’Ja, dat is precies wat ik wil vertellen’. Ik schrijf een nummer niet op één dag, daar gaan vaak weken over heen en dan poets ik er weer over: ‘Dat is ‘m toch niet helemaal’. Komt er steeds een hoofdstukje bij en zo ontvouwt het zich allemaal.

Op Spotify staat de eerste ep van About the Bush. De tweede ep is in de maak. Over een jaar wil de band van die twee ep’s een live-cd laten opnemen.

Hoe de droom van Odette Sorber een muzikale werkelijkheid werd

MusiCare, geen gewone muziekschool

Odette Sorber (1986, ’s-Hertogenbosch) had in haar stoutste dromen nooit kunnen bedenken dat muziekschool MusiCare zo’n vlucht zou nemen. Vijf jaar geleden gaf zij nog muzieklessen aan twee leerlingen aan huis. Vrijdag 26 januari vierde de school haar vijfjarig jubileum en kon ook de 250ste leerling worden ingeschreven.

KLANKGAT: Wat waren je plannen vijf jaar geleden?
Odette Sorber: Na het zwangerschapsverlof van mijn eerste kind, nam ik mij voor om minimaal mijn droom, een eigen muziekschool, na te jagen. Ik wilde muzieklessen geven aan kinderen met een extra hulpvraag. Maar anders, meer persoonsgericht. Dat vertelde ik zo aan de ouders van de twee leerlingen aan wie ik les gaf bij hun thuis. Ik wilde er een volledige baan van maken en vroeg hen of zij mij konden helpen.

Hoe pakte je dat aan?
Ik ging mijn ideeën en plannen op papier zetten en vroeg binnen mijn kennissen- en vriendenkring of iemand mij kon helpen met het bouwen van een website, aan een fotograaf of hij mooie foto’s kon maken en weer iemand anders voor het maken van visitekaartjes. Moeders hielpen mij op het schoolplein door mijn naam te noemen: “Hé, we hebben een leuke pianojuf. Als je pianoles wil hebben dan moet je bij haar zijn.”

MusiCare is een muziekschool met een therapeutische inslag. De school gebruikt muziek als middel om te kijken wat iemand wil leren, hoe iemand leert en wat de doelen zijn. Hoe kan muziek een rol spelen in iemands leven. Odette heeft een agogische achtergrond. Zij studeerde eerst af aan de Rockacademy, deed daarna sociaal werk in Den Bosch en studeerde vervolgens aan de Universiteit van de Humanistiek.

Kan je zo’n muziekschool zomaar starten, moet je niet aan bepaalde onderwijsnormen voldoen?
Kijk, ik ben een afgestudeerd agoog en heb een muzikale achtergrond met de nodige werkervaring in de zorgsector. Het is vooral de combinatie van muziek en zorg waarin ik me heb verdiept. Natuurlijk, als je dat gaat uitbouwen dan heb je papieren en diploma’s nodig. Die heb ik gelukkig. En die hebben alle mensen die bij MusiCare werken. De een is muziektherapeut, de ander zorgpedagoog.

Vertel eens hoe alles is ontstaan, hoe is MusiCare gegroeid?
Ik ben begonnen in de auto van mijn schoonmoeder en ging naar de mensen thuis. Ik kreeg meer leerlingen en begon toen les te geven in de pianokamer in het huis van mijn schoonouders. In het begin dacht ik genoeg te hebben aan één middag in de week maar voor ik het wist, zat ik er de hele week. Ik had er iemand bij die ook aan huis les gaf en na korte tijd kwam er weer iemand bij. Binnen een half jaar zat het helemaal vol, het groeide heel snel.

Hoe de droom van Odette Sorber een muzikale werkelijkheid werd
Jubileumfeest MusiCare

Nog in 2013 zijn we gaan zoeken naar een locatie en die hebben we hier in oktober in fort Isabella [voormalige kazerne in Vught, red.] gevonden. We zijn gestart met één kamertje, toen twee kamertjes, drie, vier kamertjes en zo is het geworden wat we nu hebben. Anderhalf jaar later kwam Tim [Tim van Baalen, red.] bij MusiCare. Hij stroomlijnde en digitaliseerde de administratie, de inschrijfformulieren en de planning. Met veertien mensen is enige organisatie en coördinatie meer dan noodzakelijk.

Elke leerling die zich aanmeldt komt met een persoonlijke vraag. Dat hoeft niet per se een problematiek te zijn. De vraagstelling is telkens anders en daar springt MusiCare persoonsgericht op in. Welke methoden en lessen zijn passend. De een leert beter met kleuren, de ander met voordoen, een ander heeft meer baat bij videomateriaal en weer een ander wil wèl noten leren lezen.

Wat zijn de plannen voor de komende vijf jaar?
Ik heb nooit van tevoren gedacht dat MusiCare zo groot zou worden zoals het nu is. Twee jaar geleden zeiden we tegen elkaar dat we misschien ooit tweehonderd leerlingen zouden krijgen. Dat zou heel veel zijn. Deze week vieren we niet alleen het vijfjarig jubileum maar ook dat de 250ste leerling zich heeft aangemeld.

Ik heb nooit op lange termijn gedacht, omdat het zo tijdelijk was hier in fort Isabella. We weten sinds mei 2017 dat we hier mogen blijven, voor vast. En in diezelfde periode kregen we subsidie van de gemeente Vught. Toen ging ik voor de eerste keer nadenken dat we iets voor altijd konden opbouwen. Daarvóór was alles onzeker. Wat als je hier weg moet, waar moet je met al je leerlingen en spullen naar toe. Sinds we die zekerheid hebben, heb ik al weer verder gedroomd.

Hoe de droom van Odette Sorber een muzikale werkelijkheid werd
Jubileumfeest MusiCare in filmzaal/mess fort Isabella te Vught

Wat zijn je verdere dromen dan?
Van mij mag het wel groter maar vooral in de methodiek. Wat wij doen met de kinderen en volwassenen, de manier waarop wij muzieklessen en -coaching geven. Dat ik de methoden verder kan ontwikkelen en kan laten zien dat je op onze manier ook met muziek kan werken. Zo van, kijk daar eens naar want dat past heel goed bij de kinderen van nu.
Onze methode hoe wij met mensen omgaan, met muziek, is uniek. Ik heb de ambitie om dat duidelijker neer te zetten met nadruk op het gedeelte van de zorg, want dat is minder ontwikkeld dan de muziek. Daar wil ik me sterk voor maken.

Na de zomervakantie starten we met de MusiCare Academy voor kinderen die muziek heel leuk vinden. Dan kunnen zij een verdiepingstraject volgen van een jaar. Dingen zoals een bezoek aan een muziekstudio, kijken achter de schermen van muziekpodia, extra bandlessen, verdieping in hun eigen instrument en ook andere instrumenten te leren spelen en te ontdekken. Dit wordt ook door de gemeente Vught gesubsidieerd.

Het besef dringt pas nu goed tot mij door dat als ik dit vijf jaar geleden niet was begonnen, wij vandaag geen feest hadden gehad.

In Den Bosch leeft Herman Brood nog

Aan een fenomeen komt geen eind

Zondag 4 februari was het voor de Herman Brood liefhebbers te doen in P79. De Tribute band ‘Street!’, vernoemd naar de in 1977 uitgebrachte plaat van Herman, stond in een uitverkochte ondergrondse rockschuur. Van tevoren sprak ik een aantal Brood fans om verhalen van vroeger uit te horen en alvast in de sfeer te komen. Zo vertelde iemand dat ze Herman een keer in haar café had zitten terwijl hij moest optreden op de Boulevard, zijn management kwam hem daar toen halen.

Brood sound van Street!

Met welgeteld acht bandleden stond het podium bijna net zo vol als de zaal. Met een drummer, bassist, gitarist, toetsenist, saxofonist, twee dansende achtergrondzangeressen en natuurlijk de frontman, was het een rijke formatie aan Brood sound. De nummers worden in vlot tempo na elkaar gespeeld. De ene is nauwelijks afgelopen of de volgende wordt al ingezet door de drummer. Dat mag ook wel: de setlist bestond uit 36 nummers! Eigenlijk zelfs 37 als je Speedo meerekent. Het geluid is prima, je kan merken dat de bandleden echte Brood fans zijn door hoe ze in detail de nummers nabootsen. Door de achtergrondkoortjes lijken nummers als Still Believe en Dope Sucks precies op de albumversies. Ook de gitarist laat zijn kunnen zien. Ondanks de snelheid van zijn spel en de technieken die hij tot hoog op de hals toepast, blijft hij foutloos uitkomen. Door het gebruik van de juiste effectpedalen lijkt de sound heel erg op Dany Lademacher. Tijdens de solo’s mocht het volume wel wat omhoog om het spel beter tot zijn recht te laten komen.

In Den Bosch leeft Herman Brood nog
Street! in P79

In een welverdiende pauze van twintig minuten kan iedereen even bijkletsen en wat drinken bij de bar halen zonder iets te missen. Ik sprak wat bandleden om ze uit te horen over Hermans muziek en hun optreden.

KLANKGAT: Hoe gaat het op het podium? Leef je je dan erg in in Herman?
Hennie (zanger): Nou momenteel zit ik zelf in een iets moeilijkere periode, dus wat dat betreft is het inleven in Herman misschien wat makkelijker, maar als je lekkerder in je vel zit, dan komt er wel veel meer uit.

Wat is je favoriete nummer om te doen en waarom?
Hennie (zanger): ‘Het nummer waar we straks mee beginnen na de pauze, ‘Phoney’. Dat komt doordat het zoveel tekst bevat, door hoe Herman dat zong was het eigenlijk een soort voorloper van rap zou je kunnen zeggen.’

Hoe zien jullie andere Herman Brood coverbands? Bestaat er rivaliteit?
Jan (bassist): Nee hoor, dat zien we meer als collegialiteit. We willen allemaal graag de muziek van Herman hoog houden en daarin zijn we juist blij met elkaar.

In Den Bosch leeft Herman Brood nog
In P79 leeft Herman Brood nog

Wil je zelf nog iets kwijt over de band of dit optreden?
Jan (gitarist): Ja, dat ik blij ben dat Herman nog leeft in Den Bosch! We hebben op een andere plek ook wel eens voor twaalf man gestaan.

Na de pauze was het publiek wat losser, en zo ook de band. Er wordt tussen de nummers door soms even gedold, door carnaval te noemen dat volgende week plaatsvindt en een bijbehorend drumritme in te zetten. Even lijkt het alsof Hennie het nummer Douchegordijn gaat zingen, maar gelukkig is de rock ’n roll weer snel terug. Dit deel van de set bevat nummers die veel mensen kunnen meezingen. Het tempo zit er nog steeds lekker in, maar de afwisseling met langzamere nummers komt ook wel gewenst. Als de band klaar is roept het publiek zelfs nog om een toegift, en die komt ook. Er wordt zelfs nog een nummer in het Duits gedaan, dat gaat over Herman en Nina Hagen. Aan alles komt een eind, zo ook aan dit optreden.

Aan Herman Brood is nog steeds geen eind, want een uitverkocht P79 heeft zich prima vermaakt deze avond. Na het optreden ging bijna niemand meteen naar huis. Het publiek bleef nog lekker nabespreken en genieten van deze Herman Brood sfeer.

Foto’s: Johan van Bommel

Nocturnal Waters komt tot wasdom

Muziek maken met een groepsapp

Je zult maar pas één keer hebben opgetreden en is je tweede optreden gelijk de opening van een groots opgezet festival. Dat overkwam de band Nocturnal Waters uit Den Bosch die het spits afbeet in Willem Twee poppodium op het Rauwkost festival op 27 januari. Mocht er sprake zijn van enige nervositeit dan lieten deze jonge muzikanten dat niet merken. De groep die in september 2017 werd opgericht, kreeg een half uur speelruimte. Na het optreden sprak ik met frontwoman Amanda Winnemuller.

KLANKGAT: Amanda, dit is pas de tweede keer dat jullie optreden en jullie zijn in september vorig jaar begonnen.
Amanda Winnemuller: Klopt. Ik kwam toen een kennis tegen en vroeg haar hoe het met de muziek ging. Ze zei: ‘Ja, ik weet het eigenlijk niet zo goed, zullen we een bandje beginnen?’ Toen zijn we naar de jamsessies gegaan in de Skatecenter (World Skate Center, red.) hier in Den Bosch en daar kwamen we twee jongens tegen. Die vroegen we of ze in onze band wilden. ‘Oh, leuk’, zeiden ze en zo liep het een in het ander. We moesten nog wel een drummer zoeken.

Jullie kenden elkaar van vroeger?
Hilde is een kennis van mij. Ik kende haar van het skateboarden en wist dat ze bas speelde.

Nocturnal Waters komt tot wasdom
Hilde van den Hoek

En de anderen kwamen erbij?
Ja, Jonah speelt drums en gitaar. Ik vroeg hem wat hij het liefste wilde doen, gitaar spelen of drums. ‘Ik speel liever gitaar’, zei hij. ‘Nah, dan moeten we gaan zoeken naar een drummer’. Dat werd Nina die weer een bekende is van Hilde en zo hebben we iedereen bij elkaar gebracht.

Toen zijn jullie gaan repeteren en schrijven?
We hebben op WhatsApp een groepsapp die wordt vol gespamd met allemaal kleine stukjes en daar geeft iedereen weer reacties op. Ik ben vooral bezig met de teksten. Een keer in de week repeteren we in de Muzerije van 7 tot 11. Dan voegen we alles een beetje samen. Ik laat meestal de band de muziek maken en pas mijn teksten aan. Dat zijn vaak losse zinnen en korte fragmenten. Daar maak ik dan een geheel van wat bij de vibe past. We gaan nu proberen om het andersom te doen. Eerst de tekst schrijven en de zang en melodie waar de anderen op kunnen reageren. Even kijken of dat werkt.

Het laatste nummer sprak mij erg aan. Het heeft een mooie drive. Beetje punk, new wave, New Order.
We willen zoveel mogelijk losse invloeden in onze muziek verwerken. Want ik denk dat als een band qua luisteraars heel gevarieerd is – van hardcore tot progressief en Jarno luistert veel naar soundscapes – dat onze muziek een zo groot mogelijke mix wordt en niet eenduidig.

Nocturnal Waters komt tot wasdom
Nocturnal Waters tijdens Rauwkost festival

Zowel Jarno als Hilde spelen basgitaar. Dat is nogal ongebruikelijk, twee bassisten. Wat is de reden om daar voor te kiezen?
Het is inderdaad niet gebruikelijk en vaak word het gezien als moeilijk om twee bassisten te hebben. We wilden die uitdaging echter niet uit de weg gaan, toen we toevallig tegen dat probleem aanliepen op het moment dat we de band vormden. Jarno speelt geen standaard bas lijnen maar voegt een extra laag toe die tussen bas en gitaar in zit met een hoop opties. Mede door Jarno’s ervaring kunnen we dus ook een nieuwe sound vinden en blijft het muziekschrijven uitdagend.

Is er een bepaald thema te vinden in jouw lyrics?
Mijn teksten gaan op dit moment over het volwassen worden en het verlies van een bepaalde onschuld. Maar ook het tegenkomen van jezelf. Dat verwachtingen niet altijd waar worden, niet worden wat je denkt. Dat je opgescheept zit met dromen die je wil verwezenlijken, maar dat dan niet lukt.

Niet de I Love You ding als ik jou zo hoor?
Nee, niet de I Love You ding. Die vallen er wel een beetje onder maar meer als een soort side track.

Hilde van den Hoek – bass guitar
Jonah Kuiters – lead and rhythm guitar, vocals
Nina Pfeiffer – drums
Jarno Doggen – bass guitar
Amanda Winnemuller – vocals

Den Bosch wordt grote speler in de elektronische muziek

Gesprek met de drijvende krachten van de Willem Twee studio

Tot nu toe weten maar een paar mensen ervan en het is de hoogste tijd hier meer ruchtbaarheid aan te geven. Den Bosch heeft sinds kort een enorme muziekstudio, die gespecialiseerd is in het maken van elektronische en elektroakoestische klanken, muziek en opnames.

Ik sprak met Hans Kulk (links op de foto) en Armeno Alberts (rechts op de foto), beiden verbonden aan de Willem Twee studio’s.

KLANKGAT: Wat maakt deze studio zo bijzonder?
Kulk en Alberts: “Deze studio is om een aantal redenen uniek in Nederland en zelfs in Europa.”

Ten eerste hebben we veel oscillatoren en filters (geluiden opwekkende en vormende elementen, red.) die oorspronkelijk werden gebruikt voor belangrijke meetopstellingen. Die hebben een enorm hoge kwaliteit en bereik. Zo’n sinusgenerator bijvoorbeeld maakt een heel zuivere golfvorm die bovendien over een waanzinnig breed gebied instelbaar is, van Mega Herz tot maar 1 trilling per 3 uur. Er zijn ook apparaten die gedurende de jaren ’50 door de Duitse omroep zijn gebruikt en waar Karlheinz Stockhausen (Duitse componist moderne muziek, red.) nog mee gewerkt heeft. Het is ongekend om zoveel van die apparatuur nu bij elkaar te vinden.

Verder staat er een heuse analoge computer, die gebruikt kan worden om het gedrag van fysische systemen te modeleren. Een muziekinstrument is ook zo’n fysisch systeem dat gemodelleerd kan worden. Dus je kan allerlei realistische geluiden met de analoge computer programmeren, maar je hoeft je niet tot bestaande instrumenten te beperken.
En dan, alsof dat nog niet genoeg is, staat er een ARP2500 modulaire synthesizer, volledig gebruiksklaar. Daar tref je er in de hele wereld nog maar een handvol van aan. Dan zullen we het maar niet hebben over de enorme mengpanelen, bandrecorders en heel speciaal alle apparatuur die eigenlijk voor andere doeleinden is bedoeld, maar die ook voor muziek gebruikt kan worden.

Den Bosch wordt grote speler in de elektronische muziek
Analoge muziekstudio Willem Twee

Al met al lijkt het wel een museum, maar dan één waar je uitgebreid experimenteren kan omdat het niet achter glas staat maar echt gebruikt kan worden voor actuele muziek. Juist door dit soort apparatuur kan je een enorme creativiteit ontplooien. Zo sta je ook heel dicht bij de basis van het maken van de geluiden. In plaats van met software te pielen kan je hier echt voelen wat je doet, je hebt een veel nabijer contact met het geluid.

Wat is jullie doel met deze studio?
Het gaat ons allereerst er om de liefde voor deze apparatuur te promoten en mensen op te leiden zodat ze een diepgaande kennis ontwikkelen van hoe elektronische klankgeneratie werkt, en hoe je dat kan gebruiken om composities te maken. Verder mikken we op de internationale componisten die al veel ervaring hebben, en die juist hier hun ideeën tot volle wasdom kunnen brengen. Er is al belangstelling vanuit het buitenland (Zweden, Noorwegen, Italië, Duitsland). Mensen komen dan een poos als ‘Artist in Residence’ (AIR). Ze krijgen intensieve begeleiding in het studiogebruik en verblijven vlak in de buurt zodat ze veel experimenten kunnen uitvoeren.

Daarnaast willen we ook graag dat meer mensen belangstelling krijgen voor de techniek en zelf met elektronica leren omgaan. Daarom is er tevens een soldeerclub die regelmatig samen komt waar je van alles leert van elkaar, en dat in een heel gemoedelijke atmosfeer.

Is het niet enorm eng om hier naar binnen te stappen?
De apparatuur kan er nogal overdonderend uitzien. Maar dat is precies de reden waarom we heel laagdrempelige cursussen en activiteiten hebben. Daarin combineren we het aanbieden van basiskennis van wat geluid nu eigenlijk is met het stapsgewijs bekend raken met alle techniek om die geluiden op te wekken. We brengen die kennis meteen in de praktijk en laten mensen er mee experimenteren.
Je krijgt veel persoonlijke aandacht en de praktijk laat zien dat deelnemers al snel in staat zijn om mooie composities te maken. Natuurlijk is het zo dat als je echt vergevorderd wilt worden dat je er de nodige uren in moet stoppen. We hebben dan ook diverse cursussen die de materie steeds verder uitdiepen.

Hoe zien jullie de toekomst?
Heel zonnig, maar vooral vol met mooie composities, waarmee we ook in dit opzicht Den Bosch op de kaart kunnen zetten.

Als je meer wilt weten surf dan naar: https://www.willem-twee.nl/cursussen-analoge-studio/

Foto: Erwin Engelsma

Als het lied het houdt op een akoestische gitaar dan komt het goed

Hoe de muziek van Handsome Johnny één geheel vormt

Ergens in het slecht gedefinieerde, altijd nevelige, nooit zonnige gebied tussen België en Nederland kwamen de mannen van Handsome Johnny samen om muziek te maken. Muziek die de typische verhalen van het gebied vastlegt: verdwalen in het bos, bier drinken in bars lang voorbij hun hoogtepunt, en vuistgevechten die niet altijd een geldige reden nodig hebben.

Eén geheel uit zoveel
Zo omschrijft de band zichzelf op hun Facebookpagina. Deze stoerheid past wel bij een band als Handsome Johnny. Roots rock op zijn best. Er werden flink wat nummers gespeeld donderdag 4 januari in de foyer van Willem Twee concertzaal. Een twintigtal nummers in totaal, verdeeld over twee sets. Het publiek liet zich gewillig meevoeren in melodieuze rock country, soms neigend naar pop, afgewisseld door wat meer dramatische Americana dat zou passen bij een film van de Coen Brothers.
Het kon allemaal en ging als vanzelfsprekend in elkaar op.

Als het lied het houdt op een akoestische gitaar dan komt het goed - ©ronald_rijken
Mark van Dijk

“Ik ben sterk beïnvloed door muziek uit de jaren ’60 en ’70. Op de platen van The Stones hoor je ook allerlei genres: rock, country en zelfs gospel. Dan vormt zich één geheel. Dat is wat wij ook doen. Het vormt allemaal één geheel,” zegt Mark van Dijk, frontman van Handsome Johnny en verantwoordelijk voor de vele songs.
“Wij maken ook zo van die uitstapjes zoals The Stones doen op hun albums. Niet dat ik dat bewust doe, maar dan komt er een hardcore nummer uit en de andere keer een J.J. Cale-achtig nummer.”

Johnny and the Devil
Het laatste nummer van de eerste set is een sprekend voorbeeld van de veelzijdigheid van de band. Follow Your Heart is een lekkere Midwest song met een prettig refrein dat live sterk overkomt mede door de vakkundige solo van de hand van gitarist Coos van de Klundert aan het eind van het nummer. Hier komen country en pop broederlijk samen in dat ene geheel waar Van Dijk op doelde. “Er is niks mis met pop muziek,” zei Coos tijdens een kort gesprek in de pauze.

Na de korte break – de band had er echt zin in – werd het nummer Johnny And The Devil ingezet, een aloud thema in de country waarin de duivel een man verleidt zijn ziel te verkopen in ruil voor geld, roem en glorie. Daarmee sluit de band zich aan bij een grote rij namen uit de country muziek zoals Dolly Parton en Kris Kristofferson die ook de strijd met de duivel bezingen. De hoofdpersoon in het lied – Handsome Johnny – betaalt de prijs op De Dag Des Oordeels en ook dat is een geliefd en telkens terugkerend thema in zowel country, rock als de blues.

De toon was gezet voor het tweede deel van de avond en in een vlot tempo werden nog tien nummers gespeeld, de een memorabeler dan de andere. Somewhere In April sprong eruit omdat het zo’n catchy nummer is. Het voldeed eigenlijk aan alle wetten en regels om een hit te worden. Echt zo’n nummer waarbij je de volumeknop helemaal opendraait als je in je cabrio op een zomerse middag aan het rondtoeren bent.

Deze diashow vereist JavaScript.

“Ik kom vaak met een nummer dat al kop en staart heeft en waar ik al ideeën heb waar wat zou kunnen komen. Maar er komen altijd verrassingen als de band de nummers eigen wil maken. Ik heb niet echt een eenduidig manier van schrijven, maar altijd met mijn akoestische gitaar want dat is wel de basis. Als het lied het houdt op een akoestische gitaar dan komt het goed. Ik heb er wel ideeën over maar als we gaan repeteren dan is er genoeg vrijheid voor iedereen van de band. Coos heeft een eigen sound op zijn gitaar en die legt hij in die nummers, geeft er een bepaalde twist aan. De nummers krijgen zo een eigen identiteit. De teksten liggen wel vast, ik kom met complete liedjes.”

In maart wil Mark van Dijk weer de studio in. “Ik heb heel veel nieuwe nummers geschreven die we echt moeten gaan aanpakken. Op een EP met zes tot acht nummers.”

De twee laatste nummers Upright en Do Better Things waren dansbare uitswingers. Net zoals de eerste was deze tweede set in balans. Dat kenmerkt deze volwassen band die niet schroomt om voor zijn ambities uit te komen.

Bandleden
Mark van Dijk – zang, gitaar, mondharmonica
Coos van de Klundert – gitaar
Max Nohe – bas en contrabas
Willem Schwaner – drums en backing vocals

Koninkrijk van Muziek zet zich in voor Bossche hiphop

Interview met Bing Berendsen

Koninkrijk van Muziek begon als een klein label, opgezet door Bing Berendsen. Dit voor zijn broertje Jan, bekend als Jengi. Inmiddels is het uitgegroeid tot iets veel groters. Het nieuwe kantoor is gevestigd midden op de Tramkade in Den Bosch, waar ik Bing sprak voor een interview.

Wat is Koninkrijk van Muziek?
We zijn een artiesten/evenementenbureau, en die evenementen voeren we zelf ook uit van begin tot eind. Dus echt van het idee bedenken in bed tot aan het afbouwen van het evenement. Daarnaast doen we soms ook productie op locatie, bijvoorbeeld bij Down The Rabbit Hole. Daar ontvangen en begeleiden we artiesten bij een bepaalde stage. Daarvoor werden we door Noah’s Ark ingehuurd, een groot hiphop label. Zelf zijn we ook een label, daarmee doen we het management van artiesten, zoals boekingen en tracks uitbrengen.

Hoe is die drive ontstaan om dit op te zetten, en om er meer mee te doen?
Het begon eigenlijk toen mijn broertje nog veel hiphop producete, zeker toen hij twaalf of dertien was dacht ik echt ‘wow, wat je nu al maakt op deze leeftijd is best wel crazy.’ Alleen Jan is niet echt een prater. Ik vond het best wel zonde dat zijn talenten en kwaliteiten niet echt gezien werden door de wereld en dus eigenlijk links bleven liggen. Ik kan op zich best wel praten en onderhandelen, dus toen heb ik Koninkrijk van Muziek opgezet, om hem te pushen en om hem de wereld in te gooien zeg maar. Nu zit hij ook bij Sony. Hij zit momenteel ook in Azië voor shows, waar hij over een tijdje ook weer heen gaat. Tussendoor heeft ie nog shows in Parijs en Londen, dus het is wel en soort van grap die is uitgelopen tot echt iets serieus zeg maar.

Welke artiesten vallen nog meer onder het label?
Voornamelijk Bossche hiphop artiesten. Hier is er niet echt een plek of podium voor hiphop acts, dus proberen wij die podiums aan te bieden. Wij zijn eigenlijk meer dat platform voor hun dat we ze dingen kunnen aanbieden, want voornamelijk zijn we wel een evenementenbureau. Maar Duro zit bij ons, Wolf, Nixus en Bonxo bijvoorbeeld.

Koninkrijk van Muziek zet zich in voor Bossche hiphop
Duro

Wat beschouw je zelf als het grootste succesmoment van Koninkrijk van Muziek?
Dat is een moeilijke, er zijn sowieso heel veel hoogtepunten. Maar wat echt heel goed loopt is Smèrrig, een clubavond. We hebben daar tot nu toe een 100 procent score op, dus dat elk Smèrrig evenement tot nu toe is uitverkocht. Dat zijn er inmiddels al meer dan dertig, dus daar ben ik wel trots op ofzo. En natuurlijk Newskoolfest het hiphopfestival, door de namen die we daar hebben geboekt.
Typhoon, Anbu, Rico van oud Opgezwolle en Ares, toen de eerste editie. Wat eigenlijk als grap begon, omdat we zelf een hiphop evenement misten in Den Bosch. We dachten we organiseren dan zelf maar wat en schreven ons bij de Kamer van Koophandel in omdat we dat wel lachen vonden. Anderhalf jaar terug begon het eigenlijk pas echt serieus te worden. Voor het eerst was er een Smèrrig editie met Koningsnacht. In 27 seconden hadden we 425 kaarten verkocht. Toen dacht ik wel van oké er is wel echt veel vraag naar, en hier moeten we serieus mee om gaan.

Koninkrijk van Muziek zet zich in voor Bossche hiphop
Yung Petsi expo

Hoe komt het dat er zoveel vraag naar is denk je?

We blijven trouw aan ons concept, zoals dat we echt niks na 2009 draaien. Doet een dj dat wel, dan tikken we hem ook wel op zijn vingers zeg maar. Je gaat bijvoorbeeld geen ‘Vier Keer Duurder’ draaien wittewel. En ik wil Yung Petsi geen veer in zijn reet steken, die zit hiernaast, maar zijn artwork slaat natuurlijk wel echt aan ook. En de tone of voice, dus hoe de tekst er staat en hoe het overkomt.?Het is net wat anders en allemaal net op of over het randje zeg maar. De tekeningen, de teksten en de naam passen gewoon goed bij elkaar. Als je ‘Smèrrig’ ziet denk je niet meteen aan een Jazz concert bijvoorbeeld, maar echt aan Smèrrig.

Hoe benaderen jullie artiesten, of hoe benaderen zij jullie?
We hebben voor elk concept een andere doelgroep, en dus ook andere teksten, die tone of voice. Maar dus ook andere artiesten, en dat gaat bij elk feest anders. Met Smèrrig komen eigenlijk de artiesten naar ons met de vraag of ze mogen komen draaien, en dat vind ik echt tof. Dat zijn soms ook wel wat grotere artiesten, bijvoorbeeld Jody Bernal, maar ook Puinhoop Kollektiv die ook op Defqon staan. Die komen bij ons dan wel echt een Smèrrig set draaien met dus veel 90’s en 00’s. Bij Newskoolfest benaderen wij veelal de artiesten, maar wat kleinere artiesten ons ook.

Hoe ziet Koninkrijk van Muziek er in de toekomst uit?
We willen iets minder indoor evenementen doen, en iets meer outdoor evenementen. Ook willen we graag één of twee keer per jaar echt een groot evenement neerzetten. Eind dit jaar hebben we bijvoorbeeld Smèrrig Winterfestival voor ongeveer 2.500 man. Dus iets meer van dat, als in 3.000 tot 5.000 man. Ik denk dat dat binnen drie jaar wel te doen is.

Wat wil je graag nog kwijt aan de lezers?
Van alles eigenlijk wel haha. Ik hoop vooral dat alles duidelijk is, want ik vertel nu wel een hele boel, maar ik hoop dat mensen er een beetje een beeld bij hebben.

Waar moeten mensen bijvoorbeeld aan denken als ze ergens ‘Newskoolfest’ zien staan?
Aan een hiphop event van een unieke grootte. Het is niet zo enorm als bijvoorbeeld Woo-Hah, maar het is ook zeker geen evenement waar dan net honderd mensen staan. Een evenement daar tussenin zie je weinig, dus dat maakt Newskoolfest wel uniek. Je kunt hier gewoon vette artiesten zien van buiten Den Bosch maar ook Bossche artiesten krijgen hier podium.

Kortom Koninkrijk van Muziek is een initiatief dat klein is ontstaan, maar ondertussen flink is uitgegroeid en daarmee de muziekscene in Den Bosch levendig houdt. Het biedt een groot aantal evenementen dat zeker de moeite waard is om te checken.

Muziek verbindt alles voor Songhoy Blues

Verschillende culturen komen samen bij Malinese band

Songhoy Blues verwerkt de tragiek van de burgeroorlog in thuisland Mali in een opzwepende mix van woestijnblues en alternatieve rock. Op 11 december verscheen de clip van het nummer ‘Sahara’, met een gastbijdrage van Iggy Pop. We spraken zanger Aliou Touré backstage in Tivoli Vredenburg te Utrecht nadat ze daar optraden.

Songhoy Blues kent een heftigere ontstaansgeschiedenis dan de gemiddelde band. De vier leden van de band komen uit verschillende plekken in Mali, maar ze waren gedwongen te vluchten, zo vertelt Touré. “Jihadisten namen de macht over in het noorden en ze verboden alle culturele uitingen. Geen muziek, bars, clubs, voetbal en andere sporten. Dit was heel moeilijk voor mensen in Mali. Jonge mensen hadden het zwaar zonder muziek en sport. Daarom vertrokken veel mensen, zoals wij, naar het zuiden.”

In de Malinese hoofdstad Bamako ontmoetten de huidige bandleden elkaar en ze besloten samen te jammen. Dat sloeg aan bij bezoekers van hun jamsessies: “We dachten: jongens, misschien wordt dit wel iets. Dat is hoe Songhoy Blues is ontstaan. We begonnen teksten te schrijven en probeerden iets positiefs te maken van de slechte situatie waar we in zaten.”

Songhoy Blues probeert met muziek niet alleen zijn eigen situatie te verbeteren, ze hopen ook iets te kunnen betekenen voor andere Malinezen. Touré: “Muziek werd verbannen vanuit een religieus motief. Alles wat niet binnen de islamitische filosofie paste werd aangevallen. In Songhoy Blues zitten leden met verschillende religies en culturen en we komen uit verschillende plekken in Mali. Muziek brengt ons samen. We willen een voorbeeld zijn voor jonge mensen in Mali: verschillende achtergronden kunnen heel goed samengaan.”

Deze diashow vereist JavaScript.

Op de vraag of hij zelf religieus is geeft Touré geen eenduidig antwoord: “Ik geloof in iets spiritueels. Ik geloof in vrede. Ik geloof in liefde en geluk. Dat is een geloof dat iedereen heeft, of je nou christen, boeddhist, rastafari, moslim of wat dan ook bent. Daar zit geen verschil in.” Deze universele waarden vindt hij ook in muziek: het maakt mensen blij en brengt liefde en vrede. Daarom vindt hij het raar dat muziek en religie niet samen zouden gaan: “Ik zou heel graag willen vragen waarom muziek in het noorden verbannen werd, maar die kans heb ik nooit gekregen.”

Voordat het verboden werd speelde Malinese muziek een grote rol in het leven van de leden van Songhoy Blues. Gitarist Garba Touré (overigens geen familie van zanger Aliou Touré) is de zoon van een bandlid van Ali Farka Touré, die bekendstaat als de grootste muzikant uit Mali en de grondlegger van de Maliblues. De invloeden van deze Maliblues hoor je duidelijk terug in de muziek van Songhoy Blues, maar wel in een hele eigentijdse stijl. Aliou Touré: “Met de komst van internet is Mali geen jungle meer. We hebben ook Spotify, iTunes, Facebook, YouTube, alles. Dus we kunnen overal naar luisteren en dat mixen met de muziek waar we mee opgroeiden.” Hij noemt Jimi Hendrix, B.B. King, Eric Clapton, The Foo Fighters, Bob Marley en Kendrick Lamar als voorbeelden van inspirerende westerse artiesten.

Muziek verbindt alles voor Songhoy Blues
Aliou Touré

Op Songhoy Blues’ nieuwe album ‘Résistance’ blijft het niet alleen bij inspiratie, er staan samenwerkingen met de punklegende Iggy Pop en grimeartiest Elf Kid op. Alhoewel, samenwerking: de band heeft Iggy Pop nooit ontmoet. Het management van Songhoy Blues stelde voor om het nummer ‘Sahara’ naar Iggy Pop op te sturen zodat hij er vocalen voor op kon nemen. Tot Tourés verbazing deed hij dat: “We konden ons niet voorstellen dat hij er de tijd voor zou hebben. We hebben nog nooit met iemand als hij samengewerkt. Andersom heeft hij nog nooit met een jonge Afrikaanse band samengewerkt. We vonden het allebei geweldig.”

Interview: Jan Douwe Krist en Johan van Bommel
Foto via Facebook van Songhoy Blues
Screenshots: Songhoy Blues’ performance Songlines Music Awards winners’ concert op London’s Barbican, 3 oktober 2016

Komodo-frontman Gino Bombrini begint altijd met een beat

Onverwachte sound levert plaatcontract op

Het is nooit stil in het hoofd van Gino Bombrini, frontman van de eclectische band Komodo: “Ik luister naar alle muziek en absorbeer om weer nieuwe muziek te maken.”

Platencontract
Komodo heeft een platencontract binnengehaald bij Sony Music. Dat heeft de band te danken aan zijn professionele aanpak en natuurlijk zijn muziek met een unieke en onverwachte sound. Daar zit veel in. Van surfrock, 60’s pop, woestijnblues, hip hop, rumba en Indiase raga, staat op hun Facebook pagina. “We hebben echt mazzel met dit contract, echt geluk,” zei Gino Bombrini vóór het optreden in Den Bosch.

Komodo speelde donderdag 23 november in foyer van de Willem Twee concertzaal. Volgens Gino is zo’n podium de perfecte omgeving om te spelen. De band bestaat pas kort en heeft nog de sterke behoefte om dicht bij elkaar te zijn om zo de directe energie van elkaar te voelen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Bengali Crown
De eerste klanken van het openingsnummer Bengali Crown zetten de toon van de avond direct neer. De gitaarlijnen tussen gitarist Tommy Ebben en Gino Bombrini op zijn bouzouki vloeiden ineen, beelden van U2 met Bono stegen meteen op. Komodo zou zomaar een supportact kunnen zijn van die Ierse rockband die niet vrij is van Keltische invloeden.?
Gino Bombrini: “De akkoorden en lange lijnen die wij gebruiken, die hoor je ook bij U2. Wij zoeken andere lijnen, andere soorten tonen en als je die achter elkaar zet, krijg je een bijzondere sfeer.”

Samenwerking
Tommy Ebben (Knalland) en Gino Bombrini (SKIP&DIE) maakten een afspraak dat Tommy naar Heerlen zou afreizen. Gino heeft daar een studio en na een nacht doorhalen hadden ze Bengali Crown geschreven, een nummer waar beiden achter stonden. Bengali Crown wordt in januari 2018 als single uitgebracht. Op een later tijdstip volgt het album. De samenwerking bleek vruchtbaar want er volgden nog meer nummers.

“Onze nummers ontstaan allemaal uit een drum groove. Thuis, in de studio, begin ik met een drum groove te spelen en daarop wordt het nummer gebouwd. Ik zet mijn drumstel op en ga gewoon een drumbeat spelen. Ik begin altijd met een beat. Soms heeft Tommy een gitaarlijn en daar verzin ik een drumbeat bij. Eerst zet ik een hele drumpartij op, geïnspireerd op die gitaarlijn en daarna neem ik het op met de computer. We gaan ermee knutselen en halen er allemaal dingen bij. Als het nummer klaar is, roepen we de andere bandleden op om te repeteren.”

Deze diashow vereist JavaScript.

In de band speelt de jongere broer van Gino, Massimo. Hij doet de percussie en speelt sound samples af die live niet uit de gitaren gehaald kunnen worden. Jody van Rooijen zit aan de drums en Judith Renkema geeft de baslijnen aan. Judith heeft gespeeld met vele artiesten waaronder de Brabantse bluesgigant J.W. Roy.

De muziek van Komodo is niet makkelijk te vatten en elke omschrijving daarom nutteloos en zinloos. Het was het aanwezige publiek in Willem Twee allemaal worst want het kwam voor een leuke uitgaansavond en om te dansen op live muziek. Komodo speelde enkele rustige nummers maar het merendeel was goed dansbaar. Bengali Crown was ook het slotnummer. Het repertoire van Komodo is nog klein en daarom werd het nummer waar alles mee begon, nogmaals gespeeld in een wat langere versie met improvisaties.

Open Podium ’t Opkikkertje slaat aan


De wederopstanding van het muziekcafé

Er komen steeds meer podia voor muzikanten in Den Bosch, vooral in cafés. Vrijdag 24 november start het Open Podium in eetcafé ’t Opkikkertje aan de Markt.

Ooit telde Den Bosch veel muziekcafés. Dat waren De Kaketoe en De Haverkist (Korenbrugstraat), De Boulevard en De Ark (Snellestraat), De Rode Pimpernel (Hinthamerstraat), De Rode Tomaat en Café Amber (Ridderstraat), Geen Flauw Idee (Kolperstraat), Café Bartje (Postelstraat), De Spotvogel (Karrestraat), café Laat Maar (Zuidwillemsvaart), De Krabbedoes (Sint Josephstraat).

Het fenomeen muziekcafé raakte in Den Bosch in het slop. Maar het tij lijkt zich te keren. Ten goede zelfs, want een aantal horeca ondernemers met hart voor muziek pakt de draad weer op. Mark Peeperkamp van eetcafé ’t Opkikkertje aan de Markt is zo’n ondernemer. Hij biedt muzikanten het Open Podium aan op de vrijdagavond. Neill Heron en Anne van Damme zijn de eersten die op 24 november gaan optreden.

Ik sprak met Arlet Langewender en Laura van Beek, twee medewerkers van het eetcafé. Arlet zorgt voor de programmering, Laura doet de publiciteit.

KLANKGAT: ’t Opkikkertje wordt ook een muziekcafé. Is dat nieuw of wordt het weer opgepakt?

Laura van Beek: Het was vroeger niet zo. Twee jaar geleden met Jazz in Duketown hadden we voor het eerst twee bandjes en we merkten dat het heel goed ging. En dit jaar weer.
Arlet Langewender: Er was een gezellige sfeer omdat het hier zo knus is.

Het sloeg aan
Laura: Zeker. Het was gewoon een feest. Mensen die elkaar niet kenden, stonden aan het eind van de avond gearmd. Het voelde aan als één groep. Dat zal ook zo zijn als straks de bandjes komen.

Dat is de verwachting
Laura: Aan die verwachting wordt elke keer voldaan. We hebben in het verleden vaker bandjes binnen gehad. We doen bijvoorbeeld mee aan Popronde [rondreizend muziekfestival, red.]
Arlet: Bij Popronde lopen mensen de route af en bij ons komen steeds bezoekers langs. We liggen goed in de route.
Laura: We merkten dat het aansloeg, bands vinden het hier leuk. Er is veel behoefte aan zo’n open podium. Dat mensen ergens gewoon kunnen spelen zonder dat de lat hoog komt te liggen.

Open Podium ’t Opkikkertje slaat aan

Arlet Langewender

Welke standaard hanteren jullie, kan iedereen hier zomaar optreden?
Arlet: Je moet je wel eerst inschrijven. Tot nu toe hebben we iedereen een plek gegeven. We pakken nu alles aan en plannen artiesten in op beschikbaarheid.
Laura: Iedereen is eigenlijk welkom bij Open Podium. Mensen kunnen een instrument meenemen en als de programmering het toelaat kunnen zij een paar songs spelen. Een jamssessie als afsluiting zou helemaal geweldig zijn.

Wordt er alleen akoestisch gespeeld met soms een elektrische gitaar of piano?
Arlet: Klopt. Het idee is vooral akoestisch of semi-akoestisch. Maar eens in de maand willen we ook ruimte maken voor een band.
Laura: Ja, eerst dachten wij, we willen alleen akoestisch, singer songwriters. Maar er kwamen zoveel aanmeldingen van bands. Als een band komt, moeten we het café ombouwen en dat kan niet elke vrijdag. We zijn tenslotte ook eetcafé.

Komen de artiesten uit de regio, uit Den Bosch?
Arlet: Dat schrijven ze er niet bij. Meestal komt dat pas later, als ik hen vraag een stukje op te sturen. De meesten komen uit Den Bosch.
Laura: Ik denk dat je vooral in het begin nog heel veel uit de regio zal houden en dat het zich daarna verder verspreidt. We richten ons voornamelijk op sites als Cultuurbosch en met Jong Actief hebben we nou ook contact. Eerst verspreiding binnen Den Bosch, daarna kunnen we verder denken.

Laat het maar eerst groeien
Arlet-Laura: Ja, daarom Laat het eerst groeien en over ons heen laten gaan. We hadden niet gedacht dat er zoveel aanmeldingen zouden komen. De agenda is tot eind februari 2018 gevuld.