Den Bosch wordt grote speler in de elektronische muziek

Gesprek met de drijvende krachten van de Willem Twee studio

Tot nu toe weten maar een paar mensen ervan en het is de hoogste tijd hier meer ruchtbaarheid aan te geven. Den Bosch heeft sinds kort een enorme muziekstudio, die gespecialiseerd is in het maken van elektronische en elektroakoestische klanken, muziek en opnames.

Ik sprak met Hans Kulk (links op de foto) en Armeno Alberts (rechts op de foto), beiden verbonden aan de Willem Twee studio’s.

KLANKGAT: Wat maakt deze studio zo bijzonder?
Kulk en Alberts: “Deze studio is om een aantal redenen uniek in Nederland en zelfs in Europa.”

Ten eerste hebben we veel oscillatoren en filters (geluiden opwekkende en vormende elementen, red.) die oorspronkelijk werden gebruikt voor belangrijke meetopstellingen. Die hebben een enorm hoge kwaliteit en bereik. Zo’n sinusgenerator bijvoorbeeld maakt een heel zuivere golfvorm die bovendien over een waanzinnig breed gebied instelbaar is, van Mega Herz tot maar 1 trilling per 3 uur. Er zijn ook apparaten die gedurende de jaren ’50 door de Duitse omroep zijn gebruikt en waar Karlheinz Stockhausen (Duitse componist moderne muziek, red.) nog mee gewerkt heeft. Het is ongekend om zoveel van die apparatuur nu bij elkaar te vinden.

Verder staat er een heuse analoge computer, die gebruikt kan worden om het gedrag van fysische systemen te modeleren. Een muziekinstrument is ook zo’n fysisch systeem dat gemodelleerd kan worden. Dus je kan allerlei realistische geluiden met de analoge computer programmeren, maar je hoeft je niet tot bestaande instrumenten te beperken.
En dan, alsof dat nog niet genoeg is, staat er een ARP2500 modulaire synthesizer, volledig gebruiksklaar. Daar tref je er in de hele wereld nog maar een handvol van aan. Dan zullen we het maar niet hebben over de enorme mengpanelen, bandrecorders en heel speciaal alle apparatuur die eigenlijk voor andere doeleinden is bedoeld, maar die ook voor muziek gebruikt kan worden.

Den Bosch wordt grote speler in de elektronische muziek
Analoge muziekstudio Willem Twee

Al met al lijkt het wel een museum, maar dan één waar je uitgebreid experimenteren kan omdat het niet achter glas staat maar echt gebruikt kan worden voor actuele muziek. Juist door dit soort apparatuur kan je een enorme creativiteit ontplooien. Zo sta je ook heel dicht bij de basis van het maken van de geluiden. In plaats van met software te pielen kan je hier echt voelen wat je doet, je hebt een veel nabijer contact met het geluid.

Wat is jullie doel met deze studio?
Het gaat ons allereerst er om de liefde voor deze apparatuur te promoten en mensen op te leiden zodat ze een diepgaande kennis ontwikkelen van hoe elektronische klankgeneratie werkt, en hoe je dat kan gebruiken om composities te maken. Verder mikken we op de internationale componisten die al veel ervaring hebben, en die juist hier hun ideeën tot volle wasdom kunnen brengen. Er is al belangstelling vanuit het buitenland (Zweden, Noorwegen, Italië, Duitsland). Mensen komen dan een poos als ‘Artist in Residence’ (AIR). Ze krijgen intensieve begeleiding in het studiogebruik en verblijven vlak in de buurt zodat ze veel experimenten kunnen uitvoeren.

Daarnaast willen we ook graag dat meer mensen belangstelling krijgen voor de techniek en zelf met elektronica leren omgaan. Daarom is er tevens een soldeerclub die regelmatig samen komt waar je van alles leert van elkaar, en dat in een heel gemoedelijke atmosfeer.

Is het niet enorm eng om hier naar binnen te stappen?
De apparatuur kan er nogal overdonderend uitzien. Maar dat is precies de reden waarom we heel laagdrempelige cursussen en activiteiten hebben. Daarin combineren we het aanbieden van basiskennis van wat geluid nu eigenlijk is met het stapsgewijs bekend raken met alle techniek om die geluiden op te wekken. We brengen die kennis meteen in de praktijk en laten mensen er mee experimenteren.
Je krijgt veel persoonlijke aandacht en de praktijk laat zien dat deelnemers al snel in staat zijn om mooie composities te maken. Natuurlijk is het zo dat als je echt vergevorderd wilt worden dat je er de nodige uren in moet stoppen. We hebben dan ook diverse cursussen die de materie steeds verder uitdiepen.

Hoe zien jullie de toekomst?
Heel zonnig, maar vooral vol met mooie composities, waarmee we ook in dit opzicht Den Bosch op de kaart kunnen zetten.

Als je meer wilt weten surf dan naar: https://www.willem-twee.nl/cursussen-analoge-studio/

Foto: Erwin Engelsma

Als het lied het houdt op een akoestische gitaar dan komt het goed

Hoe de muziek van Handsome Johnny één geheel vormt

Ergens in het slecht gedefinieerde, altijd nevelige, nooit zonnige gebied tussen België en Nederland kwamen de mannen van Handsome Johnny samen om muziek te maken. Muziek die de typische verhalen van het gebied vastlegt: verdwalen in het bos, bier drinken in bars lang voorbij hun hoogtepunt, en vuistgevechten die niet altijd een geldige reden nodig hebben.

Eén geheel uit zoveel
Zo omschrijft de band zichzelf op hun Facebookpagina. Deze stoerheid past wel bij een band als Handsome Johnny. Roots rock op zijn best. Er werden flink wat nummers gespeeld donderdag 4 januari in de foyer van Willem Twee concertzaal. Een twintigtal nummers in totaal, verdeeld over twee sets. Het publiek liet zich gewillig meevoeren in melodieuze rock country, soms neigend naar pop, afgewisseld door wat meer dramatische Americana dat zou passen bij een film van de Coen Brothers.
Het kon allemaal en ging als vanzelfsprekend in elkaar op.

Als het lied het houdt op een akoestische gitaar dan komt het goed - ©ronald_rijken
Mark van Dijk

“Ik ben sterk beïnvloed door muziek uit de jaren ’60 en ’70. Op de platen van The Stones hoor je ook allerlei genres: rock, country en zelfs gospel. Dan vormt zich één geheel. Dat is wat wij ook doen. Het vormt allemaal één geheel,” zegt Mark van Dijk, frontman van Handsome Johnny en verantwoordelijk voor de vele songs.
“Wij maken ook zo van die uitstapjes zoals The Stones doen op hun albums. Niet dat ik dat bewust doe, maar dan komt er een hardcore nummer uit en de andere keer een J.J. Cale-achtig nummer.”

Johnny and the Devil
Het laatste nummer van de eerste set is een sprekend voorbeeld van de veelzijdigheid van de band. Follow Your Heart is een lekkere Midwest song met een prettig refrein dat live sterk overkomt mede door de vakkundige solo van de hand van gitarist Coos van de Klundert aan het eind van het nummer. Hier komen country en pop broederlijk samen in dat ene geheel waar Van Dijk op doelde. “Er is niks mis met pop muziek,” zei Coos tijdens een kort gesprek in de pauze.

Na de korte break – de band had er echt zin in – werd het nummer Johnny And The Devil ingezet, een aloud thema in de country waarin de duivel een man verleidt zijn ziel te verkopen in ruil voor geld, roem en glorie. Daarmee sluit de band zich aan bij een grote rij namen uit de country muziek zoals Dolly Parton en Kris Kristofferson die ook de strijd met de duivel bezingen. De hoofdpersoon in het lied – Handsome Johnny – betaalt de prijs op De Dag Des Oordeels en ook dat is een geliefd en telkens terugkerend thema in zowel country, rock als de blues.

De toon was gezet voor het tweede deel van de avond en in een vlot tempo werden nog tien nummers gespeeld, de een memorabeler dan de andere. Somewhere In April sprong eruit omdat het zo’n catchy nummer is. Het voldeed eigenlijk aan alle wetten en regels om een hit te worden. Echt zo’n nummer waarbij je de volumeknop helemaal opendraait als je in je cabrio op een zomerse middag aan het rondtoeren bent.

Deze diashow vereist JavaScript.

“Ik kom vaak met een nummer dat al kop en staart heeft en waar ik al ideeën heb waar wat zou kunnen komen. Maar er komen altijd verrassingen als de band de nummers eigen wil maken. Ik heb niet echt een eenduidig manier van schrijven, maar altijd met mijn akoestische gitaar want dat is wel de basis. Als het lied het houdt op een akoestische gitaar dan komt het goed. Ik heb er wel ideeën over maar als we gaan repeteren dan is er genoeg vrijheid voor iedereen van de band. Coos heeft een eigen sound op zijn gitaar en die legt hij in die nummers, geeft er een bepaalde twist aan. De nummers krijgen zo een eigen identiteit. De teksten liggen wel vast, ik kom met complete liedjes.”

In maart wil Mark van Dijk weer de studio in. “Ik heb heel veel nieuwe nummers geschreven die we echt moeten gaan aanpakken. Op een EP met zes tot acht nummers.”

De twee laatste nummers Upright en Do Better Things waren dansbare uitswingers. Net zoals de eerste was deze tweede set in balans. Dat kenmerkt deze volwassen band die niet schroomt om voor zijn ambities uit te komen.

Bandleden
Mark van Dijk – zang, gitaar, mondharmonica
Coos van de Klundert – gitaar
Max Nohe – bas en contrabas
Willem Schwaner – drums en backing vocals

Koninkrijk van Muziek zet zich in voor Bossche hiphop

Interview met Bing Berendsen

Koninkrijk van Muziek begon als een klein label, opgezet door Bing Berendsen. Dit voor zijn broertje Jan, bekend als Jengi. Inmiddels is het uitgegroeid tot iets veel groters. Het nieuwe kantoor is gevestigd midden op de Tramkade in Den Bosch, waar ik Bing sprak voor een interview.

Wat is Koninkrijk van Muziek?
We zijn een artiesten/evenementenbureau, en die evenementen voeren we zelf ook uit van begin tot eind. Dus echt van het idee bedenken in bed tot aan het afbouwen van het evenement. Daarnaast doen we soms ook productie op locatie, bijvoorbeeld bij Down The Rabbit Hole. Daar ontvangen en begeleiden we artiesten bij een bepaalde stage. Daarvoor werden we door Noah’s Ark ingehuurd, een groot hiphop label. Zelf zijn we ook een label, daarmee doen we het management van artiesten, zoals boekingen en tracks uitbrengen.

Hoe is die drive ontstaan om dit op te zetten, en om er meer mee te doen?
Het begon eigenlijk toen mijn broertje nog veel hiphop producete, zeker toen hij twaalf of dertien was dacht ik echt ‘wow, wat je nu al maakt op deze leeftijd is best wel crazy.’ Alleen Jan is niet echt een prater. Ik vond het best wel zonde dat zijn talenten en kwaliteiten niet echt gezien werden door de wereld en dus eigenlijk links bleven liggen. Ik kan op zich best wel praten en onderhandelen, dus toen heb ik Koninkrijk van Muziek opgezet, om hem te pushen en om hem de wereld in te gooien zeg maar. Nu zit hij ook bij Sony. Hij zit momenteel ook in Azië voor shows, waar hij over een tijdje ook weer heen gaat. Tussendoor heeft ie nog shows in Parijs en Londen, dus het is wel en soort van grap die is uitgelopen tot echt iets serieus zeg maar.

Welke artiesten vallen nog meer onder het label?
Voornamelijk Bossche hiphop artiesten. Hier is er niet echt een plek of podium voor hiphop acts, dus proberen wij die podiums aan te bieden. Wij zijn eigenlijk meer dat platform voor hun dat we ze dingen kunnen aanbieden, want voornamelijk zijn we wel een evenementenbureau. Maar Duro zit bij ons, Wolf, Nixus en Bonxo bijvoorbeeld.

Koninkrijk van Muziek zet zich in voor Bossche hiphop
Duro

Wat beschouw je zelf als het grootste succesmoment van Koninkrijk van Muziek?
Dat is een moeilijke, er zijn sowieso heel veel hoogtepunten. Maar wat echt heel goed loopt is Smèrrig, een clubavond. We hebben daar tot nu toe een 100 procent score op, dus dat elk Smèrrig evenement tot nu toe is uitverkocht. Dat zijn er inmiddels al meer dan dertig, dus daar ben ik wel trots op ofzo. En natuurlijk Newskoolfest het hiphopfestival, door de namen die we daar hebben geboekt.
Typhoon, Anbu, Rico van oud Opgezwolle en Ares, toen de eerste editie. Wat eigenlijk als grap begon, omdat we zelf een hiphop evenement misten in Den Bosch. We dachten we organiseren dan zelf maar wat en schreven ons bij de Kamer van Koophandel in omdat we dat wel lachen vonden. Anderhalf jaar terug begon het eigenlijk pas echt serieus te worden. Voor het eerst was er een Smèrrig editie met Koningsnacht. In 27 seconden hadden we 425 kaarten verkocht. Toen dacht ik wel van oké er is wel echt veel vraag naar, en hier moeten we serieus mee om gaan.

Koninkrijk van Muziek zet zich in voor Bossche hiphop
Yung Petsi expo

Hoe komt het dat er zoveel vraag naar is denk je?

We blijven trouw aan ons concept, zoals dat we echt niks na 2009 draaien. Doet een dj dat wel, dan tikken we hem ook wel op zijn vingers zeg maar. Je gaat bijvoorbeeld geen ‘Vier Keer Duurder’ draaien wittewel. En ik wil Yung Petsi geen veer in zijn reet steken, die zit hiernaast, maar zijn artwork slaat natuurlijk wel echt aan ook. En de tone of voice, dus hoe de tekst er staat en hoe het overkomt.?Het is net wat anders en allemaal net op of over het randje zeg maar. De tekeningen, de teksten en de naam passen gewoon goed bij elkaar. Als je ‘Smèrrig’ ziet denk je niet meteen aan een Jazz concert bijvoorbeeld, maar echt aan Smèrrig.

Hoe benaderen jullie artiesten, of hoe benaderen zij jullie?
We hebben voor elk concept een andere doelgroep, en dus ook andere teksten, die tone of voice. Maar dus ook andere artiesten, en dat gaat bij elk feest anders. Met Smèrrig komen eigenlijk de artiesten naar ons met de vraag of ze mogen komen draaien, en dat vind ik echt tof. Dat zijn soms ook wel wat grotere artiesten, bijvoorbeeld Jody Bernal, maar ook Puinhoop Kollektiv die ook op Defqon staan. Die komen bij ons dan wel echt een Smèrrig set draaien met dus veel 90’s en 00’s. Bij Newskoolfest benaderen wij veelal de artiesten, maar wat kleinere artiesten ons ook.

Hoe ziet Koninkrijk van Muziek er in de toekomst uit?
We willen iets minder indoor evenementen doen, en iets meer outdoor evenementen. Ook willen we graag één of twee keer per jaar echt een groot evenement neerzetten. Eind dit jaar hebben we bijvoorbeeld Smèrrig Winterfestival voor ongeveer 2.500 man. Dus iets meer van dat, als in 3.000 tot 5.000 man. Ik denk dat dat binnen drie jaar wel te doen is.

Wat wil je graag nog kwijt aan de lezers?
Van alles eigenlijk wel haha. Ik hoop vooral dat alles duidelijk is, want ik vertel nu wel een hele boel, maar ik hoop dat mensen er een beetje een beeld bij hebben.

Waar moeten mensen bijvoorbeeld aan denken als ze ergens ‘Newskoolfest’ zien staan?
Aan een hiphop event van een unieke grootte. Het is niet zo enorm als bijvoorbeeld Woo-Hah, maar het is ook zeker geen evenement waar dan net honderd mensen staan. Een evenement daar tussenin zie je weinig, dus dat maakt Newskoolfest wel uniek. Je kunt hier gewoon vette artiesten zien van buiten Den Bosch maar ook Bossche artiesten krijgen hier podium.

Kortom Koninkrijk van Muziek is een initiatief dat klein is ontstaan, maar ondertussen flink is uitgegroeid en daarmee de muziekscene in Den Bosch levendig houdt. Het biedt een groot aantal evenementen dat zeker de moeite waard is om te checken.

Muziek verbindt alles voor Songhoy Blues

Verschillende culturen komen samen bij Malinese band

Songhoy Blues verwerkt de tragiek van de burgeroorlog in thuisland Mali in een opzwepende mix van woestijnblues en alternatieve rock. Op 11 december verscheen de clip van het nummer ‘Sahara’, met een gastbijdrage van Iggy Pop. We spraken zanger Aliou Touré backstage in Tivoli Vredenburg te Utrecht nadat ze daar optraden.

Songhoy Blues kent een heftigere ontstaansgeschiedenis dan de gemiddelde band. De vier leden van de band komen uit verschillende plekken in Mali, maar ze waren gedwongen te vluchten, zo vertelt Touré. “Jihadisten namen de macht over in het noorden en ze verboden alle culturele uitingen. Geen muziek, bars, clubs, voetbal en andere sporten. Dit was heel moeilijk voor mensen in Mali. Jonge mensen hadden het zwaar zonder muziek en sport. Daarom vertrokken veel mensen, zoals wij, naar het zuiden.”

In de Malinese hoofdstad Bamako ontmoetten de huidige bandleden elkaar en ze besloten samen te jammen. Dat sloeg aan bij bezoekers van hun jamsessies: “We dachten: jongens, misschien wordt dit wel iets. Dat is hoe Songhoy Blues is ontstaan. We begonnen teksten te schrijven en probeerden iets positiefs te maken van de slechte situatie waar we in zaten.”

Songhoy Blues probeert met muziek niet alleen zijn eigen situatie te verbeteren, ze hopen ook iets te kunnen betekenen voor andere Malinezen. Touré: “Muziek werd verbannen vanuit een religieus motief. Alles wat niet binnen de islamitische filosofie paste werd aangevallen. In Songhoy Blues zitten leden met verschillende religies en culturen en we komen uit verschillende plekken in Mali. Muziek brengt ons samen. We willen een voorbeeld zijn voor jonge mensen in Mali: verschillende achtergronden kunnen heel goed samengaan.”

Deze diashow vereist JavaScript.

Op de vraag of hij zelf religieus is geeft Touré geen eenduidig antwoord: “Ik geloof in iets spiritueels. Ik geloof in vrede. Ik geloof in liefde en geluk. Dat is een geloof dat iedereen heeft, of je nou christen, boeddhist, rastafari, moslim of wat dan ook bent. Daar zit geen verschil in.” Deze universele waarden vindt hij ook in muziek: het maakt mensen blij en brengt liefde en vrede. Daarom vindt hij het raar dat muziek en religie niet samen zouden gaan: “Ik zou heel graag willen vragen waarom muziek in het noorden verbannen werd, maar die kans heb ik nooit gekregen.”

Voordat het verboden werd speelde Malinese muziek een grote rol in het leven van de leden van Songhoy Blues. Gitarist Garba Touré (overigens geen familie van zanger Aliou Touré) is de zoon van een bandlid van Ali Farka Touré, die bekendstaat als de grootste muzikant uit Mali en de grondlegger van de Maliblues. De invloeden van deze Maliblues hoor je duidelijk terug in de muziek van Songhoy Blues, maar wel in een hele eigentijdse stijl. Aliou Touré: “Met de komst van internet is Mali geen jungle meer. We hebben ook Spotify, iTunes, Facebook, YouTube, alles. Dus we kunnen overal naar luisteren en dat mixen met de muziek waar we mee opgroeiden.” Hij noemt Jimi Hendrix, B.B. King, Eric Clapton, The Foo Fighters, Bob Marley en Kendrick Lamar als voorbeelden van inspirerende westerse artiesten.

Muziek verbindt alles voor Songhoy Blues
Aliou Touré

Op Songhoy Blues’ nieuwe album ‘Résistance’ blijft het niet alleen bij inspiratie, er staan samenwerkingen met de punklegende Iggy Pop en grimeartiest Elf Kid op. Alhoewel, samenwerking: de band heeft Iggy Pop nooit ontmoet. Het management van Songhoy Blues stelde voor om het nummer ‘Sahara’ naar Iggy Pop op te sturen zodat hij er vocalen voor op kon nemen. Tot Tourés verbazing deed hij dat: “We konden ons niet voorstellen dat hij er de tijd voor zou hebben. We hebben nog nooit met iemand als hij samengewerkt. Andersom heeft hij nog nooit met een jonge Afrikaanse band samengewerkt. We vonden het allebei geweldig.”

Interview: Jan Douwe Krist en Johan van Bommel
Foto via Facebook van Songhoy Blues
Screenshots: Songhoy Blues’ performance Songlines Music Awards winners’ concert op London’s Barbican, 3 oktober 2016

Komodo-frontman Gino Bombrini begint altijd met een beat

Onverwachte sound levert plaatcontract op

Het is nooit stil in het hoofd van Gino Bombrini, frontman van de eclectische band Komodo: “Ik luister naar alle muziek en absorbeer om weer nieuwe muziek te maken.”

Platencontract
Komodo heeft een platencontract binnengehaald bij Sony Music. Dat heeft de band te danken aan zijn professionele aanpak en natuurlijk zijn muziek met een unieke en onverwachte sound. Daar zit veel in. Van surfrock, 60’s pop, woestijnblues, hip hop, rumba en Indiase raga, staat op hun Facebook pagina. “We hebben echt mazzel met dit contract, echt geluk,” zei Gino Bombrini vóór het optreden in Den Bosch.

Komodo speelde donderdag 23 november in foyer van de Willem Twee concertzaal. Volgens Gino is zo’n podium de perfecte omgeving om te spelen. De band bestaat pas kort en heeft nog de sterke behoefte om dicht bij elkaar te zijn om zo de directe energie van elkaar te voelen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Bengali Crown
De eerste klanken van het openingsnummer Bengali Crown zetten de toon van de avond direct neer. De gitaarlijnen tussen gitarist Tommy Ebben en Gino Bombrini op zijn bouzouki vloeiden ineen, beelden van U2 met Bono stegen meteen op. Komodo zou zomaar een supportact kunnen zijn van die Ierse rockband die niet vrij is van Keltische invloeden.?
Gino Bombrini: “De akkoorden en lange lijnen die wij gebruiken, die hoor je ook bij U2. Wij zoeken andere lijnen, andere soorten tonen en als je die achter elkaar zet, krijg je een bijzondere sfeer.”

Samenwerking
Tommy Ebben (Knalland) en Gino Bombrini (SKIP&DIE) maakten een afspraak dat Tommy naar Heerlen zou afreizen. Gino heeft daar een studio en na een nacht doorhalen hadden ze Bengali Crown geschreven, een nummer waar beiden achter stonden. Bengali Crown wordt in januari 2018 als single uitgebracht. Op een later tijdstip volgt het album. De samenwerking bleek vruchtbaar want er volgden nog meer nummers.

“Onze nummers ontstaan allemaal uit een drum groove. Thuis, in de studio, begin ik met een drum groove te spelen en daarop wordt het nummer gebouwd. Ik zet mijn drumstel op en ga gewoon een drumbeat spelen. Ik begin altijd met een beat. Soms heeft Tommy een gitaarlijn en daar verzin ik een drumbeat bij. Eerst zet ik een hele drumpartij op, geïnspireerd op die gitaarlijn en daarna neem ik het op met de computer. We gaan ermee knutselen en halen er allemaal dingen bij. Als het nummer klaar is, roepen we de andere bandleden op om te repeteren.”

Deze diashow vereist JavaScript.

In de band speelt de jongere broer van Gino, Massimo. Hij doet de percussie en speelt sound samples af die live niet uit de gitaren gehaald kunnen worden. Jody van Rooijen zit aan de drums en Judith Renkema geeft de baslijnen aan. Judith heeft gespeeld met vele artiesten waaronder de Brabantse bluesgigant J.W. Roy.

De muziek van Komodo is niet makkelijk te vatten en elke omschrijving daarom nutteloos en zinloos. Het was het aanwezige publiek in Willem Twee allemaal worst want het kwam voor een leuke uitgaansavond en om te dansen op live muziek. Komodo speelde enkele rustige nummers maar het merendeel was goed dansbaar. Bengali Crown was ook het slotnummer. Het repertoire van Komodo is nog klein en daarom werd het nummer waar alles mee begon, nogmaals gespeeld in een wat langere versie met improvisaties.

Open Podium ’t Opkikkertje slaat aan


De wederopstanding van het muziekcafé

Er komen steeds meer podia voor muzikanten in Den Bosch, vooral in cafés. Vrijdag 24 november start het Open Podium in eetcafé ’t Opkikkertje aan de Markt.

Ooit telde Den Bosch veel muziekcafés. Dat waren De Kaketoe en De Haverkist (Korenbrugstraat), De Boulevard en De Ark (Snellestraat), De Rode Pimpernel (Hinthamerstraat), De Rode Tomaat en Café Amber (Ridderstraat), Geen Flauw Idee (Kolperstraat), Café Bartje (Postelstraat), De Spotvogel (Karrestraat), café Laat Maar (Zuidwillemsvaart), De Krabbedoes (Sint Josephstraat).

Het fenomeen muziekcafé raakte in Den Bosch in het slop. Maar het tij lijkt zich te keren. Ten goede zelfs, want een aantal horeca ondernemers met hart voor muziek pakt de draad weer op. Mark Peeperkamp van eetcafé ’t Opkikkertje aan de Markt is zo’n ondernemer. Hij biedt muzikanten het Open Podium aan op de vrijdagavond. Neill Heron en Anne van Damme zijn de eersten die op 24 november gaan optreden.

Ik sprak met Arlet Langewender en Laura van Beek, twee medewerkers van het eetcafé. Arlet zorgt voor de programmering, Laura doet de publiciteit.

KLANKGAT: ’t Opkikkertje wordt ook een muziekcafé. Is dat nieuw of wordt het weer opgepakt?

Laura van Beek: Het was vroeger niet zo. Twee jaar geleden met Jazz in Duketown hadden we voor het eerst twee bandjes en we merkten dat het heel goed ging. En dit jaar weer.
Arlet Langewender: Er was een gezellige sfeer omdat het hier zo knus is.

Het sloeg aan
Laura: Zeker. Het was gewoon een feest. Mensen die elkaar niet kenden, stonden aan het eind van de avond gearmd. Het voelde aan als één groep. Dat zal ook zo zijn als straks de bandjes komen.

Dat is de verwachting
Laura: Aan die verwachting wordt elke keer voldaan. We hebben in het verleden vaker bandjes binnen gehad. We doen bijvoorbeeld mee aan Popronde [rondreizend muziekfestival, red.]
Arlet: Bij Popronde lopen mensen de route af en bij ons komen steeds bezoekers langs. We liggen goed in de route.
Laura: We merkten dat het aansloeg, bands vinden het hier leuk. Er is veel behoefte aan zo’n open podium. Dat mensen ergens gewoon kunnen spelen zonder dat de lat hoog komt te liggen.

Open Podium ’t Opkikkertje slaat aan

Arlet Langewender

Welke standaard hanteren jullie, kan iedereen hier zomaar optreden?
Arlet: Je moet je wel eerst inschrijven. Tot nu toe hebben we iedereen een plek gegeven. We pakken nu alles aan en plannen artiesten in op beschikbaarheid.
Laura: Iedereen is eigenlijk welkom bij Open Podium. Mensen kunnen een instrument meenemen en als de programmering het toelaat kunnen zij een paar songs spelen. Een jamssessie als afsluiting zou helemaal geweldig zijn.

Wordt er alleen akoestisch gespeeld met soms een elektrische gitaar of piano?
Arlet: Klopt. Het idee is vooral akoestisch of semi-akoestisch. Maar eens in de maand willen we ook ruimte maken voor een band.
Laura: Ja, eerst dachten wij, we willen alleen akoestisch, singer songwriters. Maar er kwamen zoveel aanmeldingen van bands. Als een band komt, moeten we het café ombouwen en dat kan niet elke vrijdag. We zijn tenslotte ook eetcafé.

Komen de artiesten uit de regio, uit Den Bosch?
Arlet: Dat schrijven ze er niet bij. Meestal komt dat pas later, als ik hen vraag een stukje op te sturen. De meesten komen uit Den Bosch.
Laura: Ik denk dat je vooral in het begin nog heel veel uit de regio zal houden en dat het zich daarna verder verspreidt. We richten ons voornamelijk op sites als Cultuurbosch en met Jong Actief hebben we nou ook contact. Eerst verspreiding binnen Den Bosch, daarna kunnen we verder denken.

Laat het maar eerst groeien
Arlet-Laura: Ja, daarom Laat het eerst groeien en over ons heen laten gaan. We hadden niet gedacht dat er zoveel aanmeldingen zouden komen. De agenda is tot eind februari 2018 gevuld.

Muziekfestival November Music bestaat 25 jaar

Interview met artistiek leider Bert Palinckx

Bert Palinckx is artistiek leider van November Music. Hij is al 18 jaar verbonden aan dit muziekfestival in ‘s-Hertogenbosch dat de slogan aanvoert ‘ muziek van nu door de makers van nu’.
November Music werd in 1993 opgericht en viert dit jaar zijn vijfentwintigjarig jubileum. Het festival duurt elf dagen van 2 tot en met 12 november en wordt op tal van locaties in ‘s-Hertogenbosch gehouden.

KLANKGAT: Wat doet een artistiek leider en hoe vult u dat leiderschap in?
Bert Palinckx: Ik zoek een samenhang binnen de programmering. Ik kijk wie waar en wanneer optreedt. Het is een soort puzzel waar ik bijvoorbeeld let of er niet teveel dezelfde genres op een bepaalde datum en locatie staan geprogrammeerd. Je wilt toch een spanningsboog in je programma bouwen, lijnen uitzetten, met op de laatste zondag een wat lichtere noot.
Ik praat vooraf veel met componisten over hun ideeën en kijk dan hoe die passen in het programma. Ik bemoei me niet met de inhoud. Daar zijn de componisten zelf verantwoordelijk voor.

November Music bestaat 25 jaar. Gaat dit een speciale editie worden?
Laat ik het zo zeggen: elke editie is mij lief. Het ligt niet in de aard van November Music om terug te kijken. We hebben geen speciaal retrospectief programma en zelfs niet een jubileumboek uitgebracht. November Music kijkt liever naar de toekomst.

Muziekfestival November Music bestaat 25 jaar
Dansgroep Panama Pictures op de Parade n.a.v. de opening November Music

Nou ja, het festival reserveert een hele dag voor één artiest. Zaterdag 4 november staat helemaal in het teken van John Zorn. Dat is, zover ik weet, nog nooit gebeurd.
(lacht) Eerlijk gezegd had ik John Zorn al voor vorig jaar gepland. Maar het kon toen niet en daarom is hij er nu. Met een flinke crew. Hij betekent veel voor de moderne muziek en krijgt van ons de ruimte om dat op 4 november te laten zien. Er komen zelfs mensen uit Moskou speciaal voor hem.

Het Bosch Requiem is door November Music overgenomen. Hebben jullie dingen gewijzigd, is er een andere insteek?
Bosch Requiem is inderdaad overgenomen van de Jeroen Bosch Stichting die inmiddels is opgeheven. Als eerste zijn wij uit de Sint-Jan gegaan. Het kerkbestuur drong aan om te blijven, maar we wilden het requiem een ander karakter geven, minder cerebraal. En de akoestiek is ook niet geschikt, het galmt er nogal.
Daarnaast wilden we het ook theatraler maken. We zochten een geschikte locatie en die werd uiteindelijk Theater a/d Parade. Op donderdag 2 november, Allerzielen, begint het Bosch Requiem op de Parade en wordt het binnen in het theater voortgezet. Buiten op de Parade gaat een deel van de voorstelling overigens door met Allerzielen als leidraad.
Er is ook een nieuw requiem geschreven door de componist Anthony Fiumara met een libretto van filosoof en schrijver De´sanne van Brederode uit Den Bosch.

November Music is niet zo bekend in Den Bosch. Zijn er plannen om daar wat aan te doen?
November Music was nogal elitair maar de laatste jaren is de programmering veel breder van opzet geworden zonder dat we inhoudelijk een kniebuiging hebben gemaakt. Het is nu eenmaal minder toegankelijke muziek die wij brengen.
Qua bezoekers is het leuk om te weten, dat een derde van de bezoekers uit Den Bosch komt, een derde uit Brabant en eenderde buiten Brabant.

Een tipje van de sluier van wat 2018 gaat brengen?
Het Requiem wordt een traditie. Daarover is een akkoord bereikt met de gemeente ‘s-Hertogenbosch. En volgend jaar gaan we meer vrouwelijke componisten en uitvoerders programmeren. Er zijn veel goede en belangrijke vrouwelijke componisten. Nu is de man-vrouw verhouding 70-30 procent ten gunste van mannen.
Verder willen we concerten opzetten met koren uit Brabant. Onder professionele begeleiding zullen zij bestaande, klassieke liederen zingen in de hele stad. En als laatste wat ik nog wil zeggen, is dat het allerbeste ensemble ter wereld, Klankforum Wien, naar November Music komt.

Interview met Rob van der Ham

Organisator van Duketown Rebelfestival

KLANKGAT: Hoe is het Duketown Rebelfestival ontstaan?
Rob van der Ham: Toen we destijds met onze band The Duketown Helldogs begonnen, merkten we dat het sfeertje qua bandjes weer begon aan te trekken. We speelden best veel in die tijd en vrienden en kennissen uit de punkrock-en metalscene zeiden: “Hé, die gasten beginnen een band. Wij kunnen dat ook!” En zo ontstonden uit die groep weer een aantal bevriende bandjes.

We waren vroeger allemaal een beetje fan van Speedfest in Eindhoven, het festival dat georganiseerd werd door Peter Pan Speedrock. Daniël van Vugt, waarmee ik samen in de band zat, en ik zeiden tegen elkaar: ”Dat mis ik in hier Den Bosch!” We wilden hier ons eigen feestje organiseren, met lokale bandjes uit de regio.
Toen Daniël en ik vier jaar geleden dit festival begonnen, hadden we het idee om, net als Peter Pan Speedrock bij Speedfest, zelf met onze band The Duketown Helldogs te headlinen en bevriende bands uit te nodigen om het programma compleet te maken. Dat hebben we die eerste keer ook gedaan. Inmiddels bestaat die band niet meer en zijn we allebei onze eigen muzikale weg gegaan. Ondanks het feit dat ik de laatste jaren de programmering in mijn eentje doe, hebben we nog wel goed contact. Zo is hij deze editie ook weer van de partij met zijn band Jesus Sanseveria.

Interview met Rob van der Ham
Wonk Unit

Hoewel de meeste bands die je programmeert voor het Duketown Rebelfestival uit de regio komen, die je vaak uit je persoonlijk netwerk kent, prijkt er dit jaar een band uit Engeland op het affiche, Wonk Unit. Hoe kom je aan die band?
Ik zit zelf best wel in de punkscene en ook in de metalscene via mijn vriendin die in een metalband speelt, Bring On The Bloodshed. Daardoor ben ik bekend met veel bands uit die genres, ook internationaal. En ik heb ook mijn eigen boekingskantoor waardoor ik veel connecties heb in het buitenland.
In maart speelde Wonk Unit op een zondagmiddag hier bij Willem Twee en die hebben mij super verrast! Ik was erg onder de indruk. Deze punkband heeft van de zomer op verschillende festivals gespeeld, onder andere op het Exit festival in Servië en waren headliner op Rebellion Festival in Blackpool, het grootste punkfestival van de wereld. Ik vind dat Den Bosch deze band zouden moeten leren kennen, daarom heb ik ze voor dit jaar geboekt.

Wat doe je nog meer bij Willem Twee?
Ik werk nu zo’n anderhalf jaar in bij Willem Twee, onder andere als stagemanager en daarnaast doen we met vijf jonge programmeurs, met ieder zijn eigen genre, de programmering voor On The House. Ik heb dan één keer in de maand een avond. Willem Twee trakteert dan op een gratis avond met live muziek, van het huis dus.

Je woont nu sinds een tijdje in Amsterdam, omdat je vriendin daar vandaan komt. Is dat goed te combineren met je werk hier?
Ik kom hier al bij sinds mijn vijftiende. Willem Twee zit in mijn hart en ik kan hier doen wat ik leuk vind. Muziek is mijn passie. Ik werk hier in principe twee vrijdagavonden per maand. Afgelopen maand wat meer, dus het kan variëren. Maar het is goed te doen. Ook al heb ik in Amsterdam ook een fulltime baan en ben ik ’s avonds met mijn boekingskantoor bezig.

Interview met Rob van der Ham
Lemniscate uit Vught

Welke band mogen we niet missen tijdens het Duketown Rebelfestival?
Het wordt een veelzijdige avond met dit jaar iets meer nadruk op punk en wat leuk is om te zien, is dat er weer een nieuwe generatie muzikanten aan komt. De band Lemniscate uit Vught bijvoorbeeld, bestaat uit vier jonge tieners die je omver blazen met hun trashmetal. En dát is slechts één van de nieuwe bandjes uit de regio. Er is dus hoop voor de toekomst van punkrock en metal.

The Silverfaces Popronde 2017

Interview met The Silverfaces

Na het optreden in de Knillispoort, tijdens Popronde Den Bosch, sprak ik zanger/gitarist Jesse Koch en toetsenist Martin Scheppink van The Silverfaces voor een interview. We liepen de hoek om en gingen bij een standbeeld zitten, op een trap aan het water. Tussen wat zwervers begonnen we het interview.

KLANKGAT:Hoe kennen jullie elkaar?
Martin Scheppink: ‘‘We kennen elkaar van de Herman Brood Academie eigenlijk. Ik moet er wel bij zeggen dat we daar niet zijn begonnen als band. Dat was pas in een zomervakantie daarna.

Waar komt de naam ‘The Silverfaces’ vandaan?
Jesse Koch: ‘Aaaaah dat is een leuke vraag. In elk geval niet de gitaarversterkers, dat denken veel mensen.’
Martin: ‘Het echte verhaal is eigenlijk zo. In de beginfase, tijdens de campagne van een of ander lingeriemerk, hadden we elke week de nieuwe poster van Sylvie Meis in de oefenruimte hangen. We dachten eerst nog aan ‘Sylvie’, maarja dat werkt als bandnaam ook niet.’
Jesse: ‘We zijn daar een beetje verder op gaan denken. Één van ons, ik weet niet meer wie, kwam met ‘The Silverfaces’ en toen waren alle domeinnamen vrij.’

The Silverfaces Popronde 2017
The Silverfaces

Hoe zijn jullie begonnen met muziek maken?
Martin: ‘Ik was zes toen ik begon met piano spelen, wel uit vrije wil’
Jesse: ‘Ik ben eigenlijk vrij laat begonnen. Ik was eerst helemaal into hiphop en R&B. Ik was fan van Chris Brown, Usher, Justin Timberlake enzo, en ik zat op street dance. Toen ging ik skateboarden en toen draaide mijn muzieksmaak om, ik ging heel veel punk luisteren.
Op een gegeven moment ging ik ook gitaarspelen, mijn moeder had me die riff van Herman Brood geleerd van ‘Saturday Night’. Ik belandde in wat punkbandjes en op latere leeftijd begon ik meer naar Jack White, Led Zeppelin en Jimi Hendrix te luisteren, die classic dingen. Dat heeft me toen ook wel gevormd voor en tijdens de Herman Brood Academie.

Hoe zijn jullie op Bevrijdingsfestival Den Bosch terecht gekomen?
Martin: ‘We speelden in een onderdeel van de Willlem Twee, hier in Den Bosch. De Toonzaal heette het. Daar was volgens mij de programmeur van Bevrijdingsfestival Den Bosch en die had ons toen geboekt.
Jesse: ‘Dat was echt een hele leuke show trouwens.’

The Silverfaces Popronde 2017
Javier Den Leeuw – bassist

‘Daar haak ik op in, want ik wilde ook vragen wat de leukste show is die jullie gespeeld hebben?’
Martin: ‘Ja ik vond Bevrijdingsfestival Den Bosch toen in elk geval heel gaaf, met Javier [de bassist, red.] er ook nog niet heel lang bij.’
Jesse: ‘Pfoee dat vind ik een hele moeilijke, want heel veel shows zijn leuk. Voor mij is er in elk geval wel een verschil tussen een show die goed gaat en een show die ik heel leuk vind. Het perfecte is natuurlijk als dat allebei heel goed zit. Maar laatst in Roermond bijvoorbeeld, ook voor Popronde, speelden we heel lekker, het geluid was goed en we zaten er allemaal lekker in, maar dat was voor maar dertig man ongeveer in een kroeg. We hebben ook op Lowlands gespeeld, en dat is echt zo’n mijlpaal, maar dat heeft waarschijnlijk ook veel spanning met zich meegebracht, waardoor ik me niet echt goed herinner hoe leuk ik het vond.’

Hoe hebben jullie je voorbereid op Popronde?
Martin: ‘Vooral eigenlijk mentaal voorbereiden op downgraden, zeg maar dat je ervan uit gaat dat alles kut is. Omdat je met Popronde niet echt weet wat je kan verwachten. We zorgden dat we als band gewoon goed in balans konden spelen, zodat alleen de zang uitversterkt hoeft te worden. Je bent gewend aan shows waar je goed ontvangen wordt, waar goed geluid is en waar een backstage is. Met Popronde kan je daar niet vanuit gaan.’

Kunnen jullie iets vertellen over waar jullie nu mee bezig zijn?
Martin: ‘Ergens in de komende maanden komt een nieuwe single uit. Ook is er een nieuwe EP af, maar wanneer die uitkomt laten we nog even in het midden. En er is een clip af van de komende single, dus die krijg je ook om je oren geslingerd.’

The Silverfaces Popronde 2017
Nienke Overmars – Drums

Hoe komen jullie tot nummers, wie schrijft?
Martin: ‘Jesse en ik vooral eigenlijk. Vaak is er een orgelriff of refrein, dat werken we dan uit.’
Jesse: ‘Ja klopt vaak gaat het zo. Soms gebeurt het ook dat ik iets al helemaal af heb, ook met andere instrumenten. Dan gooi ik het in de groep met de vraag of ze hier iets mee kunnen. Dus dat verschilt’

Welke artiesten/bands vinden julllie vet in Nederland?
Jesse: ‘Ja dat is moeilijk. Veel artiesten kennen we ook persoonlijk, dus dan is het lastig om echt een soort idool te hebben.
Martin: Ik denk dat veel gasten ook dezelfde inspiratiebronnen als ons hebben, en dat dat al een soort connectie maakt.’

Wat willen jullie zelf nog kwijt?
Martin: ‘Dat we op de achtergrond hard bezig zijn, en dat er dus veel dingen aankomen.’

De foto’s zijn gemaakt bij een eerder optreden van The Silverfaces in de foyer van Willem Twee concertzaal in Den Bosch.

Benjamin Fro is relaxter dan een zitzak

Fro is een filosofisch rapper die hiphop muziek maakt

Zoals het hoort bij de Popronde begint vrijwel iedere band iets te laat, het Brabants kwartiertje treft ook Benjamin Fro. De vierkoppige band ‘The Theory of Justice’ staat achter de Amsterdamse rapper Fro (Adam Bais). Letterlijk, het podium waar ze optreden past maar net in de Palm dus ruimte om naast elkaar te staan is er amper. Benjamin Fro omschrijft zichzelf als filosofisch rapper die hiphop muziek maakt. Geen woord van gelogen, maar hij doet veel meer dan dat.

Het optreden
Fro is in Nederland nog niet zo bekend, hoewel de Palm vrij vol is zijn er daarom nog een paar plekjes vooraan. Toch zijn er duidelijk fans binnen: zodra de openingstrack ingezet wordt, springt een groepje meisjes meteen op. De eerste danspasjes zijn al gezet voor de rapper goed en wel kan beginnen. Hij start met ‘The Light’, van het album ‘Praten Over Leven’. Een chille plaat met lekkere beats en pianoklanken die je niet direct verwacht bij hiphop. De muziek bevalt goed, zo veel is duidelijk, de lege plekken vooraan zijn binnen no time gevuld.

Er hangt een ontspannen sfeer op het podium die verraadt dat dit niet hun eerste optreden is. The Theory of Justice geeft op bas, elektrische gitaar, drums en keys een heerlijke aanvulling op de raps van Fro. Soms zijn die dromerig, soms hard. De klassieke hiphop krijgt op dit podium een creatieve verbreding door synths en jazzy toetsen. Het doet denken aan een collab van Pete Philly & Perquisite en Chef’Special op hun eerste album.

Hoe meer het publiek hoort, hoe meer ze meegenomen geworden door de vibe die Fro uitstraalt. Alles lijkt moeiteloos te gaan voor deze Amsterdammer. Al snel blijkt dat hij ook humor heeft. Tussen twee nummers door promoot hij de sales van zijn nieuwe plaat: “Je kunt m’n album ook kopen, geef wat je wil. Het kost drie euro om ‘m te maken, dus als je 2,50 geeft ben je wel een beetje een eikel.” Het publiek lacht hartelijk met hem mee.

Benjamin Fro nadert het eind van zijn set: “Oké dan, hebben jullie zin om een feestje te bouwen?” Een redelijk enthousiast ‘yeah’ volgt. Fro antwoordt gevat: “Ik heb het idee dat rappers dingen altijd twee keer moeten vragen. Hebben jullie zin om een feestje te bouwen?” Na een volmondig ‘ja!’ van het publiek eindigt hij met het nummer ‘Real Man’.

Achteraf
Na het optreden zoek ik Fro op voor een kort gesprek. Ik vraag hem naar het optreden, zijn inspiratie en bekendheid.

KLANKGAT: Is dit het kleinste cafe waar je ooit gespeeld hebt?
Fro: “Vorige week zaterdag was ik in Almere. Ik denk dat dat het kleinste zaaltje tot nu toe was.”

Kan ik me voorstellen, hebben ze überhaupt grote zalen in Almere?
Geen idee, maar ik wil niet heel Almere op mijn nek hebben. [lacht]

Wie is op dit moment je inspiratie?
Een rapper, Odyssey, die heb ik toevallig eergisteren ontdekt. Hij maakt hiphop met een liveband. Het is super soulvol, en combineert de oude hiphop van de jaren ’90 met die van nu. Dat probeer ik ook, een combinatie van relaxt en opzwepend.

Internationaal ga je best wel lekker, maar in Nederland ben je nog niet zo groot. Waar denk je dat dat aan ligt?
Ik sta inderdaad in Duitsland en Italië in de New Music Friday [op Spotify, red.]. Dat heeft voor het nummer The Park 40.000 streams opgeleverd. Ook in Polen, Denemarken en Zwitserland gaat het goed, daar word ik op de radio gedraaid. Sowieso zijn ze in het buitenland vaak een paar jaar eerder dan hier. Dat ligt aan internet denk ik. Je hoeft minder te doen dan vroeger om muziek aan andere kant van wereld te krijgen. Als je ineens opgepikt wordt, kan het snel gaan.

Fijne avond, bedankt voor je optreden!

Beeld: Benjamin Fro – The Light