Het album This Is Water van Ben van Gelder en Reinier Baas is 13 september gelanceerd en nu al op vrijdag 20 september staat dit duo op het podium van de Willem Twee Toonzaal. Ben natuurlijk op sax en Reinier op elektrische gitaar. De tour zetten ze door op diverse podia en festivals in Nederland, Duitsland, België, Zwitserland, Frankrijk en Italië.
This Is Water
This Is Water
In zijn geheel ademt de muziek een zomerse sfeer uit met ver aan de horizon een lichte dreiging op komst die ook zomaar kan overwaaien. Er passeren vele genres de revue. Van free tot klassieke jazz met nu en dan een korte escapade naar bebop tot aan zwoele Braziliaanse bossanova. Met die bossanova verschijnt heel even het beeld van dat meisje van Ipanema dat flaneert op de boulevard van Rio de Janeiro.
Toonzaal
Het is een bescheiden opkomst in de Toonzaal maar alle aanwezigen zijn duidelijk liefhebbers van geavanceerde muziek. Het maakt deze twee musici die al vijftien jaar samenwerken, eigenlijk ook niet zo veel uit. Het schijnt dat de Toonzaal één hun favoriete concertzalen is. Mazzel voor Den Bosch, toch?
Want het is werkelijk top wat voorgeschoteld wordt. Twee briljante muzikanten die volledig op elkaar zijn ingespeeld en met het nieuwe album This Is Water hoogstaand werk hebben afgeleverd.
En live maken ze het ook helemaal waar ondanks dat pianist Corey Smythe, drummer Jeff Ballard en anderen die op enkele nummers meespelen, deze avond ontbreken.
Ben van Gelder
Reinier Baas
Van Ben van Gelder wist ik al wat ik zou kunnen verwachten, het spel van Reinier Baas daarentegen is mij onbekend. Wat die man allemaal uit zijn gitaar haalt, is ongelooflijk.
Met de wah wah-pedaal haalt ie ongekende geluiden uit zijn instrument. Maar nu in deze combi is ook het spel van Ben anders, gestroomlijnder, melodisch(er), minder bop wat meer klassieke jazz.
Van het nieuwe album speelt het tweetal onder meer het titelnummer This Is Water, Freeze, Recess, Fan Fiction, Skull-Sized Kingdoms II en de onverwachte toegift is een cover van een nummer van Mischa Mengelberg.
This Is Water – Ben van Gelder en Reinier Baas (2024)
De Toonzaal stond dinsdagavond 5 maart in het teken van horns and electronics – blazers en elektronica – voor het Horn of Plenty festival. Eén van de mooie drives van het festival is om nieuw talent een kans te geven en om grensverleggende mogelijkheden in de muziek te verkennen.
Horns and electronics
Morris Kliphuis
Esinam Dogbatse
En dat is wat de gasten deze avond kregen. De muziek die avond combineerde allerlei stijlen en verkende nieuwe mogelijkheden. Twee soloisten: Morris Kliphuis en Esinam Dogbatse lieten twee heel verschillende stijlen horns and electronics horen.
Morris Kliphuis
Morris Kliphuis
Morris is een Nederlandse hoornblazer, woonachtig in Berlijn. Hij volgde een opleiding jazzhoorn aan het Conservatorium van Amsterdam en houdt er van om genre overstijgende muziek te componeren. Hij werkt veel samen met allerlei ensembles en wordt vanwege de prachtige warme klank van zijn hoorn vaak gevraagd voor uitvoeringen.
Dinsdagavond bij horns and electronics liet hij in een vrije improvisatie horen wat de mogelijkheden zijn als je een hoorn door een loopmachine heen haalt. Stel je bij een loopmachine een ouderwetse tapedeck voor. Op de band neem je iets op. Dan knip je het opgenomen stuk af en plakt de uiteinden aan elkaar. Nu kan je de tape oneindig door de machine laten ronddraaien: loopen.
loops
De huidige digitale variant geeft je allerlei extra mogelijkheden, de afspeelsnelheid veranderen, opnemen terwijl je afspeelt, filteren en andere geluidseffecten toevoegen. Hij begon met mooi warm geblazen muzikale thema’s (zonder elektronica) waarin hij zijn beheersing van de hoorn liet horen (klankkleuren, blaastechnieken en mooi geïntoneerde natuurtonen).
Daarna begon hij steeds meer fragmenten in de loopmachine te stoppen. Die fragmenten werden telkens herhaald, maar stierven ook langzaam weg, en werden door gebruik van filters telkens wat veranderd. Door telkens nieuwe geluiden toe te voegen ontstond een hypnotisch geheel, een op en af golvende zee van verschillende klanken, een ware horns and electronics.
trance
Ik hoorde van diverse aanwezigen dat het wel iets met hun bewustzijn deed, ze belandden in een trance achtige toestand. Daarin zocht hij op de hoorn zowel extreem hoog als extreem laag op, en varieerde tussen lang aangehouden tonen en korte ‘bliebjes’. Heel mooi gedaan.
Toch vraag ik me af of het mogelijk zou zijn nog creatievere dingen met de loops te doen qua ritme, het gevoel van ‘puls’ wordt me nu nog te veel ingegeven door de herhalingstijd van de tape. Wellicht dat er met verder experimenteren nog spannender dingen zijn te doen.
Esinam Dogbatse
Esinam Dogbatse
Esinam is van Belgisch Ghanese afkomst. Ze is multi-instrumentalist (dwarsfluit, elektronica, fluiten, percussie, talking drum, kalimba, synthesizer, loop machine, harmonizer) en haar warme stem mag er ook zijn. Haar debuut album Shapes in Twilights of Infinity kwam in 2021 uit. Ze combineert heel wat stijlen die ik maar jazz-electronics met etnische invloeden zal noemen.
dwarsfluit
complexe ritmes
Ze viel met haar dwarsfluit meteen met de deur in huis, en de ritmes stonden ook direct. Met de loopmachine creëerde ze een hele context aan geluiden en ritmes, waar ze met de talking drum nog een dimensie aan toevoegde.
Ze nam je dan ook meteen mee op een prachtige reis. Voortdurend maakte ze nieuwe contexten, die telkens jazz en Ghanese etnische muziek combineerden tot een nieuw geheel. Soms voerde de fluit de boventoon, dan weer was het voornamelijk ritmisch en telkens verschoven de klankkleuren en de gebruikte ritmes.
klankkleuren
Energiek en toch altijd beheerst was het een horns and electronics concert waar ik nog graag meer van gehoord zou hebben. Te horen aan het applaus was ik niet de enige.
Esinam Dogbatse – Shapes in Twilights of Infinity (2021)
Het internationale collectief Dutch Mountain Tribe is in september 2023 opgericht en brengt nu al haar eerste album – Dutch Mountain Tribe – uit dat op 15 maart op Spotify verschijnt. Wat goed is komt snel is een uitdrukking in de sportwereld. Gaat dat ook op voor dit collectief waar ritme en improvisatie leidend zijn?
Dutch Mountain Tribe
Dutch Mountain Tribe
In The Dutch Mountains was een grote hit van de Nederlandse band The Nits. Die Nederlandse bergen maken deel uit van een wenswereld, een ander soort Nederland, een droom.
Dutch Mountain Tribe werkt die wens verder uit met een internationale bezetting en gemeenschappelijke studie achtergrond. Alle zeven spelers hebben aan diverse conservatoria gestudeerd. Het zijn:
Giuseppe Doronzo: baritonsaxofoon, basklarinet, blaasinstrumenten
Lucas Kloosterboer: trombone, percussie, gitaar
Mees Siderius: drums, percussie
Esat Ekincioglu: contrabas
Pau Sola Masafrets: cello
Mary Oliver: altviool, hardangerviool
instrumenten
Toonzaal
De diversiteit van de groep wordt echt letterlijk tentoongespreid op het podium van de Toonzaal. Bij het betreden van de zaal vergaap je je aan de verzameling instrumenten van allerlei soorten die op de vloer van het podium met een bijna mathematische precisie liggen uitgestald.
Het ziet er wonderlijk uit, net alsof je de ruimte betreedt van een magiër. De glanzende driehoek in het midden en dat alle groepsleden een sjerp om de schouders dragen, versterken dat beeld alleen maar.
glanzende driehoek
De setlist van het concert gaat volgens de volgorde van nummers op het debuutalbum. Het collectief opent met Dutch Mountain Trail, een nummer dat langzaam aanzwelt in een herhalend ritmisch deel met een hoofdrol voor de saxofoon tot het langzaam verdwijnt in de mist van de Nederlandse bergen.
Birds of Passage ademt de sfeer uit van een Disney film van de jaren ’50 van de vorige eeuw. Het doet denken aan een fakir die met zijn fluit een slang bezweert die uit een mand kronkelt.
Vlnr: Koen Boeijinga, Giuseppe Doronzo, Lucas Kloosterboer
Birch’s-Eye View borduurt in zoverre verder op het vorige nummer dat het je meeneemt naar een wereld die eigenlijk nooit heeft bestaan, de Arabische wereld van Duizend-en-een-nacht.
Song of Dawn is een nummer met invloeden uit de Mediterrane cultuur, zwoel ritmische Balkan met een sterke solo van Giuseppe Doronzo op sax. Call for Ceremony is het kortste nummer met hoofdzakelijk verschillende fluiten en bellen.
Vlnr: Esat Ekincioglu, Pau Sola Masafrets, Mary Oliver
In Fire & Dance wordt het duidelijk dat deze band niet alleen muziekstijlen combineert maar ook teruggrijpt naar dansfiguren uit vervlogen tijden.
The Mountain Goat is het meest spannende en dynamische nummer. Koen Boeijinga en Giuseppe Doronzo spelen op doedelzakken van geitenhuid (zie coverfoto), Mary Oliver speelt fel op de viool en op contrabas en drums houden respectievelijk Esat Ekincioglu en Mees Siderius het ritme van het nummer goed vast.
Mees Siderius
Met Birds of Passage (A Return) wordt de avond gesloten. Alle bandleden behalve de bassist verlaten het podium en met een trommel of bel verspreiden zij zich over de zaal, achterin of boven op het balkon. Esat geeft intussen een lekkere freejazz bassolo weg.
Nogmaals, 15 maart is de release datum van het album Dutch Mountain Tribe op Spotify.
Een avondje TUMULT… ik geef meteen toe dat ik een zwak heb voor de elektronische muziekavonden in de Toonzaal, de altijd gemoedelijk en verwelkomende sfeer, de meteen interessante gesprekken met mensen, als je je koffie of biertje staat te bestellen. Het is altijd een mooie ervaring. TUMULT op vrijdag de vijfde januari is daar geen uitzondering op.
Aangekondigd waren Leo Svirsky, Akim Moiseenkov en Milan W. Helaas moest Leo het wegens ziekte laten afweten, maar gelukkig kon zijn concert ‘last minute’ door Akim worden overgenomen.
Akim Moiseenkov houdt er duidelijk van om los van de muziek ook met de presentatievorm te spelen. Hij komt van de zijkant het podium op, en hij heeft nog een ’toegangspoort’ met glanzende neerhangende kralen gemaakt, achter zijn setup, met hulp van wat uitgerekte microfoonstatieven. Hier komt hij van achter door naar voren gelopen alsof hij de presentator is van een bekend quizprogramma.
Luchthartig allemaal, neem het vooral niet serieus. Hij gaat relaxed achter zijn uitgebreide Elka orgel zitten, met ritme sectie, en neemt ons mee naar lang vervlogen tijden toen het Hammond orgel in allerlei clubs werd bespeeld, denk een beetje aan Stef Meeder of Cor Steyn. Maar gezegd moet worden, zijn Latijnse ritmes, het uitbeelden van hoe de Polen bij de maaltijd hun kip opeten; het is leuk.
Je moet ook wel lef hebben om tijdens een optreden te verklaren dat een knop op het orgel het niet doet, het orgel open te maken en met een camera te laten zien hoe je een elektronicabord met een wasknijper op zijn plaats houdt. Na wat gewriemel doet de knop het weer, waarna de muziek weer vrolijk verder gaat. En het neemt de hele zaal nog mee ook in de stroom van ‘hey, ben ik eind 60er jaren aangeland?‘
En misschien zit er ook wel een diepe boodschap in zijn gezegde dat zijn Elka het Hammond orgel aardig maar net niet helemaal nabootst, en de Russische Tango net niet de Argentijnse Tango nabootst. Toch is het heerlijke swingende muziek waarop het makkelijk meedeinen is.
Akim maakt het heel persoonlijk door te vertellen dat hij tijdens zijn opleiding allerlei elektronicaprojecten heeft gedaan met het maken van vreemde geluiden, en dat het dan heerlijk is om weer eens iets conventioneels te doen.
Hij laat meteen een voorbeeld zien van zo’n wonderdoos waar naast een boel schakelaars een luidsprekertje in zit, waarin dan weer bolletjes boekweit ronddansen. Geluiden uit de hele frequentieband slaan ons om de oren, van driftige krekels tot diepe bastonen met een scherp randje.
Zo af en toe weet hij de doos ook in een chaotische toestand te krijgen waarin het geluid tussen twee toestanden heen en weer slingert. Erg interessant.
Milan W (aka Milan Warmoeskerken) maakt er na de pauze een heel ander TUMULT optreden van. Gezeten achter een berg knoppen en een mengpaneel begint hij gitaar te spelen. Niet dat je aan het geluid kan horen dat het oorspronkelijk een gitaar is. De geluiden worden al snel omgeven door ritmes en voortdurend evoluerende klankbeelden.
Dat varieert van diepe bastonen tot belachtige klanken die zo zijn opgerekt dat ze meer aan fluiten doen denken. Dit samenspel blijft in allerlei variaties doorgaan met ontwikkelen en de drie kwartier vliegen dan ook om.
Ik spreek iemand die voor het eerst bij zo’n concert is. Zij is eigenlijk bang dat het met een naam als TUMULT allemaal veel heftiger zou zijn, maar blijkt haar veiligheidshalve meegenomen oordoppen niet nodig te hebben en vindt het een mooie ervaring om nog eens vaker te proberen. Toch mooi als je ook nieuwelingen weet te boeien voor dit genre!
Akim verzorgt vervolgens in de foyer een mooie clubsfeer door met een Yamaha synthesizer allerlei ritmes en klanken op te roepen (bestuurd door een joystick) die een prima atmosfeer kweken om er onder een biertje nog eens met iedereen over na te praten.
Prima TUMULT avond weer, en vooral ook laagdrempelig.
Het concert van Tin Men and the Telephone vindt plaats in de Toonzaal. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik, buiten carnaval, hier tot nu nog geen voet binnen heb gezet. Dit terwijl de Toonzaal geroemd wordt om haar programmering en voortreffelijke akoestiek. Maar ja, jazz hè… (knipoog).
Tin Men and the Telephone
Tin Men and the Telephone
In het kader van horizonverbreding binnen KLANKGAT, ben ik uitgenodigd om met onze hoofdredacteur een jazzoptreden te bezoeken. Niet een genre waar ik veel ervaring mee heb, los van toentertijd wat coronasessies en een bezoek aan het jaarlijkse Jazz In Duketown.
Het merendeel van de stoelen in de zaal is bezet als het trio het podium opkomt. Tin Men and the Telephone bestaat uit een drummer, bassist en een pianist. Het hele optreden is instrumentaal, afgezien van soundbites die met sommige stukken meelopen.
Tony Roe
Achter de muzikanten hangen drie langwerpige beeldschermen, die de pianist tijdens het spelen bedient, en waarop teksten, golfinstructies, en opnamen van het optreden van vanavond te zien zijn.
Met die opnamen wordt gespeeld, door ze versneld af te spelen, of achteruit, en zo basis vormen voor een aantal stukken. Alle stukken, en de daarbij horende beelden, zijn gebaseerd op tijd. Een belangrijk aspect van het leven, en niet in het minste van muziek. Timing kan een muziekstuk maken of breken. Maar daarover geen zorgen bij ‘The Tin Men… ’.
Jamie Peet
Pat Cleaver
Tony Roe
Het trio vult elkaar naadloos aan. Uit de piano klinken klanken die de ene keer wat meer klassiek georiënteerd zijn, een andere keer meer bluesy. De elektronica die ingezet wordt voelt niet geforceerd. Beeld en extra geluid, buiten dat van de muzikanten, trekken dit optreden naar een nog hoger, vollediger plan.
Drums en bas krijgen alle ruimte om gaandeweg een stuk een eigen pad te volgen, en zo gedrieën op bijna magische wijze, tot een coherent geheel te komen. Zo elkaar in vrijheid opzoeken en weer vinden vereist
muzikaal vakmanschap.
bassolo
Het optreden blijft luchtig door het grappig te houden. Ongeveer halverwege kondigt het middelste beeldscherm een zeven minuten bassolo aan, waarbij de twee andere muzikanten het podium verlaten. Een bassolo overigens, die op me overkwam alsof ik als jongetje naar een oom luister die een verhaal vertelt. In woorden die je nog niet kent, maar door de toon vriendelijk en vertrouwd voelt.
Luchtig, maar met een boodschap, is de tijdreis die begint bij de big bang, en langs dinosaurussen en ‘early civilisations’ leidt naar G. Wilders die ‘Nederland bedankt’. The end of civilisation zoals duidelijk in beeld staat? De tijd zal het leren.
Tin Men and the Telephone: World Domination Part One: Furie (2018)
De Nederlandse altsaxofonist Ben van Gelder speelt zaterdag 11 november het stuk Manifold in de sfeervolle en voormalige synagoge De Toonzaal op het November Music festival 2023. Dat een bepaald jazz idioom, een jazzzangeres, en een pijporgel samen zo enorm mooi kunnen zijn (je kan nu eenmaal geen kerkorgel in een synagoge hebben toch?).
Het nieuwe album Manifold is speciaal gecomponeerd om de interactie tussen pijporgel en een meer traditionele jazz bezetting van blazers en percussie te verkennen. Het kleine orgeltje van de Toonzaal was hier met zijn mooie fluittonen en diepe rommelende bassen perfect geschikt voor.
Ook de creatieve manier van spelen (het laten wegsterven van tonen en de klankeffecten die optraden door niet traditionele toetscombinaties aan te slaan) maakten dit stuk tot een feest van klankkleuren. Overigens kan je maar weinig terugvinden over het orgel in de Toonzaal: misschien een tip voor Willem Twee om hier eens wat meer aandacht aan te besteden.
Het Manifold concert begon met allemaal gebroken drieklanken (akkoorden waarvan je de afzonderlijke tonen niet tegelijk maar snel achter elkaar speelt) op het orgel die vlot voorbijkwamen, en daarna zette de prachtig zuivere stem van Fuensanta Méndez, de trompet en de sax in. In de stijl van de muziek was ze ook gekleed, een subtiel half doorzichtige jurk met rode en zwarte tinten, in combinatie met stoere laarzen op dikke zolen. Haar stem deed bijna instrumentachtig aan, waardoor prachtige samenklanken ontstonden.
Ze deed me enigszins denken aan het stemgeluid van Gayle Moran uit haar glorietijd bij Return to Forever. Vanaf toen was het een groot lang feest van geconcentreerd samenspel, waarbij de afzonderlijke spelers volkomen egoloos bijdroegen aan het geheel en toch op zijn tijd hun individuele bijdragen konden geven.
Ook een beetje humor ontbrak niet, het gebeurt je niet elke dag dat je een basklarinet eendengekwaak-achtige geluiden hoort maken. Los daarvan waren de thematieken pakkend, en het zich voortdurend ontwikkelende klankspel meeslepend. Daarbij ook een mooie rol voor al het subtiele percussiewerk, die echt ook als een instrument meespeelde en niet zozeer als ritmesectie.
Als je een indruk wilt hebben van de klank van het orgel zou je een keer naar The Fog van Kate Bush kunnen luisteren. Ik heb eigenlijk maar één punt van het kritiek: het was echt veeeeel te kort. Een uur Manifold was voorbij voor ik het wist.
De tweede dag – vrijdag – van het FAQ festival opent met het stuk Falling Sweets/Afternoon Membranophone van de Japanse musicus Asuna Arashi. Daarna zorgt soundartist Tomoko Sauvage voor de nodige zen met haar keramische kommen gevuld met water. De Britten Mark Fell en Rian Treanor (vader en zoon) laten de fundamenten van de Toonzaal daveren met hun elektronische muziek.
Asuna
rijk gedekte tafel met snoepgoed
De Toonzaal heeft een flinke remake ondergaan voor de set van Asuno Arashi. In het midden van de zaal staat een tafel vol snoepgoed en muziekinstrumenten. Dit alles wordt geflankeerd door twee publieksruimtes. Boven de tafel hangen gekleurde plastic linten aan een rek. Het moet een kroonluchter voorstellen. Aan elke lint is snoepgoed gehecht dat of wordt geplukt of in de loop van de set belandt op de platte instrumenten (zie onderstaande foto).
Tafel van het vallend snoepgoed
Asuna die in 2021 al eerder te gast was bij FAQ, komt nu met Falling Sweets/Afternoon Membranophone. Het gaat over een man die een tafel dekt met allerlei snoepgoed, omdat een vriendin voor de eerste keer op visite komt. Als zij arriveert, ook met snoep, kan de lunch beginnen.
Afternoon Membranophone
Vooraf geeft Asuna een elektronisch gestuurde demonstratie op een membranofoon, in dit geval een middelgrote trom. Door aan de schroeven te draaien spant en ontspant hij het vel en verandert de toonhoogte. Ook ronde snoepjes komen op de trom terecht dat een ratelend effect krijgt.
Falling Sweets
Asuna en Rima
Falling Sweets is het tweede onderdeel. Asuna en Rima zitten aan tafel en eten de snoep op met mes en vork. Het is een performance met een hele lichte toon en vol kleur. Naargelang de lunch duurt vallen steeds meer snoepjes op de elektronische muziekinstrumenten. Uit twee bidons stroomt een heel dun straaltje drank in de wijnglazen. Als die bidons leeg zijn en de wijnglazen gevuld, eindigt deze speelse elektronische act.
Tomoko Sauvage
Tomoko Sauvage
In Podium Azijnfabriek staat de tweede set van deze FAQ vrijdag gepland, die van Tomoko Sauvage (JP/FR). Eigenlijk zou zij ook optreden in de Toonzaal maar het optuigen en afbreken van de voorafgaande set van Asuna nam te veel tijd in beslag. In 2012 zag programmeur Rikkert Brok Tomoko op een festival in Duitsland en heeft haar onthouden.
Kommen water met subaquatische versterking
Tomoko maakt gebruik van kommen gevuld met water die met onderwater versterkers verbonden zijn aan haar elektronische apparatuur. Door met haar vingers door het water te gaan of druppels in de kommen te sprenkelen ontstaat een aangenaam verstilde klankkleur. Haar bewegingen versterkt door haar zittende act suggereren een spirituele meditatie, bijna op Zen hoogte. Het weinige theaterlicht draagt bij aan die diepe concentratie die zij weet op te wekken.
Mark Fell & Rian Treanor
Mark Fell
De trouwe FAQ fans spoeden zich na de act van Tomoko Sauvage terug naar Willem Twee Toonzaal. Daar staan een vader en zoon hen op te wachten. Geen spoor meer van de Falling Sweets set, alleen een kaal podium waar de grote theaterlichten voor een deel naar beneden zijn gebracht, gericht op het publiek. Daarachter staan Mark Fell (de vader) en Rian Treanor (de zoon) klaar om te beginnen.
Mark Fell heeft een grote staat van dienst die hij de afgelopen dertig jaar heeft opgebouwd. Zijn werk beslaat vele velden en disciplines zoals film, dans, filosofie, politiek. Vanavond staat hij samen met zijn zoon Rian en dat is een unieke aangelegenheid. Vader en zoon hebben nooit live met elkaar samengespeeld. Nu hier bij FAQ 2023 is het dan zover.
Rian Treanor
De set begint subtiel en afwachtend. Het lijkt of de twee mannen niet zeker zijn welke weg, welk spoor ze in willen slaan. Er is voor het publiek ook helemaal geen visueel houvast en is deze act derhalve geheel audio.
Het duurt toch nog even voordat ze zeker weten dat de gekozen richting de juiste blijkt te zijn. Maar dan gaan ook alle remmen los en is er geen ontkomen meer aan. Een helse kanonnade breekt los, een spervuur aan diepe pulsen die je onderbuik raken. Het is een algehele sensatie op je lichaam.
Een indrukwekkende set die na afloop door een joelende en fluitend publiek wordt onthaald met terecht gejuich en langdurig applaus..
Sonologie, een woord dat misschien niet bij iedereen meteen een belletje doet rinkelen, staat voor de studie van klanken en geluiden. Het is een interdisciplinair vakgebied waarin muziek, technologie en wetenschap samenkomen. Een aantal keer per seizoen nodigen Willem Twee Studio’s Sonologie studenten uit om hun nieuwste werk in de Willem Twee Toonzaal te presenteren.
In Nederland is de studie van sonologie vooral bekend geworden door het Instituut voor Sonologie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Dit instituut werd opgericht in 1960 en is sindsdien een belangrijk centrum voor onderzoek en onderwijs op het gebied van elektronische muziek en geluidskunst.
Het is fascinerend om te zien hoe sonologie zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Waar het in het begin vooral draaide om de ontwikkeling van nieuwe technologieën om geluid te manipuleren en te creëren, is er tegenwoordig steeds meer aandacht voor de artistieke kant van het vakgebied.
Sonologen zijn niet alleen bezig met het maken van nieuwe geluiden, maar ook met het verkennen van de expressieve mogelijkheden van geluid en het ontwerpen van composities die de luisteraar in verrassende richtingen kunnen voeren.
Maar sonologie gaat niet alleen over het maken van kunst. Het vakgebied heeft ook een belangrijke rol in de wetenschap. Sonologen bestuderen bijvoorbeeld de akoestische eigenschappen van geluid en de manier waarop ons brein geluiden verwerkt. Deze kennis kan weer worden toegepast in andere domeinen, zoals de ontwikkeling van gehoorapparaten of de verbetering van geluidsisolatie in gebouwen.
Het mooie aan sonologie is dat het een vakgebied is waarin verschillende disciplines samenkomen. Het vereist kennis van muziek, technologie, wiskunde en akoestiek. Maar het is ook een vakgebied waarin creativiteit en originaliteit worden gewaardeerd. Sonologen zijn vaak op zoek naar nieuwe manieren om geluid te maken en te gebruiken, en deze zoektocht naar vernieuwing kan ons veel leren over de wereld om ons heen.
In Nederland zijn we gezegend met een instituut als het Instituut voor Sonologie, dat al meer dan zestig jaar een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van dit vakgebied. Laten we hopen dat er in de toekomst nog meer aandacht zal zijn voor sonologie, zodat we nog meer kunnen leren over de kracht en de mogelijkheden van geluid.
Willem Twee Studio’s, gevestigd in Den Bosch en gespecialiseerd in analoge geluidsapparatuur, heeft in de loop der jaren een hechte, bijna natuurlijke verbintenis opgebouwd met het Instituut voor Sonologie.
Een aantal keer per seizoen nodigen de studio’s Sonologie studenten uit om hun nieuwste werk in de Willem Twee Toonzaal te presenteren. Studio4 is een maandelijkse concertserie voor elektronische en elektro-akoestische muziek verbonden aan de Willem Twee Studios. Met dit maal het Sonology Electroacoustic Ensemble onder leiding van Richard Barrett.
De albumtoer Meet Me on The Edge of Our Ruin van Nina June is eindelijk op pad. Na al die annuleringen door lockdowns. De Toonzaal is één van de podia die Nina en haar begeleiders aandoen. Het is de eerste keer dat deze Very Blonde Dutch Singer in Den Bosch optreedt.
Nina June – Meet Me on The Edge of Our Ruin
Nina June – Toonzaal
Het concert schijnt uitverkocht te zijn, maar toch zijn er nog wel wat stoelen onbezet. Een echtpaar heeft twee dochters van rond de 10 jaar meegenomen. De meisjes luisteren en kijken ademloos naar Nina June. De muziek die zij maakt, past naadloos bij de sfeer van de Toonzaal met haar prachtige akoestiek die dankzij het professionele geluidsteam volledig wordt benut.
Mirthe de Jonge en Younes Kadri
Nina June en Frank DeLange
De opkomst is geheel in stijl met de dramatiek die Nina June voor ogen staat. Eerst komen Mirthe de Jonge (cello, vocals), Frank DeLange (vleugel, synth, vocals) en Younes Kadri (gitaar, vocals) op en beginnen met een intro van het nummer The Great Reveal, een nummer dat Nina samen met de Canadese singer-songwriter Jon Bryant schreef. Nina June komt pas aan het eind van de intro op.
Het openingsnummer gaat zonder break over in World on Fire. Met dit tweede nummer uit de zangeres haar grote zorgen wat wij mensen aan het doen zijn. “We’re walkin’ a dream parade. Look at the mess we made.” En wat verder:”We reap what we have sown.” Welke wereld geven we aan de volgende generaties door? Die vraag vindt Nina pregnant temeer omdat ze nu zwanger is.
Hierop volgen Trustfall, For Love van het Bon Voyage album (2018), de single Rainbow Ashes en Ravens Feather om dan uit te komen op Jeremiah Blue, één van mijn favoriete nummers waar de nostalgische melancholie zoals critici haar muziek omschrijven, er vanaf spat.
Tussendoor praat Nina June met haar publiek (zonder wederhoor) over hoe zij het optreden gemist heeft en dat ze blij is om hier in de Toonzaal te zijn. Het zijn woorden en zinnen die ik al vaker heb gehoord van bands en solisten, vorig jaar tussen de lockdowns door toen de podia en theaters open mochten, de zogenaamde ‘seated concerts’. Na dit optreden in Den Bosch volgt er nog eentje op 2 maart in Zwolle. Pas op 13 november start ze een toer door Duitsland, te beginnen in Hamburg.
Nina praat met het publiek
Na Jeremiah Blue volgt I Call Love In, ook een erg sterk nummer. Een potentiële hit met misschien wat meer up tempo mocht het op single worden uitgebracht. Nina June vertelt dat ze in deze crisistijd de sterke behoefte had aan andere horizonten of zoals ze dat zelf verwoordt, een ander jasje wilde aantrekken. Uit die Nederlandse jas! Ze ging meerdere malen op en neer naar Londen om met producer Duncan Mills te schaven aan het album Meet Me on The Edge of Our Ruin voor de juiste sound.
De Toonzaal
Met Shadows & Riddles, Summersnow, Our Garden, Like an Enemy, We Watched It All Come Down (van Bon Voyage) en Build a Boat vervolgt Nina de show, maar benoemt nog wel de samenwerking met Marijn van der Meer van de Bossche band HAEVN die ook in de zaal zit. Merijn heb ik in 2017 geïnterviewd vlak voordat hij op het Bevrijdingsfestival in Den Bosch zou gaan optreden.
Mij overvalt dan opeens het zwarte gat dat deze pandemie in de tijd heeft aangebracht. Het lijken wel eeuwen geleden dat ik Marijn heb gesproken. Gelukkig brengt muziek verlichting en troost. En die van Nina June doet dat. Zeker als ik zie hoe die twee jonge meisjes hebben genoten.
Zangeres Penny Roox en haar begeleiders zijn de support act van zangeres/componist Nina June op deze zaterdagavond in de Toonzaal. Penny, Thuur Onrust (gitaar) en Jeroen de Heuvel (vleugel) kennen elkaar van de Rockacademie Tilburg. Daar kregen zij les van…Nina June. Dat is al weer een tijdje geleden maar het contact is nooit verloren gegaan. En nu zijn ze volwaardige collega’s.
Penny Roox
Penny Roox
Normaal gesproken telt de band ook een drummer maar die is voor deze gelegenheid thuis gelaten. Volgens pianist Jeroen de Heuvel heeft het te maken met het karakter van de Toonzaal. Dat vraagt meer om verstilling en dat komt goed uit want zo komt die ‘dromerige vintagepop’ tot haar echt, beter gezegd, de zang van Penny. Zij is gezegend met een mooie stem en door de unieke akoestiek van de Toonzaal en haar microfoon techniek is elke nuance duidelijk te horen. Het volume is op orde en helder van toon. En dat gaat eveneens op voor haar twee bandleden.
Jeroen de Heuvel
Thuur Onrust
De band opent met It’s Not Real waarmee letterlijk en figuurlijk de toon is gezet. Inderdaad dreamy pop en begint hoe Penny zich een droom uit haar kindertijd herinnert. What A Day is het tweede nummer en staat niet op Spotify, zoek ik in de gauwigheid op. Vermoedelijk een nieuw nummer. Dat wordt later door Penny bevestigd.
Het derde nummer is Mean en daarin vraagt Penny Roox zich af waarom ze toch telkens voor de verkeerde vent valt. “Boys will be boys, mama taught me right When they leave in the morning.” Zo begint het nummer. En wat verder: “I only like you when you’re mean.” Voer voor doctor Sigmund.
House On The Moon en Do You Remember zijn ook weer nieuwe nummers. Het lijkt erop dat Roox c.s. niet hebben stilgezeten tijdens de lockdowns. Dat gaat op voor vele bands en solisten die KLANKGAT heeft gesproken. Tussen de nummers door praat Penny met het publiek. Zij en haar bandleden zijn blij weer te mogen optreden en vooral hier op het mooie en sfeervolle podium van de Toonzaal. De bezetting is redelijk en ik zie zelfs een voltallig gezin met twee dochters van rond de tien jaar.
Het sluitnummer is Sad, Sad Dreams en is een lekker nummer waar je met je hoofd mee kan deinen. De boodschap is een beetje treurig maar dat is helemaal volgens verwachting. “Only ever in my dreams I’ve got someone to hold but it is a false alarm.” Penny Roox is dat zeker niet.